Welkom bij ODYSSEIA

Mijn foto

Volle mond

  • 'Life is in colours, but black and white is more realistic.'
  • 'Wees maar gerust, de zon is er altijd, ook al zie je haar soms niet.'
  • Jim Morrison:
    'Cancel my subscription to the resurrection.'
  • Charles Baudelaire:
    'en u, Here mijn God, verleen mij de genade een paar mooie verzen te produceren die mijzelf bewijzen dat ik niet de laagste van de mensen ben, dat ik niet minder ben dan degenen die ik minacht!'

Koersen

  • 2-10 Marathon Zeeland
  • 14-3 Marathon Gilze
  • 7-3 Drunense Duinenloop HM
    Time: 1:38:36 PR Avg pulse: 143 Max pulse: 155 Klassement: 20/21
  • 21-2 Midwintermarathon
    DNF
  • 14-2 Groet uit Schoorl 30km
    Time: 2:31:13 PR Avg pulse: 134 Max pulse: 154 Klassement: 386/985
  • 31-1 Trail Hivernal du Mont 29.3km
    Time: 3:13:00 Avg pulse: 129 Max pulse: 147 Hoogtemeters: 895 Klassement: 88/201
  • 16-1 Mastboscross 9800m
    Time: 46:55 Avg pulse: 143 Max pulse: 153 Klassement: 27/90
web-log.nl, powered by TypePad

8 maart 2010

Loopperikelen (7)

Het tij kan snel keren. De teleurstelling na de midwintermaraton was maar van korte duur, want ik heb inmiddels in Drunen alweer een fantastische wedstrijd gelopen waarbij ik mijn PR op de halve marathon met bijna zes minuten heb aangescherpt!

Het was gisteren heerlijk loopweer: koud, een stevige wind en een zon die het landschap vrolijk kleurde. ’s Middags om half twee werden we met bijna duizend lopers weggeschoten voor een ronde door de Drunense Duinen. De eerste kilometers liepen door het stadje Drunen in de richting van Waalwijk. In het begin was het even wringen geblazen, iets waar ik een enorme hekel aan heb. Maar ik wist dat als ik niet in de eerste kilometers zou versnellen, ik op de smalle fietspaden door de Drunense Duinen in het gedrang zou komen. Ik had besloten niet op mijn horloge te kijken om de kilometertijden op te nemen. Ik zou gewoon lekker gaan lopen en dan maar zien waar het schip zou stranden. In de derde kilometer draaiden we al de smalle fietspaden op. Ik zat in een goede tempogroep, want het wringen was inmiddels voorbij. Op de momenten dat het heuvelop ging versnelde ik om zo wat lopers in te halen. Het lopen ging heerlijk en al snel had ik mijn ademhaling onder controle. Ik probeerde zo soepel mogelijk te lopen, rechtop, lange passen, om zo te voorkomen dat ik later in de wedstrijd verkrampt zou raken. Na een kilometer of acht , na de eerste verzorgingspost was het veld al helemaal uiteengeslagen. Ik probeerde iets te versnellen en zo steeds wat lopers op te pikken. Dat ging heel gemakkelijk. Na tien kilometer kwam ik door in 46:51, dat was zelfs onder mijn PR! Ik schrok een beetje van de tijd, misschien was ik wel veel te snel gestart.

In het tweede deel merkte ik dat al veel lopers iets aan het vertragen waren. Het gaf een goed gevoel zo steeds van groepje naar groepje te lopen. Zelfs op de open vlakte in de Drunense Duinen waar we vol in de wind liepen kon ik nog goed doortrekken. Bij de tweede verzorgingspost na veertien kilometer nam ik een kleine slok water, net genoeg om geen droge mond te krijgen. Het laatste stuk was inmiddels ingegaan. De hartslag ging steeds verder omhoog, maar niet op een onaangename manier. Ik kon mijn ademhaling nog steeds onder controle houden. Ik werd door een aantal lopers ingehaald en pikte bij dat groepje aan. Toen we na achttien kilometer het bosgebied uitliepen had ik in de gaten dat er een PR aan zou komen, ook al zou ik instorten. Maar instorten deed ik niet, ik kon zelfs nog versnellen in de laatste drie kilometer. Na twintig kilometer kwam ik door in 1:33:16, weer een PR, nadat ik op de vijftien kilometer ook een PR van 1:10:20 had neergezet. Dat gaf vleugels voor de laatste kilometer waardoor ik kon finishen in 1:38:36. Met deze tijd werd ik twintigste van de eenentwintig deelnemers bij de wedstrijd msen. Maar het klassement doet er niet toe, de tijd wel. Zeer tevreden kon ik naar Breda terugkeren. Nu maar hopen dat het volgde week zondag in Gilze ook zo goed gaat. Het loopplezier is in ieder geval helemaal terug.

1 maart 2010

Loopperikelen (6)

De Midwintermarathon is uitgelopen op een groot fiasco. Ik was niet naar Apeldoorn gekomen om de marathon uit te lopen binnen de vier uur. Nee, ik kwam voor een PR, een tijd onder de 3:40. En na de goede ervaringen in Schoorl had ik zelfs de hoop richting de 3:30 te gaan. Volgens mijn berekeningen was dit allemaal mogelijk.  Maar op de dag zelf bleek maar weer eens dat je de eindtijd van een marathon niet kunt berekenen, je moet de tijd lopen. Doordat ik steeds maar met mijn berekeningen en mijn schema bezig was, vergat ik ook nog plezier te beleven aan het lopen. Werkelijk geen moment heb ik echt in de wedstrijd gezeten. Waar ik de week ervoor in Schoorl gewoon lekker op gevoel liep, zonder teveel op de tijden te letten, was ik in Apeldoorn alleen maar bezig met mijn horloge. Alle medelopers liepen alleen maar in de weg in mijn poging een PR neer te zetten. Dat had tot gevolg dat ik na vijftien kilometer al helemaal verkrampt en chagrijnig was. Geen goede ingrediënten voor een marathon! De tijden van 5:15 per kilometer kon ik goed vasthouden, maar ik had er helemaal geen zin in. De lol was er al na vijf kilometer af. Vanaf het halve marathonpunt werd ik door steeds meer lopers gepasseerd. Daardoor verdween mijn moraal helemaal. Voor mij was de keuze snel gemaakt toen ik na het voltooien van de eerste ronde van zevenentwintig kilometer weer langs start liep: ik zou uitstappen. Ik heb mijn startnummer eraf gehaald en ben niet eens meer over de finish gegaan om mijn medaille op te halen. Bij een DNF hoort nu eenmaal geen medaille. Op het moment van uitstappen liep ik nog steeds op een schema van rond de 3:45, maar het was gewoon op bij mij. Ik had er geen zin meer in.

Misschien was de keuze om uit te stappen erg impulsief. Een half uur later had ik alweer spijt, maar ook al had ik doorgelopen, het zou nooit mijn dag zijn geweest. Het loopplezier was er niet. Iets wat ik nog maar één keer eerder heb meegemaakt: in de Mergellandmarathon toen ik na bijna vier en een half uur harkend (tijdens de kidsrun) over de finishlijn kwam. Toen heeft het zeker zes weken geduurd om te herstellen en dat wilde ik niet nog een keer laten gebeuren.

Inmiddels heb ik nieuwe plannen gemaakt, want ik wil dit voorjaar nog een marathon lopen. Zondag over twee weken loop ik tijdens de Ultraloop Gilze de marathon. De ultralopers gaan voor de 65 kilometer, ik voor de 42,195. Vandaag heb ik op de mountainbike het parcours verkend. Het is een mooi, maar zwaar parcours door de weilanden rond Gilze en de bossen van Chaam. Er moeten twee ronden van 21 kilometer gelopen worden, waarvan tien kilometer door het open veld. Het weer zal voor een groot deel bepalen wat voor tijden er mogelijk zijn. Maar ik maak niet weer de fout te veel te focussen op de eindtijd. Enig doel is – hoe gek het ook misschien klinkt - met plezier de marathon te voltooien.

Voorafgaand aan de marathon van Gilze loop ik volgende week eerst nog de halve marathon van Drunen. Na deze twee evenementen is het dan weer even mooi geweest. Dan wordt het tijd om te trainen en om de racefiets en de mountainbike van stal te halen.

21 februari 2010

Loopperikelen (5)

Grrr%#*@*+#^rrr!!!! Soms heb je van die dagen dat het gewoon niet wil lukken. Mijn beoogde eindtijd van de Midwintermarathon, 3:40, werd een DNF! Laten we deze dag maar heel snel vergeten…

15 februari 2010

Loopperikelen (4)

Gisteren stond Groet uit Schoorl op het programma, de laatste test voor de Midwintermarathon. Ik weet het, ik tart alle belangrijke hardloopwetten: je moet de week voor de marathon geen wedstrijd van dertig kilometer lopen, en zeker niet op nieuwe schoenen waar nog geen meter op gelopen is. Maar zijn wetten er niet voor om overtreden te worden?

In de auto op weg naar Schoorl bleek al snel dat het een zware wedstrijd zou gaan worden: het was koud – zo rond het vriespunt – en het sneeuwde. De organisatie had afgelopen week de paden door de duinen wel schoongeveegd, maar dat kon niet voorkomen dat het glad zou zijn. Uitgebreide voorzieningen waren er niet bij de start, want de sporthal was vorig jaar bij een brand verwoest. We moesten omkleden in een tent waar het veel te druk was. Het leek alsof het evenement uit zijn voegen was gebarsten. Ook in het startvak was het dringen geblazen. Dat had wel tot voordeel dat ik weinig last had van de kou.

Om stipt elf uur werden de eerste lopers weggeschoten. Door de drukte duurde het bijna drie minuten voordat ik zelf over de start kwam. De startvakken waren ingedeeld om de verwachte eindtijd. Blijkbaar hadden mijn vakgenoten iets te optimistisch gedacht, want vanaf de start ben ik alleen maar aan het inhalen geslagen. Het was wringen, maar aan de andere kant gaf het ook wel een goed gevoel iedereen voorbij te kunnen lopen. De eerste kilometers gingen onder de vijf minuten per kilometer. Ik was van plan om 5:15 te lopen en me wat te sparen voor de Midwintermarathon, maar de kilometers vlogen voorbij. Na een kilometer of zes besloot ik niet meer op mijn horloge te kijken en gewoon op gevoel verder te lopen. Bij elke drankpost nam ik rustig de tijd om te drinken, want door de koude lucht verloor ik veel vocht. Tot een kilometer of vijftien ging alles als vanzelf, maar daarna begonnen de lopers mij weer in te halen. Ik had niet het idee dat ik zelf langzamer liep, maar het waren de halve marathonlopers die aan de eindsprint waren begonnen. Pas na negentien kilometer boog mijn route af en moest ik een extra lus door de duinen maken. Het werd rustig op het parcours. Langzaam probeerde ik de lopers voor mij in te halen. Dit laatste gedeelte kon ik pas echt genieten van de omgeving. Daarvoor was het veel te druk geweest en moest je constant opletten waar je je voeten plaatste om niet te vallen. De sneeuw had van de duinen een schitterend sprookjeslandschap gemaakt.

Aangekomen op het vijfentwintigkilometerpunt nam ik weer ruim de tijd om twee bekers te drinken, want ik had het gevoel langzaam uit te drogen. Dat had tot gevolg dat ik weer was ingehaald door een aantal lopers die ik in de kilometers ervoor voorbij was gelopen. Dat gaf net de extra impuls om de laatste kilometers aan te zetten. Ik had nog genoeg over en zag op mijn horloge dat alle kilometers in minder dan vijf minuten gingen. De laatste kilometer liep ik zelfs in 4:35, waardoor ik in 2:31:13 kon finishen. Een PR en meer dan zes minuten onder het beoogde schema. En er had nog meer ingezeten als ik niet zoveel tijd bij de drankposten had verspild en als ik de volgende week geen marathon op het programma had staan, waardoor ik me iets moest sparen. Maar ‘als’ bestaat niet bij het sporten.

Al met al kan ik zeer tevreden terugkijken naar Groet uit Schoorl. De vorm is er en als de omstandigheden volgende week goed zijn wil ik onder de 3:40 finishen op de marathon.

Groet_uit_schoorl1  Groet_uit_schoorl2

1 februari 2010

Loopperikelen (3)

De winter blijft aanhouden. In Nederland zijn daardoor vele lopen afgelast. Onze zuiderburen willen daar echter niets van weten. Er moet en zal gelopen worden; hoe zwaarder de omstandigheden, hoe beter. Ik heb het geweten, want de trail in Mont-Saint-Aubert was zwaar. Eerst verbaasden we ons erover hoe het mogelijk was in de buurt van Doornik in Zuid-België een tocht van bijna dertig kilometer uit te zetten met zoveel hoogtemeters, totdat we Mont-Saint-Aubert beklommen, een gehucht net buiten Doornik. Het dorpje lag op een eenzame pukkel middenin een uitgestrekt landschap. En deze pukkel zouden we enkele malen langs allerlei kanten moeten beklimmen om aan de benodigde hoogtemeters te komen.

Zoals altijd bij de trails in België was alles perfect georganiseerd. Voor het minimale inschrijfgeld kregen we een startnummer, een chip, een fles tripel van de plaatselijke bierbrouwer en een uitgebreide bevoorrading onderweg. Ik verbaas me er elke keer weer over dat de Nederlandse organisatoren soms wel het vijfvoudige vragen voor een loop en daar nog minder voor kunnen bieden. Zij zouden eens een voorbeeld moeten nemen aan de gemoedelijke loopcultuur van bij zuiderburen.

Om klokslag tien uur werden we met zo’n vierhonderd lopers weggeschoten. Nou ja weggeschoten, ergens vanuit de menigte werd afgeteld en langzaam kwam het pak in beweging. De helft van de lopers ging voor de veertien kilometer, de andere helft voor de volledige afstand van 29,3 kilometer. We begonnen meteen aan een lange gladde afdaling. Het was oppassen geblazen en in de eerste kilometers zag ik al enkele lopers onderuit gaan. Na een afdaling van bijna twee kilometer was het duidelijk hoe we aan de hoogtemeters zouden gaan komen: we moesten weer steil omhoog klimmen naar de start. Mijn hoop om binnen de drie uur te finishen en gemiddeld tien kilometer per uur te lopen was meteen vervlogen. Ik mocht al blij zijn dat ik niet hele stukken zou moeten wandelen, want van hardlopen was er tijdens deze klim geen sprake meer. Eenmaal boven gekomen mochten we weer meteen Mont-Saint-Aubert afdalen, dwars door de weilanden heen, om daarna weer een andere klim naar het gehucht te maken. Het kon wel eens zwaarder worden dan verwacht.

Na een kilometer of tien kwamen we een klim tegen waarbij we enkele honderden meters lang ver in de modder wegzakten. De trail leek eerder een zware veldloop met veel hoogtemeters. Op sommige plaatsen waren zelfs touwen gespannen omdat het klimmen anders onmogelijk was. In de afdaling werden we ineens een boerenschuur ingeleid waar de koeien ons net zo verbaasd stonden aan te kijken. Even verder was de eerste bevoorrading. Daarna was het weer klimmen tot Mont-Saint-Aubert. Van alle kanten werd ik ingehaald en zette dus een tandje bij. Wat later bleek was dat ik werd ingehaald door lopers die slechts de halve afstand liepen, want na start-finish was ik de enige uit de groep die doorging. De wegen waren ineens verlaten en alleen in de verte zag ik nog wat lopers.

Hoewel de tweede ronde minder hoogtemeters kende, werd het lopen voor het gevoel toch veel zwaarder. We moesten door drassige weilanden waarvan de bovenlaag bevroren was, maar waaronder je tot ver over je enkels in het ijswater zakte. Ik had het gevoel dat ik nog wel een tijd kon doorgaan, maar niet op volle snelheid. Ik werd in de afdalingen en op de vlakke stukken regelmatig ingehaald, maar in de beklimmingen - waar ik door bleef lopen - haalde ik de wandelende medelopers weer in. De laatste vijf kilometer heb ik nog wat aangezet omdat ik de hoop had toch nog rond de drie uur te kunnen finishen, maar dat bleek ijdele hoop tijdens de laatste steile klim naar Mont-Saint-Aubert. Na een eindsprint kon ik als nummer achtentachtig finishen in 3:13:00. Tot mijn grote frustratie is mijn tijd echter niet opgenomen in de einduitslag en sta ik alleen vermeld als finisher op de halve afstand. Maar goed, lopen doe je uiteindelijk niet voor het klassement, maar voor jezelf en ik heb weer heerlijk een zondag in de modder mogen spelen. Dat stemt tevreden.

24 januari 2010

Loopperikelen (2)

Sommige sporters zijn op dit moment aan het aftellen tot Vancouver, ik ben aan het aftellen tot de Midwintermarathon. Nog vier weken en dan moet het gebeuren. Ik wil toch zeker vijftien minuten onder mijn PR lopen.

Afgelopen zaterdag was het daarom tijd voor de laatste echt lange duurtraining. In de middag vertrokken we voor een ronde van iets meer dan vijfendertig kilometer door de Haagse en Ettense Beemden. Het weer was prima, een beetje vochtig, maar niet koud. Het was de bedoeling om precies vijf minuten en dertig seconden per kilometer te lopen. Dat houdt in dat je zeker de eerste vijf kilometer met de rem erop moet lopen. Je weet dat je veel sneller kunt en dan voelt het zo onnatuurlijk om langzaam te starten. Maar een te snelle start moet je op het einde bekopen.

Toen we na een kilometer of vijf bij de Asterdplas aankamen, zaten we in een goed ritme. Vanaf de Asterd liepen we langs de Mark het buitengebied in. Er was bijna niemand op de weg, slechts een enkele loper. Langs de weg was echter genoeg te zien: zwanen, reigers, aalscholvers en meerkoeten. Op sommige plaatsen waren sneeuw en ijs zelfs nog niet verdwenen. Bijna tien kilometer liepen we door de polder voordat we de A16 moesten oversteken. Het was inmiddels lichtjes begonnen te regenen, echter niet storend en de kilometers vlogen voorbij. Na de oversteek van de A16 konden we weer een tijdje het fietspad langs de Mark volgen. Net voordat we het twintig-kilometer-punt passeerden moesten we de Mark verlaten om over een dijk door de Ettense Beemden richting de Zwartenbergse molen te lopen. De vele glibberige roosters en de stevige tegenwind maakten het lopen zwaarder, maar we liepen nog steeds goed op schema.

Net voordat we de haven van Etten-Leur zouden bereiken zijn we linksaf geslagen richting Liesbosch. De vijfentwintig kilometer hadden we inmiddels gepasseerd. Het lopen ging duidelijk moeizamer en het bleek zwaar het tempo vast te houden. Per kilometer verloren we een paar seconden op het schema. Aangekomen bij het Liesbosch moesten we nog een extra lus maken om aan de benodigde kilometers te geraken. Het was inmiddels donker en koud. Met moeite konden we weer iets onder de 5:30 gaan lopen, maar ik voelde dat mijn hartslag daardoor verder omhoog ging. De spieren raakten verkrampt, maar de gedachte dat we er bijna waren gaf de moed om door te zetten. Het zijn juist deze kilometers die je moet maken om straks die marathon goed door te komen.

Na de ronde om het Liesbosch zaten we op vierendertig kilometer. Alleen nog de A16 onderdoor, maar dat ging niet meer van harte! Bij het binnenkomen van Breda in de wijk Tuinzigt zaten we op vijfendertig kilometer. We hadden er 3:11:30 over gedaan. Precies één minuut onder het schema dat we vooraf bepaald hadden. Dat geeft hoop voor komende weken. ’s Avonds kon ik met een gerust hart en een licht euforisch gevoel op de bank voor de TV hangen.

Vandaag heb ik rustig tien kilometer uitgelopen wat het kilometertotaal van deze week weer boven de tachtig brengt. Volgende week nog één zware week met als hoogtepunt op zondag de trail in Doornik en daarna rustig afbouwen tot de midwintermarathon.

19 januari 2010

Mastboscross

Mastboscross

16 januari 2010

Loopperikelen (1)

Na een periode van relatieve rust en training stond vandaag de eerste wedstrijd van dit jaar op het programma: de mastboscross. De organisatie had laten weten dat ondanks het koude weer en het gladde parcours de cross ‘gewoon’ door zou gaan. Er is ook geen enkele reden waarom je met dit weer niet in het bos zou kunnen lopen. Met de kerstdagen heb ik nog honderd kilometer gelopen over mountainbikeroutes in Zuid-Limburg. Het weer was toen nog een stuk ‘beroerder’, het had enorm gesneeuwd en zelfs toen was er redelijk te lopen.

Ik was benieuwd wat vandaag zou gaan brengen. Ik was redelijk uitgerust en had afgelopen tijd bij AV Sprint wat op snelheid getraind. Het doel van vandaag was de 9800 meter binnen 48 minuten te lopen. De laatste keer dat ik deze afstand op de cross had gelopen was in 2008 en toen finishte ik als vijfenzeventigste in 52:22. Dat moest vandaag een stuk sneller kunnen.

Aan de start was ik een van de weinigen in korte broek, de meeste lopers hadden besloten zich wat warmer aan te kleden. Ondanks de kou was het goed te doen. Ik had dan ook meer dan een half uur de tijd genomen om goed warm te lopen.

Er waren een kleine honderd lopers op komen dagen voor de langste afstand van vandaag. Om 10:15 werden we weggeschoten. Er stond één kleine ronde op het programma en daarna vijf grote ronden met halverwege steeds wat obstakels in de vorm van heuveltjes en geultjes die overwonnen moesten worden. Maar dat waren niet de grootste obstakels vandaag. Het probleem was de gladde ondergrond. De sneeuw was overal platgetrapt waardoor er een ijsvloer in het bos was komen te liggen. Bij elke stap gleed je weg waardoor je steeds kracht verspilde.

Ik startte rustig en liet de eerste honderden meters een heleboel lopers voorgaan. Het voordeel is dat je dan aan een lange inhaalrace kan beginnen. Dat werkt meer motiverend dan dat je halverwege zelf door allerlei lopers ingehaald wordt. Na de eerste korte ronde werd ik nog maar één keer ingehaald, net voor het ingaan van de laatste ronde door de uiteindelijke winnaar. Ik ben dus net gedubbeld!

Uiteindelijk ging het allemaal goed ondanks de zware omstandigheden. De kilometers gingen allemaal tussen de 4:50 en 4:55. Sneller dan ik had verwacht. Na een laatste eindsprint wist ik als zevenentwintigste te finishen in 46:55. Meer dan vijf minuten sneller dan mijn tijd van 2008. Toch iets om tevreden over te zijn. En ook goed genoeg om met vertrouwen vooruit te kijken naar de komende wedstrijden: de trail in Doornik en Groet uit Schoorl. Het hoogtepunt van het voorjaar moet de Midwintermarathon in Apeldoorn worden. Daar wil ik in ieder geval onder de 3:45 finishen.

18 oktober 2009

Sportperikelen

De kop is eraf! Vandaag heb ik mijn eerste veldrit van het seizoen gereden dus de winter is officieel begonnen. De organiserende club, TC De Kleppers uit Dongen, had een mooie route van zestig kilometer uitgezet door het bosgebied tussen Oosterhout, Breda en Dongen. Brede bospaden werden afgewisseld door steile klimmetjes door het mulle zand en onderweg werd ook nog de mountainbikeroute van Dorst meegepakt. Het was ’s ochtends wat fris, maar door het gevarieerde parcours kreeg ik het al snel warmer. Ondanks de regen van de afgelopen tijd was de route niet al te zwaar. Overal was te goed fietsen, met uitzondering van de laatste steile klimmetjes door het mulle zand. Binnen de drie uur had ik de zestig kilometer afgerond en kon ik me bij de finish met een kop soep opwarmen. Mijn complimenten voor de geweldige organisatie!

De start van het winterseizoen vraagt automatisch om een evaluatie van de zomer. Begin dit jaar had ik me een aantal doelen gesteld: PR’s op de tien kilometer en de halve marathon en een marathon uitlopen. Over de eerste twee doelen kan ik duidelijk zijn: ik ben zeer tevreden met de persoonlijke records die ik respectievelijk in Zundert en Gilze heb gelopen. Naar het laatste doel kijk ik met meer gemengde gevoelens terug. Drie keer heb ik dit jaar de marathonafstand overschreden. Eén keer in een training, de andere twee keren in de Mergellandmarathon en de marathon van Zeeland. Uitlopen was voor mij het belangrijkste, maar stiekem denk je toch ook wel aan een mooie tijd onder de vier uur, maar dat is mij dit jaar niet gelukt. De stap van de halve marathon naar de hele is toch erg groot gebleken. Aan de andere kant mag ik ook wel heel tevreden zijn want ik ben dit jaar voor het eerst in mijn leven op het podium geëindigd, en dan nog wel bij de Hardloop4daagse in Apeldoorn. Verder heb ik het plezier ik het fietsen en vooral het mountainbiken teruggevonden. Uiteindelijk kan ik tevreden terugkijken.

Maar het is ook tijd om vooruit te kijken. Ik heb mooie sportplannen voor de winter. Volgende week wil ik in Etten-Leur – als die ellendige verkoudheid eindelijk eens over is – proberen een nieuw PR op de halve marathon te lopen. Twee weken later loop ik een heuvelachtige wedstrijd van drieëndertig kilometer vanuit Battice. Dat alles moet ervoor zorgen dat ik eind november in Geldrop dan toch maar een fatsoenlijke tijd op de marathon ga wegzetten. Op de zondagen pak ik de veldtoertochten in de regio mee om zo de fietsconditie niet te verliezen. Volgend jaar februari staan Groet uit Schoorl en de Midwintermarathon op de planning. Met Pinksteren wordt er in Apeldoorn honderd kilometer gelopen en in oktober staat natuurlijk de marathon van Zeeland weer op het programma. Verder ben ik naar de mogelijkheden aan het kijken om deze zomer eens niet naar de andere kant van de wereld te reizen, maar om met minimale middelen Europa te doorkruisen op de mountainbike. U ziet: 2010 begint al een beetje vorm te krijgen.

6 oktober 2009

Kustmarathon

Kustmarathon_984

4 oktober 2009

Marathon van Zeeland

Twijfels en spanning, daarmee vertrok ik zaterdagochtend richting Zoutelande voor de Kustmarathon. Twijfels omdat het lopen afgelopen weken niet echt goed was gegaan. Bij de halve marathon van Vrouwenpolder kwam ik niet vooruit en bleef ik achteraf met een pijnlijke knie en heup zitten. De Mergellandmarathon de week erna was er één om snel te vergeten. Mijn knieën werkten niet mee waardoor ik bijna een uur over de laatste zeven kilometer deed. Ik eindigde middenin de kidsrun! Het mountainbiken tijdens de mergelheuvellandtweedaagse ging goed. De conditie was er, mijn knieën leken hersteld, maar ik begon wat last te krijgen van mijn rechterenkel. Vorige week tijdens de laatste lange training, de Trail des Hautes Fagnes ging alles goed.

De spanning werd opgebouwd door de weerberichten van de laatste dagen: regen en zuidwesterstorm, minstens windkracht 6. Dat betekent dus niet alleen een strijd met mezelf, maar ook een strijd met de elementen.

Ruim op tijd kwam ik aan in Zoutelande. Alles was al opgebouwd. Op de dijk bij het beeld van de marathonloper merkte ik pas hoe straf de wind was. Zonder problemen kon je met je volle gewicht tegen de wind in leunen. Gekkenwerk! Maar ook wel heroïsche omstandigheden. En er was geen weg meer terug. Gewoon vol overgave starten, genieten en maar zien waar – hoe toepasselijk – het schip strandt. Rond de klok van tien vertrokken de bussen naar Burgh, waar we een uurtje later bij de sporthal arriveerden. In de bus werd duidelijk dat ik niet de enige was die gespannen was. Enkele deelnemers zaten in zichzelf gekeerd naar buiten te staren, andere waren nerveus aan het praten en flauwe grappen aan het maken.

In Burgh heb ik me snel omgekleed. Ik had thuis al besloten de camelbag mee te nemen en een dun regenjasje. Zo zou ik helemaal zelfvoorzienend zijn en als ik er helemaal doorheen zou zitten zou ik met het regenjack in ieder geval niet onderkoeld raken. Verder een zakje winegums mee voor de energie. Na het omkleden ben ik naar de start gegaan om warm te lopen en wat oefeningen te doen. Mijn rechterenkel speelde steeds meer op. Zo leek het, maar misschien was het alleen de wedstrijdspanning. De lucht betrok en een kwartier voor de start toen we ons verzameld hadden in de startvakken begon het te regenen. Toch trok ik mijn regenjack maar uit, want ik zou het wel snel warm krijgen.

Nadat de kerkklok van Burgh twaalf uur heeft geslagen worden we weggeschoten. 1250 deelnemers zouden er zijn, maar ik krijg het idee dat niet iedereen op is komen dagen. Toch is het wringen in het begin. Al snel gaan we van de verharde weg de bospaden op. Dat loopt toch altijd een stuk aangenamer dan dat harde asfalt. Een pittige korte klim het duin over en daarna het strand op. Ik begin in een aardig ritme te komen en haal zelfs weer wat mensen in. Het strand is hier nog redelijk goed te belopen, mede doordat de wind van opzij komt. Na het strand maken we een draai en moeten we Oosterscheldekering op. Ik sla de eerste verzorgingspost over en sprint naar de grote groep die zo’n vijftig meter voor mij loopt. Het zou gekkenwerk zijn alleen of in een klein groepje de negen kilometer over de dam te lopen. In de groep is het wringen om maar een beetje uit de wind te zitten. Omdat de wind schuin van voren komt wordt de groep in een waaier getrokken. Als je even niet oplet zit je op de kant. Elke keer als we de hoge pijlers passeren is het windstil, maar even later krijg je een klap in je gezicht. De groep loopt eigenlijk iets te snel, maar me terug laten zakken naar een andere groep is geen optie. Dat zou nog meer verspilling van energie zijn. De laatste kilometers van de stormvloedkering wordt er versneld en moet ik de rest laten gaan. Omdat de weg iets gedraaid is heb ik hier gelukkig minder last van de wind. Op de Veerse Dam is dat anders. Ik zit alleen en heb de wind vol tegen. En de eerstvolgende groep zit ver achter. Met een aantal andere ‘losse lopers’ vormen we een klein groepje, maar echt uit de wind zitten we nergens. Daarom ben ik blij als we bij Vrouwenpolder het strand op gaan. Hier is het gewoon ieder voor zich. Omdat het hoog water is valt er alleen langs de vloedlijn een redelijk begaanbare strook te vinden. Het is goed opletten voor hoge golven. Twee keer laat ik me verrassen en raakt mijn rechter schoen helemaal doorweekt. Door de wind worden we letterlijk gezandstraald. Maar hoe zwaar het ook is, het is echt genieten. Ik loop in een lekker ritme en weet een heleboel lopers in te halen. De zware trails hebben dus toch hun trainingseffect gehad. Twee keer word ik zelf ingehaald door een groepje. Ik besluit niet aan te haken, maar mijn eigen tempo te blijven lopen. Ook al betekent dat dat ik vol in de wind zit. Voordat ik het weet zijn de zeven kilometer strand voorbij. Op kilometer zesentwintig zitten we inmiddels. Op de halve marathon kwam ik door in een uur of twee.

Na het strand volgt een aangenaam stuk door de duinen. We zitten uit de wind en er staat veel publiek om ons aan te moedigen. De windstilte is echter snel afgelopen, want we gaan de hoogte in. Op een aantal steile klimmen wandel ik naar boven, maar boven aangekomen probeer ik weer zo snel mogelijk het ritme weer op te pakken. Met een aantal lopers is het nu stuivertje wisselen. Ik word ingehaald, maar haal even later dezelfde mensen weer in. Hoewel alles in mijn lichaam pijn begint te doen gaat het nog steeds goed. Totdat we de Westkapelse Zeedijk op gaan. Er staat zo’n enorme wind dat het niet uitmaakt of je loopt of wandelt. Ja, als je wandelt zwalk je wat minder. Het lijkt alsof ik dronken ben en al mijn coördinatie kwijt ben. Door de toeschouwers loop je soms even uit de wind, maar daarna volgt de klap. Dit is het punt waar ik veel tijd verlies. In de verte zie ik de tank op de dijk staan. Vanaf daar krijgen we de wind even in de rug. Ik ploeter door, vervloek mezelf een aantal maal, maar zie de tank ook steeds dichterbij komen. Als ik de bocht omga word ik weggeblazen en krijg ik een enorme snelheid mee. Die lijk ik tot het einde vast te houden, want zonder problemen loop ik de laatste kilometers uit. Na vier uur en vijfendertig minuten finish ik in Zoutelande. 437 lopers zijn mij voorgegaan. De tijd zegt misschien niet zoveel, het laatste gegeven wel: ik heb een heleboel deelnemers achter me gelaten en daar ben ik zeer tevreden over. Volgend jaar ben ik zeker weer van de partij voor een heroïsch gevecht met de elementen.

6 september 2009

De 'hel' van Walcheren

Kustloop_vrouwenpolder

18 augustus 2009

Koersperikelen

Koppenberg

Afgelopen zaterdag was ik van plan voor het eerst na mijn fietsvakantie de benen te testen in de Lotto Géants des Ardennes, een koers van ongeveer honderdvijftig kilometer over de bekende hellingen in de Ardennen. Ik was om vijf uur opgestaan en voor zessen zat ik al in de auto. Ik had de mountainbike meegenomen, want de racefiets moest nog steeds schoongemaakt en opgelapt worden. Na een rit van bijna twee uur stond ik al vroeg in Angleur, net ten zuiden van Luik. Onderweg was ik echter geen enkele andere fietser tegengekomen en bordjes richting de sporthal van Angleur hingen er ook niet. En dat terwijl de Lotto-koersen altijd tiptop georganiseerd zijn. Zo’n twintig minuten heb ik in de buurt rondgereden, maar er was niets te vinden. Was ik nou gek of…? Ik wilde mijn dag in ieder geval niet laten verpesten en ben doorgereden naar Tilff en heb daar de auto geparkeerd en mijn fiets gepakt. Gelukkig had ik een kaart van de streek meegenomen. Provisorisch een route uitgezet: Esneux, Hamoir, Stavelot, Malmedy, Spa, Remouchamps en dan weer terug. Zo zou het mogelijk moeten zijn een aantal bekende hellingen als de Wanne, de Stockeu, de Baraque Michel en de Redoute mee te pakken. Als ik de Lotto Cycling Tour nog tegen zou komen kon ik altijd nog de officiële route gaan volgen. Ik heb uiteindelijk een heerlijke fietsdag gehad, maar ben geen enkele georganiseerde koers tegengekomen. Thuis bleek dat ik me een week had vergist. De koers is pas aanstaande zaterdag… (Een duidelijk geval van: 'de wereld is nog niet klaar voor mij')

Geïnspireerd door mijn ‘wilde’ tocht van afgelopen weekend ben ik vandaag naar Oudenaarde gereden om van daaruit met de mountainbike mijn eigen ronde van Vlaanderen te rijden. Bij het Centrum van de Ronde van Vlaanderen starten drie verschillende routes. Ik ben begonnen met de oranje lus die loopt over onder andere de Kruisberg, de Oude Kwaremont, de Paterberg, de Taaienberg, de Koppenberg en de Eikenberg, weinig hoogtemeters, maar veel steil klimwerk over de kasseien. Na een eerste omloop van tachtig kilometer was ik toch al aardig vermoeid, maar omdat het nog erg vroeg was besloot ik er de blauwe lus van tachtig kilometer aan toe te voegen. In deze lus zijn de minste hellingen te vinden, maar wel moet er meer dan tien kilometer aan kasseien overwonnen worden: de Paddestraat, Lippenhovenstraat, Doorn, Kerkgate en de Huisepontweg. Hoewel ik na honderdtwintig kilometer helemaal gaar was, ging het rijden over de kasseien best goed. Het is gewoon zo hard mogelijk over die rotstenen heen rammen, dan voel je er het minste van. Op het moment dat je lichter schakelt, wordt je fiets alle kanten opgesmeten. Een paar keer heb ik op het punt gestaan de route af te snijden en de doorsteek naar Oudenaarde te maken, maar elke keer kwam ik weer een legendarische berg of kasseistrook tegen die ik toch nog even mee wilde pakken. Uiteindelijk heb ik in iets meer dan zeven uur weer honderdzestig kilometer gereden op de mountainbike. En dat, ondanks het afzien, met veel plezier. Nu wordt het tijd om de fietsen aan de kant te zetten en me te gaan richten op mijn eerste marathon. Maar eerst even een dagje rust.

15 augustus 2009

Van Passo dello Stelvio naar Alpe d'Huez (3)

Stelvio_alpe_dhuez_012

Na een lange nachtelijke busrit vanuit Eindhoven staan we ’s ochtends al vroeg in Bolzano. In Zwitserland zag het er nog troosteloos uit, maar na de Brennerpas schijnt de zon volop. Het is dus snel ontbijten, tent opzetten en daarna de benen testen. We besluiten vanuit Bolzano naar de hoger gelegen schaatsbaan van Kolalbo te fietsen.  In Bolzano is het even zoeken, maar net buiten de stad begint een lange niet al te steile klim met vele haarspeldbochten. Ondanks het slaaptekort en de hitte gaat het klimmen goed. Bij de schaatsbaan drinken we cola op een terrasje en daarna is het lang op en af voordat de afdaling naar Bolzano begint. Ik ben de hoge snelheden niet meer gewend en knijp dan ook al snel in de remmen wanneer de teller boven de vijftig uitkomt. De vele tunnels in de afdaling zorgen ervoor dat het oppassen geblazen is. In de tunnels zit het wegdek vaak vol gaten. Doordat ik me op de weg moet concentreren heb ik maar weinig oog voor de schitterende omgeving waarin we rijden.

Op dag twee staat de eerste etappe gepland. Na een ruime honderdtwintig kilometer moeten we in Prato allo Stelvio uitkomen waar het echte klimwerk begint. Vandaag moeten we eerst twee niet al te hoge passen over. Vanuit de camping beginnen we meteen aan de Passo Mendola (1363), een niet al te steile klim van zo’n vijftien kilometer. De klim loopt lekker en ik hoef niet al te veel terug te schakelen. Na de afdaling van de Mendola begint de klim naar Passo di Palade (1518). Een echte klim kan het niet genoemd worden, het is eerder vals plat omhoog. Na de twee passen dachten we het zwaarste gedeelte van de etappe gehad te hebben, maar niets was minder waar. Er volgden nog ruim zestig kilometer over golvend terrein in de brandende zon. Langzaam werden we gesloopt. Op één van de laatste klimmetjes over een onverhard fietspad langs de rivier ging bij mij het licht uit. Een paar happen van de appels uit de naastgelegen boomgaarden konden dat niet meer tegengaan.

 

Stelvio_alpe_dhuez_029

De derde dag staat een rondrit over de Passo dello Stelvio (2758) op het programma. De officiële route loopt via Zwitserland over de Umbrail (2503). We beginnen de klim echter vanuit Prato vanwaar we de 47 legendarische haarspeldbochten af moeten werken. Ik doe er bijna twee uur en twintig minuten over om boven te komen. Het feit dat alle bochten genummerd zijn werkt in het begin niet echt motiverend. Het aftellen gaat heel langzaam. Pas wanneer ik bij bocht twintig kom, komt het einde in zicht. De laatste kilometers zijn zwaar, maar je krijgt er ook wat voor terug: vanaf de pas is het een schitterend zicht de weg langs de berg naar beneden te zien slingeren. We dalen de Stelvio aan de andere kant via de Umbrail af. In Sta. Maria halen Menno en Niels mij over via de Umbrail terug te rijden naar Prato. Weer bijna zeventien kilometer klimmen dus. Het gaat allemaal wat minder snel dan de eerste klim. We krijgen te maken met een vervelende tegenwind, waardoor het koud wordt. Donkere wolken hangen boven de Stelvio en we zijn blij wanneer we aan de afdaling kunnen beginnen. Uiteindelijk hebben we ruim vijf uur op de fiets gezeten, evenveel als gisteren, maar hebben we wel veertig kilometer minder op de teller staan.

Op dag vier staat de etappe naar St. Moritz gepland. Bij het vertrek vanaf de camping ziet het er somber uit en net na het passeren van de grens met Zwitserland valt de regen met bakken uit de hemel. We reden in een groepje, maar dat valt al snel uiteen. Ondanks de regen loopt de klim naar Pass dal Fuorn (2149) zonder problemen, alleen op de top is het ontzettend koud. Ik heb geen armstukken meegenomen, alleen een regenjack dat al helemaal doorweekt is. We besluiten snel af te dalen en onderaan de afdaling te wachten op de bus voor de soepservice. In een bushokje weten we onszelf nog een beetje warm te houden, maar ik blijf klappertanden. Ik besluit dat als het weer zo blijft de kortste route naar St. Moritz te nemen. De rest besluit echter na de soep de shuttlebus door de tunnel te nemen om zo via Italië naar St. Moritz te rijden. Ik ben al snel overgehaald en hang mijn fiets op de aanhanger van de shuttlebus. De chauffeur lijkt rekening met ons te houden en zorgt ervoor dat er in de bus een aangename temperatuur heerst. Na vijftien minuten hebben we de eindhalte echter al bereikt. Aan de andere kant van de tunnel is het weer beter, maar het blijft koud. De enige oplossing om het warmer te krijgen is hard te fietsen, dus in volle vaart stormen we af op de voet van de Forcola di Livigno (2315). Naarmate ik het warmer krijg, wordt mijn stemming beter. Het uitzicht is adembenemend. Dat helpt! De klim naar de Forcola is niet al te steil, maar op de top is het beste bij iedereen ervan af. Het weer eist zijn tol. We kopen veel drop en winegums om weer wat energie te krijgen. Na het passeren van de grens met Zwitserland volgen een korte koude afdaling en een klim naar de Passo del Bernina (2330). Daarna is het alleen nog maar afdalen naar St. Moritz. Ondanks de kou en de regen haal ik snelheden van ver boven de zeventig kilometer per uur. De weg is overzichtelijk en ligt er goed bij. Dat maakt een heleboel goed! ’s Avond krijg ik echter een teleurstelling te verwerken. Er zit een slag in mijn achterwiel omdat er een spaak is gebroken. Het is maar de vraag of ik de volgende dag kan fietsen, want ik heb geen vervangende spaak en de fietsenmakers zijn de komende dagen gesloten vanwege een feestdag en het weekend. Aan de andere kant moet ik blij zijn dat er geen ongeluk is gebeurd toen ik in volle vaart met een beschadigd achterwiel de Passo del Bernina afreed.

De volgende dag komt de redding uit onverwachte hoek. Er staat een groep Tsjechische fietsers naast ons en van hun materiaalman krijg ik een vervangende spaak. Ik kan gewoon met de rest van de groep vertrekken richting Chur. Het weer is goed. En in de eerste kilometers naar de voet van de Albula (2315) rijd ik alle frustratie eruit. Voordat we aan de klim beginnen staat het gemiddelde op achtendertig kilometer per uur. De Albulapass is misschien wel de mooiste beklimming van deze reis. We rijden door een open Alpenlandschap dat gedomineerd wordt door de grazende koeien. Hoe hoger je komt, hoe ruiger het landschap. Na wat gedronken te hebben op de top beginnen we aan een lange afdaling. Onderweg komen we Robert Gesink nog tegen die zich aan het voorbereiden is op de Vuelta. Hoe mooi de Albula is, zo lelijk is de Lenzerheidepass (1549). Er staat niet eens een colbordje en dan tel je natuurlijk niet echt mee als pas. Vanaf Lenzerheide is het alleen nog maar afdalen naar Chur, waar we de eerste rustdag hebben. Omdat het de hele nacht regent, besluit ik de volgende dag niet te gaan fietsen, maar te gaan hardlopen langs de Rijn. Via een ruiterpad loop ik tot aan Tamins en keer daarna om, een kilometer of éénentwintig in ruim twee uur. De omgeving is werkelijk schitterend. ’s Avonds is er vuurwerk langs de Rijn als afsluiting van een Zwitserse feestdag.

Stelvio_alpe_dhuez_049

Op dag zeven loopt de etappe naar Disentis. Er bestaat de mogelijkheid de Lenzerheidepass van de andere zijde te beklimmen, maar dat sla ik over want het is een lelijke klim. Daardoor wordt de etappe wel erg kort. Vooral omdat er geen enkele echte beklimming in zit. Menno en ik besluiten in Disentis ondanks de kou en het slechte weer eerst nog Lukmanierpass (1920) te beklimmen alvorens naar de camping te gaan. De pas is verlaten. Door de regen en het wolkendek lijkt het alsof je de enige in het landschap bent. Je hoort alleen af en toe het gepiep van de bergmarmotten. De beklimming is niet al te zwaar. Na de steile stukken volgt steeds weer een stuk waarbij je op adem kunt komen. Het enige waar is me zorgen over maak is de kou. Tijdens de beklimming hou je het door de inspanning nog wel warm, in de afdaling is dat onmogelijk. Op de top drinken we een kop koffie in het café om wat op te warmen. We zien een andere wielrenner zijn fiets op de bus laden. Hij vindt het te koud voor de afdaling. Heel even twijfelen we, maar met de bus gaan is geen optie. Met alle wielerkleding aan die we bij ons hebben gaan we de afdaling in. Mijn vingers zijn zo verkleumd dat ik bijna niet kan remmen. Daarom probeer ik op de rechte steile stukken de snelheid laag te houden. Het wegdek is slecht en het is nat. Slechte omstandigheden om hard naar beneden te gaan. Gelukkig komen we veilig aan op de camping waar de warme chocolademelk al voor ons klaar staat. Inmiddels ben ik niet meer de enige met spakenpech, want Ingmar heeft op de grote weg naar Disentis ook een spaak gebroken. Een geluk bij een ongeluk was dat hij een lift kon krijgen. Zijn spaken zijn echter wat moeilijker verkrijgbaar bij de fietsenzaken.

Stelvio_alpe_dhuez_067

De volgende ochtend bij het vertrek merk ik dat er weer wat speling op mijn achterwiel zit. Er blijkt weer een spaak gebroken te zijn. Een paar vloeken vliegen eruit. Afzien op de fiets is niet erg, daar kies ik zelf voor, alleen materiaalpech is zo’n ellende. Chagrijnig neem ik samen met Ingmar de trein over de Oberalppass (2046) naar Andermatt om daar een fietsenzaak te zoeken. In Disentis is geen fietsenzaak te vinden. Hoewel de treinreis over de Oberalp een hele beleving is kan ik er niet van genieten. In Andermatt is het tot twee uur wachten voordat de fietsenzaak opengaat. Voor mij is er goed nieuws. Ik kan drie passende spaken kopen, ik zet er één in mijn achterwiel en tape er voor de zekerheid twee vast op mijn frame. Voor Ingmar is er slechter nieuws. Zijn spaken moeten besteld worden. Hij kan wel een nieuw achterwiel kopen voor 400 euro! Een belachelijke prijs. Terwijl hij besluit zijn reis met de trein te vervolgen, maak ik me klaar om de Furkapass (2436) over te gaan. Deze etappe zou de koninginnenrit zijn geweest. Ik had plannen om over de Sustenpass (2224) en de Grimselpass (2165) naar Reckingen te fietsen, maar door de materiaalpech komt daar niets van. Vol energie rij ik de Furkapass op. Het klimmen heeft het voordeel dat gaandeweg je stemming omslaat. Als ik boven ben is alle frustratie eruit. Ik ben blij dat ik weer kan fietsen. Elke kilometer is meegenomen. Wel merk ik dat ik niet meer vol de afdaling in durf te gaan. Een nieuwe spaakbreuk hangt als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. En ik moet er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren als mijn achterwiel vast zou slaan op volle snelheid in de afdaling. Ik daal als een strijkijzer. In Gletch aan het einde van het steilste gedeelte van de afdaling kom ik op een terrasje een deel van de groep tegen. Vanaf hier is er een schitterend uitzicht op de Rhônegletcher. Omdat ik nog vol energie zit besluit ik vanaf Gletch nog zes kilometer te klimmen naar de Grimselpass. Een korte klim, maar een adembenemend uitzicht. Het is mooi om te zien hoe de enorme elektriciteitsmasten volledig opgenomen worden in het landschap. Vanaf de Grimselpass is het alleen nog maar afdalen naar de camping in Reckingen.

Stelvio_alpe_dhuez_099

De zesde etappe loopt van Reckingen naar Martigny door het Rhônedal. Omdat ik gisteren de Oberalppass heb gemist wil ik voordat ik naar Martigny vertrek eerst de Nufenenpass (2478) beklimmen. Daarmee wordt het ook de langste etappe. Gelukkig gaan Niels en Menno mee, want anders zou de lange rit door het Rhônedal in de brandende zon met tegenwind erg zwaar worden. Na de zware beklimming van de Nufenen slaan we eerst een voorraad eten en drinken in bij een supermarkt. Daarna kunnen we beginnen aan een lange race. Tot aan Visp is het in volle vaart afdalen. Hele stukken rijden we boven de vijftig kilometer per uur. Daarna vlakt de weg wat af. De tegenwind wordt steeds sterker. Omstebeurt doen we het kopwerk. Dat helpt, maar in de laatste kilometers is bij iedereen het beste er toch wel van af. We zijn uiteindelijk blij wanneer we na bijna zes uur fietsen in Martigny op de camping aankomen.

Op de tweede rustdag rijden we naar Verbier (1490), het skioord waar Contador een greep naar de macht deed in de Tour de France. Vanaf de camping loopt de weg meteen vals plat omhoog. Het is dezelfde weg die we morgen moeten rijden voor de beklimming van de Col du Grand Saint Bernard. De weg is smerig. Ook de beklimming van Verbier is niet echt tot de verbeelding sprekend. Ik doe bijna twintig minuten langer over de klim dan Alberto Contador. Onvoorstelbaar hoe hard die profs de berg op rijden. De rest van de dag is het uitrusten voor het laatste zware gedeelte van de tocht richting Alpe d’Huez.

Etappe zeven gaat van Martigny naar Gignod. Om het eerste gedeelte van de drukke weg over de Col du Grand Saint Bernard (2473) te ontlopen neem ik de weg die loopt via Champex-Lac (1500).  Het lijkt alsof ik in de Ardennen ben aanbeland. De klim loopt over rustige wegen door groene bossen. Na afgedaald te zijn tot Osières moet ik de grote weg op. Het wordt een vervelende drukke klim richting de Grote Sint Bernard. Vrachtwagens passeren rakelings op volle snelheid. Pas na de splitsing met de tunnel wordt het fietsen aangenamer. Het zijn wel de zwaarste kilometers en ik heb het idee dat mijn voeten in brand staan. De constante druk op de pedalen zorgt voor pijnscheuten in mijn rechter voet. Ik ben dan ook blij als ik op de top ben. De bus staat al klaar voor de soepservice. Uit de wind in de zon is het heerlijk. De vorige groep had hier in de vrieskou gestaan. Het kan dus snel verkeren. Na vijfentwintig kilometer afdalen komen we aan in Gignod. We zijn weer in Italië.

Stelvio_alpe_dhuez_134

De volgende dag rijden we van Gignod over de Col du Petit Saint Bernard (2188) naar Bourg-St-Maurice. In de Tour de France zaten beide beklimmingen van de Sint Bernard in één etappe. Voor ons is dat toch iets teveel van het goede. Vanaf Gignod rijden we door typisch Italiaanse dorpjes naar Pré-St-Didier. Er heerst een absolute stilte. Een groot deel van de tijd rijden we door de wolken. Regenen doet het echter niet. We hebben weinig uitzicht, maar wat we zien is schitterend. Totaal anders dan de vorige dag. Ook de beklimming van de Kleine Sint Bernard is veel mooier dan die van de grote broer. De weg loopt via mooie haarspeldbochten omhoog. Nergens is de klim echt steil. Je kunt er goed tempo rijden. We krijgen alleen vijf kilometer voor de top een enorme regenbui te verduren. Op de top is het droog, maar is de afdaling begint het weer te plenzen. Oppassen geblazen dus. Ik heb gezien hoe Jens Voigt in deze afdaling onderuit is gegaan en ik wil dat graag voorkomen. De regen zorgt ervoor dat mijn remblokjes in Bourg-St-Maurice versleten zijn. Nog één zo’n regendag en er is niets meer van over.

De negende etappe gaat over de Col de la Madeleine (2000) naar St. Martin sur La Chambre. Er zijn wat extra uitstapjes te maken zoals de beklimming van La Plagne (2100) – het skioord waar Boogerd won – en Notre-Dame du Pré (1350). Ik doe alleen de laatste want de beklimmingen naar skioorden zijn meestal niet de mooiste en ik wil op tijd zijn voor de soepservice op de Madeleine. De etappe begint erg mooi met de klim naar Notre-Dame, maar omdat ik vandaag alleen rij moet ik constant op de routebeschrijving kijken zodat ik de juiste weg neem. Dat haalt de snelheid eruit. Vooral in de aanloop naar de Madeleine is het zoeken. Het begin van de beklimming van de col loopt goed. Tweemaal is er een tussenstuk waarbij je even op adem kunt komen. Halverwege kom ik de bus van Cycletours tegen dus ik weet dat ik op de top wat eten en drinken kan krijgen. Nadat de bus mij is gepasseerd begint het laatste gedeelte van de beklimming. Het is nog maar een kilometer of zeven maar alles begint pijn te doen, mijn voeten, mijn benen, mijn zitvlak. Voor het eerst deze reis is het echt afzien. En dan te bedenken dat ik de klim naar La Plagne heb laten zitten. Een deel van de groep heeft veertig kilometer meer in de benen wanneer ze de Madeleine over moet. De lucht is aan het betrekken en het is duidelijk dat er onweer komt. Ik ben blij dat ik op tijd op de top ben om wat te eten en daarna in droog weer af te dalen. Uiteindelijk ben ik de enige die nog gebruik heeft kunnen maken van de soepservice. Toen alle anderen op de top kwamen was de bus inmiddels vertrokken naar de camping. Omdat ik als eerste bij de camping aankwam ben ik de Madeleine een aantal kilometers vanaf de andere kant weer opgefietst totdat ik de eersten van de groep zag afdalen. Op de camping was het nog even verwarrend omdat we nergens de bus zagen en de campingeigenaar van niks wist. We vreesden nog even voor problemen bij één van de medefietsers, maar gelukkig stond de bus uiteindelijk alleen verdekt opgesteld aan de andere kant van de camping. Nadat ik mijn tent heb opgezet begint het te stortregenen. Ik heb medelijden met de anderen die het laatste deel van de afdaling in de stromende regen moeten afleggen.

Stelvio_alpe_dhuez_201

Vandaag is officieel de laatste etappe over Col de la Croix de Fer (2067), de Col du Glandon (1924) via Bourg d’Oisans naar Alpe d’Huez. Ik had eerst nog plannen om via de Col du Galibier te fietsen, maar vanwege het slechte weer van vannacht heb ik dat maar uit mijn hoofd gezet. Met somber maar droog weer vertrekken we richting St. Jean de Maurienne om aan de beklimming van de Croix de Fer te beginnen. Ik merk al snel dat het beste er bij mij van af is. De laatste dagen zie ik dat mijn teller steeds vaker onder de tien kilometer per uur komt. Dat was de eerste dagen bijna nooit het geval. Maar als je blijft doortrappen komt je uiteindelijk ook boven, alleen duurt het wat langer. Op de Croix de Fer worden schitterende uitzichten afgewisseld met enorm lelijke wintersportdorpen. Ik ben blij wanneer ik het laatste gepasseerd ben en aan de laatste kilometers begin. Hier is het weer rustig, en koud! Heel de dag dreigt het al te gaan regenen. Op de top even een cola gedronken en daarna snel ‘opgedaald’ naar de Col du Glandon. Bij de beklimming van de Croix de Fer krijg je de Glandon zo’n beetje gratis erbij. In de afdaling zijn de twee pittige klimmetjes die ontstaan zijn nadat de oorspronkelijke weg door een aardverschuiving was verdwenen een aangename verrassing. Ze zorgen ervoor dat ik het weer warm krijg. Bij het stuwmeer gaat het jasje uit en rijden we in volle vaart richting Bourg d’Oisans. In de verte zien we de groep rijden die niet over de Croix de Fer, maar over de Glandon is gekomen, een mooi mikpunt. We rijden tegen de vijftig kilometer per uur Bourg d’Oisans binnen. Even wat drinken op de camping en daarna Alpe d’Huez op. Ik doe meer dan een uur en een kwartier over de beklimming. Ik ben echt aan het harken, maar nog steeds haal ik mensen in. Alleen Niels is ver vooruit. Er zijn fietsers die waarschijnlijk meer dan twee uur over de dertien kilometer klimmen doen. Bij de officiële Tourfinish snel een foto maken en daarna naar beneden. Alpe d’Huez is geen plaats om lang te blijven.

Hoewel de officiële route erop zit ga ik de volgende dag toch fietsen. Ten zuiden van Les Deux Alpes loopt een schitterende beklimming door een kloof naar La Bélarde. Het is merkwaardig dat het op Alpe d’Huez zo druk is terwijl er op deze mooie route bijna geen fietser te vinden is. Ik had gedacht rustig uit te kunnen fietsen, maar dat valt tegen. De klim wordt steeds steiler en uiteindelijk verschijnen er een paar haarspeldbochten, waar binnen een paar kilometer een enorm hoogteverschil wordt overbrugd. Daarna vlakt de weg af en is het rustig doorpeddelen tot La Bélarde. Op de terugweg stop ik regelmatig om wat foto’s te maken. Na de beklimming van de Kleine Sint Bernard is dit toch wel de mooiste route van de reis. Een waardige afsluiter van mijn fietsvakantie.

Stelvio_alpe_dhuez_210

13 augustus 2009

Van Passo dello Stelvio naar Alpe d'Huez (2)

Stelvio_alpe_dhuez_142

De feiten: Afgelopen twee weken heb ik 58 uur 50 minuten en 2 seconden op de fiets gezeten en 1311,7 kilometer gereden. Dat houdt een gemiddelde snelheid in van 22,3 kilometer per uur. In de tussentijd zijn er nog eens zo’n 25.000 hoogtemeters overwonnen. Op één rustdag heb ik vanwege de stromende regen niet gefietst, maar een halve marathon langs de Rijn gelopen.

De schade: Eén lekke achterband, twee gebroken spaken, een versleten shifter, vier versleten remblokken, ingesleten velgen, een vieze piepende en krakende racefiets en wat stramme benen. (En ik vergeet de vele stinkende fietskleding te noemen)

Vanmiddag de benen maar eens losfietsen op de mountainbike in de Brabantse bossen.

12 augustus 2009

Van Passo dello Stelvio naar Alpe d'Huez

Stelvio_alpe_dhuez_001

Stelvio_alpe_dhuez_002

Stelvio_alpe_dhuez_020

Stelvio_alpe_dhuez_025

Stelvio_alpe_dhuez_030

Stelvio_alpe_dhuez_031

Stelvio_alpe_dhuez_034

Stelvio_alpe_dhuez_036

Stelvio_alpe_dhuez_069

Stelvio_alpe_dhuez_084

Stelvio_alpe_dhuez_103

Stelvio_alpe_dhuez_124

Stelvio_alpe_dhuez_125

Stelvio_alpe_dhuez_144

Stelvio_alpe_dhuez_155

Stelvio_alpe_dhuez_158

Stelvio_alpe_dhuez_164

Stelvio_alpe_dhuez_166

Stelvio_alpe_dhuez_167

27 juli 2009

En we zijn los...

De fiets is volledig afgesteld, de fietskleding is ingepakt en de tent, slaapmat en slaapzak liggen klaar. Tijd voor vertrek richting Italië om vanaf Bolzano via de Stelvio naar Alpe d’Huez te fietsen. De teller van de racefiets staat nu op 28924,8. Komende twee weken moet ik de 30.000 kilometergrens ruim passeren. En tel daar dan nog eens zo’n 25.000 hoogtemeters bij op: de ingrediënten voor een goede vakantie! (al zal niet iedereen dat beamen…)

Afgelopen weekend heb ik de benen nog getest. Zaterdag in een schitterende trail vanaf Louette St. Pierre in het zuiden van België. In de halve marathon over heuvels en modderige bospaden moesten 350 hoogtemeters overbrugd worden. We konden ruim binnen de twee uur finishen en dachten het daarmee heel goed gedaan te hebben, maar van de 600 deelnemers zaten er wel 350 voor ons. Dat geeft maar weer eens aan hoe hoog het niveau is bij de traillopen in Zuid-België. Het trekt een heel ander - lees: meer getraind - publiek dan de stratenlopen in Nederland.

De zegening van de plaatselijke pastoor tijdens de trail heeft ervoor gezorgd dat ik de zondag zonder kleerscheuren ben doorgekomen. Ik kon me niet meer herinneren dat ik afgelopen tijd nog wel eens een fietstocht had gemaakt waarbij ik geen lekke band kreeg. Gisteren echter tijdens een mooie ronde door de Biesbosch ging alles goed. Ook had ik voor het eerst weer eens echt plezier in het fietsen. Ik ben dus klaar voor de Alpenpassen.

Na deze fietsvakantie ga ik me weer meer richten op het lopen. Er komen een aantal mooie wedstrijden aan waaronder de Mergellandmarathon, de Kustmarathon en de Trail des Hautes Fagnes. Genoeg om naar uit te kijken dus, maar eerst zal ik uitgebreid verslag uitbrengen van mijn heldentocht over de Alpenreuzen. Tot spoedig, gegroet!

12 juli 2009

Druistig

Soms heb ik ook wel eens ongelijk. Niet altijd is het wielercommentaar van Ducrot en Dijkstra tenenkrommend. Ik moet zeggen dat ik er de laatste dagen toch steeds meer de humor van ga inzien. Je moet ze gewoon niet al te serieus nemen. Het commentaar is één grote parodie op de serieuze wielerwereld, waarbij Maarten Ducrot voor nar speelt. Nu heeft Maarten een nieuw woord ontdekt dat hij te pas en te onpas gebruikt: druistig. Daarnaast heeft hij ook een nieuw lievelingsmaal: de vloermat van de commentaarcabine. Leest u maar mee:

      

Herbert: ‘Is dat Voeckler?

Maarten: ‘Aan de rollen behang onder zijn armen te zien wel?’

Herbert: ‘Thomas Voeckler heeft net een gat van 30 seconden in 20 seconden dichtgereden. Maarten, kan dat wiskundig gezien?’

Herbert: ‘Blijkbaar wel, het fysieke bewijs is hier zojuist geleverd. Oh jongens, moet je nou toch kijken! Daar hebben we een woord voor: druistig! Als Voeckler dit kan eet ik een stuk uit de vloer.’

….

‘Herbert, moet je nou toch kijken! Te druistig, die Voeckler, wat een prachtig woord trouwens. Ik ga de vloer zo proeven!’

‘Wat we hier zien is duidelijk een strijd tussen het oude en het nieuwe wielrennen.’

Herbert: ‘Leg dat nog een uit, want op die uitspraak krijgen we veel kritiek.’

Maarten: ‘Ze bekijken het allemaal maar, Herbert. Oh jongens toch. Ik hoop dat ze hier goed vloermatten kunnen bereiden.’

‘Ik krijg de vloermat al aangereikt.’

‘Wat een heerlijke vloermatten hebben ze hier.’

10 juli 2009

Wielercommentaar

Voor het eerst sinds jaren ben ik gewoon thuis tijdens de Tour de France. Werkelijk een kwelling. Niet zozeer omdat ik liever in de hoge Himalaya zit – dat natuurlijk ook wel -, maar eerder omdat ik nu het tenenkrommende commentaar van de als intelligent bekend staande Maarten Ducrot aan moet horen. Een aantal citaten uit de eerste dagen:

    

Nee nee, er is één botje dat hij nog niet gebroken heeft en dat is zijn oorlel.

      

Ik pas 3 keer helemaal in elk been van Cancellara.

      

Die ramt daar die fiets in tweeën.

    

Hij heeft zulke klapkuiten die gozer.

      

De weg naar de top is nooit een rechte. Voor de een is 'ie heel steil aan 't begin, voor de ander heel steil op ’t einde.

      

Die kan toch ook wel een poepje tijdrijden.

      

Ik ging vroeger met de fiets naar de fietsenmaker of hij het zadel eventjes een millimeter omlaag zou kunnen zetten. Dan zei hij ‘Het is een fiets, geen horloge!’ Maar die Cancellara, dat is dus een Zwitser, en die denkt ‘Het is godverdomme wel een horloge!’

    

Het zag er niet zo gevaarlijk uit, maar juist bij die langzame valpartijen val je als een zak aardappelen naar de grond vaak.

         

Het laatste deel van deze etappe is zo vlak als een maagd.

   

Die gaan morgen echt om hun moeder zitten roepen.

    

Zit er zo'n zak long te klapperen in je borstkas.

    

Welk verleden speelt geen rol in het heden?

    

Het gaat langzamer dan een aankoppelend ruimtevaartuig.

         

En nu staan die poten helemaal in de fik.

    

Dit peloton gaat in de laatste veertig kilometer zo gehusseld worden, dat het lijkt alsof er een staafmixer doorheen gehaald is.

    

Dus het is een waar sleutelbenenfestival op het moment.

      

Maar goed, ik moet ook eerlijk zijn. Alles beter dan de foute uitspraken van Mart Smeets.

5 juli 2009

Festival de trail à Chiny

Semois1

Omdat ik mijn fiets aan de wilgen heb gehangen werd het tijd voor iets nieuws: mijn eerste trailrun. Lopen is natuurlijk leuk en in de omgeving van Breda zijn er voor mij nog veel paden en wegen te ontdekken, maar je wil natuurlijk ook wel eens wat anders. Zaterdag in de loop van de ochtend ben ik vetrokken naar Chiny in de Ardennen, dichtbij de grens met Luxemburg en Frankrijk. Een hele rit met de auto, zeker als je bedenkt dat wanneer je in België eenmaal van de snelweg af bent het land een enorm doolhof wordt. Blijkbaar hebben de Walen een bepaalde systematiek in het plaatsen van bewegwijzering die voor ons Nederlanders niet te doorgronden is. Zo gebeurde het dat ik in Chiny niet bij het trailfestival uitkwam, maar bij een scoutingkamp. Ook leuk, maar niets voor mij. Na even verder gezocht te hebben, kwam ik bij een hele manifestatie midden in de bossen in de vallei van de Semois. De blaaskapel stond al klaar! Door mijn zoektocht was ik net te laat om de start van de vijftig kilometer mee te maken. Van een aantal andere Nederlanders hoorde ik dat er zo’n 80 deelnemers waren die voor de langste afstand gingen.

Nadat ik mijn startnummer had opgehaald en mijn tent had opgezet ben ik me in de omgeving rustig gaan voorbereiden. Wat opviel is dat de organisatie van de trail een merkwaardige mix is van professionaliteit en – om het misschien wat oneerbiedig te zeggen – amateurisme. Misschien is dat laatste niet helemaal het goede woord. Misschien moet ik eerder zeggen dat professionaliteit en volksvermaak samengaan. De blaaskapel roept de deelnemers naar de start, waar grote professionele borden voor de tijd waarneming staan. Enkele minuten voor de start wordt door iemand van de organisatie door een luidspreker omgeroepen hoe het allemaal in zijn werk zal gaan. Ondertussen zijn de andere vrijwilligers van de organisatie de braadworsten en de vaten bier aan het aanslepen. Aan de start staat een heel gemêleerd gezelschap: afgetrainde ultralopers worden afgewisseld door plaatselijke liefhebbers. Het blijkt allemaal op een zeer goede manier samen te kunnen gaan. Geen meewarige blikken die je in de wielerwereld wel eens tegenkomt als je niet de fiets van het juiste merk hebt.

Semois

Om 4 uur word ik met zo’n 150 anderen weggeschoten voor de trail van zesentwintig kilometer door de vallei van de Semois. In het begin is het even dringen geblazen, maar omdat het parcours start met een lange klim slaat het veld al snel uiteen. Omdat ik werkelijk geen idee heb wat mij te wachten staat, begin ik erg rustig. Er moet zo’n zestig meter hoogteverschil overbrugd worden voordat er een lange afdaling komt naar de oever van de Semois. Het parcours loopt midden over ‘het strandje’ aan de oever van de Semois. De badgasten kijken verbaasd naar de horde lopers die ineens voorbij komen stormen. Eén badgast loopt nog even een stukje mee en biedt zijn flesje Jupiler aan. Vanuit de vallei begint een enorm steile klim naar het hoogste punt van de trail. Het merendeel van de klim doe ik wandelend omdat hardlopen hier meer energie kost en niet sneller gaat. Ik merk dat dat een voordeel is van het traillopen. Doordat je soms even kunt wandelen, herstel je tijdens de trail steeds weer.

De trail blijft de komende kilometers slingeren rond de Semois. Steeds wordt er weer afgedaald naar de rivier, waarna er weer een steile klim volgt. We lopen vooral op een zachte ondergrond in dennenbossen. Het veert lekker, maar het is wel oppassen voor de uitstekende boomwortels. Vooral in de afdaling is het opletten geblazen om niet te struikelen. Zeker de laatste kilometers als de vermoeidheid wat toeslaat.

In de laatste vijf kilometer word ik nog voorbij gesneld door een aantal vijftigkilometer-lopers. De snelheid zit er nog goed in en aanhaken lukt mij niet. Ik merk dat ik de trail goed heb ingedeeld, want versnellen gaat de laatste kilometers nog wel. Na 2 uur en 48 minuten bereik ik de finish. In de zesentwintig kilometer zijn meer dan 500 hoogtemeters overbrugd.

’s Avonds is het feest. Het gebraden zwijn komt op tafel, het bier vloeit rijkelijk en de band speelt wel zeker door tot één uur ’s nachts. Ik lig echter al om tien uur op bed om uit te rusten voor de trail van de volgende dag. Er staan nog veertien kilometer op het programma.

1 juli 2009

Ommekeer

Bekering houdt een radicale ommekeer in. Niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk. Nu ik van wielrenner opgedoopt (wielrennen – doop – doping, hoe toepasselijk…) ben tot loper, moeten mijn routes aangepast worden. De ommekeer moet letterlijk worden genomen. Gisteren ben ik naar Dorst getrokken naar het mountainbikeparcours en heb daar de route tweemaal tegen de rijrichting in al rennend afgelegd. En ik kan u zeggen, er ging een wereld voor mij open. Ten eerste zie je veel meer door de lagere snelheid en ten tweede is de route een schitterende trail dicht bij huis. Ik kende elke boomstronk op het parcours, maar al lopend tegen de klok in had ik geen idee meer waar ik was.

Verder moet ik zeggen dat de loopgoden mij zeer gunstig gezind zijn. Ik heb nu al meer gewonnen dan in mijn hele wielercarrière. Gisteren kwam daar een nieuwe prijs bij. Van het bestuur van de Van Goghloop – waar ik een PR op de tien kilometer liep – kreeg ik het bericht dat ik de gelukkige winnaar ben van een paar Brooks hardloopschoenen ter waarde van 130 euro. Ik had mijn fietsen veel eerder aan de wilgen moeten hangen!

29 juni 2009

Halve Marathon van Roosendaal

Rsd091894

Niks geen snelle tijd, niks geen PR. Daar was het allemaal veel te warm voor. Na twee kilometer van duw- en trekwerk om me door het veld heen naar voren te worstelen, wist ik al dat het vandaag veel belangrijker zou zijn op een fatsoenlijke manier uit te lopen. Vorig jaar was ik na 1:49:01 gefinisht, maar ik was helemaal kapot. De laatste vijf kilometer gingen echt niet meer. Daar had ik vandaag dus echt geen zin in. Mijn schema om vijf minuten per kilometer te lopen heb ik al na drie kilometer losgelaten. Bij alle drankposten ben ik even gaan wandelen om in ieder geval mijn bekertje helemaal leeg te drinken. Die paar seconden die je daardoor verliest maken bij een race zoals vandaag ook niets meer uit. Dat alles resulteerde erin dat ik pas na een minuut of 53 de tien kilometer passeerde. Maar alles liep nog goed. Vanaf het vijf-kilometerpunt werd ik door niemand meer ingehaald, maar raapte ik zelf wel steeds meer mensen op. Daar moet wel bij gezegd worden dat ik bijna helemaal achteraan in het veld ben gestart. Maar het was goed voor de moraal. Na vijftien kilometer merkte ik dat ik nog over had en ben ik gaan versnellen. Een tijd onder de 1:50 zat er nog steeds in. Hoewel de laatste kilometers door de stad door het slechte wegdek en de rook van de barbecues minder aangenaam waren, ging het nog steeds goed. En na een laatste eindsprint door de Molenstraat en over de markt finishte ik in 1:49:54. Geen mooie tijd, wel een goede (en verstandige) race.

27 juni 2009

Bekering

Bekering

Zo in de laatste maand van mijn drieëndertigste levensjaar is het gebeurd: ik heb het licht gezien, ik ben bekeerd. U, beste lezer, weet als wijs mens dat bekering – hoewel de bekeerde zelf daar vaak anders over denkt – niet zomaar van de ene op de andere dag plaatsvindt. Er moeten tekenen zijn! Voordat de radicale ommekeer kan plaatsvinden moet eerst de weg geplaveid worden. Een aantal visioenen doen het daarbij altijd goed. En visioenen heb ik afgelopen weken genoeg gehad. Daar was geen verre reis naar Lourdes of Jeruzalem voor nodig. Het Vijlenerbosch en Sonsbeekpark waren ver genoeg. En denk nu niet dat het hemelse visioenen waren die ik voorgeschoteld kreeg. Nee, de beelden waren rechtstreeks afkomstig uit de hel. Ik kan u zeggen dat veertig dagen vasten met alle bijkomstige verleidingen in de woestijn er niets bij zijn. Of ik nu werkelijk stemmen hoorde die zeiden ‘draai om nu het nog kan’ en ‘snelheid komt van de Duivel’ kan ik me niet goed herinneren. Mijn geest was te zeer vertroebeld. Ik weet wel dat ik het gevoel had dat ik de plek des onheils zo snel mogelijk moest verlaten en huiswaarts moest keren. En uiteindelijk heeft dat na een week van overweging geleid tot de radicale omslag die een bekering inhoudt.

Oh, u vraagt zich natuurlijk af waartoe ik bekeerd ben. Nee, schrik niet, ik ben geen godsdienstwaanzinnige geworden. Het is een bekering van een heel andere orde. Vanaf vandaag kunt u mij geen wielrenner of mountainbiker meer noemen, vanaf heden ben ik hardloper. Twee wielen goed, twee benen beter!

20 juni 2009

Over en uit!

Over en uit! Het is mooi geweest, ik ben er helemaal klaar mee. Afzien is geen probleem, al is het tien uur lang. Al moet ik tot het uiterste gaan en doet alles pijn. Ik kan het allemaal verdragen. Sterker nog, ik kies er zelf voor. Maar ik kies niet voor deze pure pech. Die laatste lekke band van vandaag was de druppel. De vijfde in één week tijd. Terwijl ik zelfs nog nieuwe buitenbanden op de racefiets had gelegd, stond ik vanmorgen toch in de stromende regen ergens op de Veluwe mijn banden te verwisselen. En dan te bedenken dat ik jaren heb gehad waarin ik maar één of twee keer lek reed in een seizoen.

Misschien is het een teken aan de wand. Voor mij is de lol er in ieder geval van af. Mijn fiets hang ik aan de wilgen. Mij zul je geen toertocht meer zien rijden.

14 juni 2009

Koersperikelen

Waar is het misgegaan tussen mij en de koers? Vorig jaar in de Mergelheuvellandtweedaagse toen ik in een afdaling met mijn achterwiel voluit op een steen klapte en de koers na dertig kilometer al voorbij was? Tijdens de Fietschallenge waar ik vorig jaar gevallen ben en dit jaar door een leegloper niet kon finishen? Ik weet het niet, maar gisteren tijdens Limburgs Mooiste kwamen allerlei beelden terug. Tot vijfendertig kilometer liep alles goed. Veel beter dan vorig jaar toen het gedurende de hele tocht stortregende. Ik was net het Vijlenerbos uit toen ik merkte dat ik achter weer een leegloper had. Snel verwisselen en dan maar door. Er stopte zelfs nog iemand van de organisatie om even te helpen. Ik was al snel weer op weg, maar één afdaling verder stond ik weer stil met een lekke band. En ik had de achterband helemaal schoongeveegd. Dit was dus geen knullige fout, dit was echt pure pech. De moraal was helemaal weg. Zeker als je ziet dat mountainbikers het liefst zo hard mogelijk met een grote glimlach langsrijden als je met stukken aan de kant staat. Slechts één medefietser – een vrouw – vroeg of ik hulp nodig had. Is dit typerend voor de wielersport? Ik weet wel dat ik tijdens de hardloop4daagse in Apeldoorn versteld stond van de gemoedelijkheid tussen de sporters onderling. Dat had ik bij het wielrennen nooit meegemaakt. Gelukkig voor mij bleken op het punt waar ik voor de tweede keer lek was gereden de routebordjes verkeerd te hangen. Iemand van de organisatie was de weg aan het wijzen en bij hem kon ik een bandje kopen. Ik kon weer verder. Eerst dacht ik ‘rechtstreeks naar de camping’, want ik had het helemaal gehad. Maar ik besefte ook dat als ik nu op zou geven het eind zoek zou zijn en ik de moraal zou verliezen elke andere koers ook maar uit te rijden. Dus ‘vol goede moed’ verder, alhoewel de lol er toch wel van af was omdat ik geen risico’s meer durfde te nemen, omdat ik niet nog een keer lek wou rijden. Zeer behoedzaam over de boomstronken en op kousenvoeten naar beneden in de afdalingen. Dat is geen echt mountainbiken meer!

Bij de splitsing van de vijfentachtig en de honderdentien kilometer koos ik voor de laatste. Dat was ook mijn oorspronkelijke plan. Hoewel ik er na een kilometer of tachtig een beetje doorheen begon te zitten, was ik blij dat ik door had gezet. Die vreugde verdween toen ik ineens aan de voet van de Wilhelminaberg in Landgraaf stond. Dat was de laatste klim! En nog maar vijfentachtig op de teller? Dit jaar kon ik zonder problemen omhoog fietsen, maar ik voelde me goed belazerd dat ik vijfentwintig te weinig op de teller had. Wil je doorfietsen, blijkt dat er iets is misgegaan met de routebordjes. Thuis bij het vergelijken van de routekaart met mijn GPS-gegevens bleek ook waar het fout was gegaan. Waar de man van de organisatie die mij dat binnenbandje had gegeven mij naar links stuurde, had ik eerst naar rechts moeten gaan en nog een extra lus van vijfentwintig kilometer moeten maken. Kan ik hem dat kwalijk nemen?

   

Showfoto2 Showfoto1

3 juni 2009

Hardloop4daagse: het verhaal

Etappe0901_182

Niet alleen de week voor de hardloopvierdaagse van Apeldoorn heb ik in de zenuwen gezeten. Ook de laatste uren voor de start waren spannend. Ik kon vrijdag op school pas om 15:30 vertrekken na de laatste les te hebben gedraaid. Voor 19:00 moest ik me echter al melden op het wedstrijdsecretariaat in Apeldoorn. Normaal gezien duurt de rit vanuit Roosendaal naar Apeldoorn maar anderhalf uur, maar niet aan het begin van het Pinksterweekend. Vanaf knooppunt Hooipolder stond het vast. Ik vreesde er werkelijk voor te laat aan te komen, maar gelukkig stond ik na meer dan drie uur rijden op tijd bij het secretariaat om mijn startnummer op te halen. Nog snel even de auto uitladen en de tent opzetten en daarna was het meteen warm lopen voor de eerste etappe.

Etappe0901_185

Om 19:30 werden we weggeschoten vanaf de atletiekbaan van Sportpark Orderbos voor een etappe van 16.4 kilometer door Hoog Soeren.  Door de spanning van de laatste uren in de auto had ik me niet echt goed voor kunnen bereiden. Ik startte ergens halverwege het veld van zo’n 250 atleten. Zonder al te veel na te denken heb ik me gewoon maar overgegeven aan de race. De eerste kilometers liep het voor geen meter. Ik had dorst en door een aantal korte valse klimmetjes door het mulle zand in de beginfase kwam ik totaal niet in een ritme. Pas na de eerste verzorgingspost toen het echte klimwerk begon kreeg ik wat vertrouwen. Ik liep nog steeds op een schema van vijf minuten per kilometer. Eigenlijk veel te snel. Het zwaarste gedeelte van de etappe was inmiddels achter de rug en ik voelde dat ik nog iets kon versnellen. Of dat echt verstandig was weet ik niet, maar het gaf wel vertrouwen voor de komende vijf etappes. Heuvel af haalde ik steeds wat lopers in, maar wanneer het iets begon te klimmen kwamen diezelfde lopers mij weer voorbij. Uiteindelijk werd het in het laatste rechte gedeelte naar de atletiekbaan één lange sprint. Ik werd net geklopt door een andere loper uit de categorie mannen senioren, waardoor ik als vierde in mijn categorie en als vierendertigste in het klassement van de 100 kilometer eindigde. Zeer tevreden over de race kon ik beginnen aan de enorme pannenkoek die voor mij klaar lag in de kantine. Daarna was het snel de rest van de auto uitladen en slapen.

Etappe0902_103

Zaterdagochtend was ik al om 7:00 wakker. De benen voelden niet goed aan. Waarschijnlijk omdat ik gisteren niet had uitgelopen. Daar had ik na die lange dag weinig zin meer in. Na een uitgebreid ontbijt van peperkoek en boterhammen met chocopasta ben ik met de auto richting recreatiegebied Het Leesten gereden. Om 11:00 zou hier de start plaatsvinden voor de tweede etappe van 20.5 kilometer door Spelderholt. Het warm lopen ging voor geen meter. Vijf minuten per kilometer lopen zat er vandaag echt niet in, dat voelde ik al snel.

Aan de start was het een stuk rustiger dan gisterenavond omdat deze etappe alleen voor de 100-kilometerlopers en niet voor de 60-kilometerlopers was. De organisatie had al gemeld dat dit wel eens de zwaarste etappe zou kunnen zijn en daar had ze gelijk in. De eerste vier kilometer na de start verliepen nog redelijk soepel en gingen nog binnen de twintig minuten. Daarna werd het echt zwaar. Ik was vooraan in het veld gestart. Dat leidde ertoe dat ik steeds werd ingehaald door snellere lopers die achter mij waren gestart. Dat werkte zeer demotiverend. Ik dacht dat ik niet meer vooruit kwam. Tot de tweede verzorgingspost ging het steil omhoog. Daarna werd het vlakker, maar het beste was er bij mij toen van af. Van de geasfalteerde fietspaden gingen we nu het bos in. Door de vermoeidheid kreeg ik steeds meer moeite het juiste pad door het mulle zand te vinden. Elke boomstronk op de weg leidde bij mij tot een enorme ergernis. Ik ging mezelf al afvragen waar ik aan was begonnen. Honderd kilometer binnen 72 uur? Deze twijfels tijdens de tweede etappe waren niet echt een goed voorteken voor het vervolg. Met veel pijn en moeite heb ik de etappe uitgelopen, maar veel plezier had ik er niet in de laatste kilometers. Snel terug naar de atletiekbaan om te douchen, te eten en te slapen. In de uitslagen lijst zag ik dat ik als nummer 40 de finishlijn had bereikt.

Etappe0902_185

Zaterdagavond om 17:30 vertrokken naar kasteel Ter Horst voor de etappe van 14.7 kilometer door Loenermark. Om 19:00 zou er gestart worden. Weer ging het warm lopen niet lekker. Dat deed mij ertoe besluiten heel rustig aan achter in het veld te starten om gewoon maar te zien wat er zou gebeuren. Het was druk bij het kasteel. Er waren blijkbaar veel daginschrijvingen. En ik wist al van te voren dat veel uitgeruste 60-kilometerlopers mij voorbij zouden snellen. Zij hadden immers geen ochtendetappe erop zitten.

Na de start was er een lange aanloop voordat de echte klim begon. Doordat ik mij niet op heb laten jagen door de snellere starters kwam ik al snel in een goed ritme. De klim naar de Loenermark verliep daardoor heel soepel. Ik kon steeds meer medelopers voorbijgaan en dat gaf veel vertrouwen. De etappe was schitterend. Veel mooier dan de ochtendetappe, maar dat kwam misschien ook omdat ik toen veel meer heb afgezien. Vooral de enorme lange klim over de heide was adembenemend. De laatste kilometers terug naar het kasteel vielen wat tegen, maar die waren goed om nog even aan te zetten. Uiteindelijk kwam ik als nummer 38 van de 100-kilometerlopers over de finish. In het klassement bij de mannen senioren was ik na de twee etappes van vandaag opgeschoven naar de derde plaats omdat mijn naaste concurrent in deze etappe had opgegeven.

Etappe0903_059

Zaterdagavond lag ik al vroeg op bed waardoor ik zondagochtend ook weer vroeg wakker was. Deze ochtend stond er een tijdloop op het programma. Omdat ik in de middenmoot van het klassement van de 100-kilometerlopers stond moest ik al vroeg starten. 10:11 om precies te zijn. De tijdloop ging over een geaccidenteerd parcours van 8.7 kilometer door het Ugchelse Bosch. Om de 30 seconden werd gestart vanuit een paardenwagen. De organisatie had er echt werk van gemaakt. Het was net een tijdrit in de Tour de France. Na de start begon meteen een steile klim. Ik zag nog drie lopers die net achter mij in het klassement stonden voor mij lopen. Dat is het mooie van zo’n tijdloop: je hebt een richtpunt. Ik kwam alleen niet dichterbij. En ik wou ook niet forceren, want er kwamen nog meer etappes. Pas na de lange steile klim door het bos merkte ik dat ik wat andere lopers kon naderen. Dat waren echter niet de lopers die net voor mij waren gestart. Die kwam ik pas in de laatste lange afdaling tegen. Maar tegelijkertijd werd ik ook ingehaald door lopers die na mij waren gestart. Ik kon nog versnellen naar de finish toe, maar ik moest oppassen niet onderuit te gaan door de vele ongelijkmatigheden op de weg. Of ik er veel mee opgeschoten ben weet ik niet want ik werd nummer 36 in de tijdloop. Nog heel even heb ik gekeken hoe de anderen van start gingen en binnenkwamen, maar al snel besloot ik terug naar de tent te gaan om te rusten. Om 17:00 was de volgende etappe al weer.

Etappe0903_280

De vijfde etappe was waarschijnlijk wel de mooiste etappe. De route van 18.8 kilometer liep door Kootwijkerzand en had alles in zich: heide, bos, zandverstuivingen en veel klim- en daalwerk. De eerste elf kilometer na de start liepen voornamelijk naar beneden over de verharde weg. Ik ben expres niet te snel gestart, want daarna was het alleen nog maar onverhard. De route door de Hoog Buurlosche heide was door het mulle zand enorm zwaar. Het was constant zoeken naar het juiste pad. En ook de enkels en knieën werkten niet echt mee. Na de heide moest er door het bos worden gelopen. Dat was een veraangenaming, omdat de paden beter werden, maar ook omdat we zo minder last hadden van de brandende zon die de etappe nog zwaarder maakte. Geen moment was het echt vlak. Niet alleen de knieën en enkels hadden het zwaar te verduren. Ook de bovenbenen voelden steeds pijlijker aan. Maar het idee dat na deze etappe het einde van de 100 kilometer toch ver in zicht was, gaf genoeg moed om door te zetten. Ik kon nog ruim onder de twee uur als nummer 35 finishen. In het algemeen klassement was ik weer wat plaatsen gestegen, of doordat er mensen waren uitgevallen of doordat ik wat lopers had ingehaald. In mijn categorie stond ik nog steeds derde. Een mooi doel om te behalen. Tweede worden zat er van het begin af aan al niet in. ’s Avonds nog even naar de pastaparty bij de plaatselijke voetbalclub. Nou ja pastaparty? Wel veel pasta, maar weinig party, want ik lag al vroeg onder de veren.

   

Etappe0906_856_2   

 

Maandagochtend zou er om 11:00 gestart worden voor de laatste etappe over de Asselsche Heide, een halve marathon, dus iets meer dan 21 kilometer. Voor mij was de opdracht alleen nog maar uitlopen. Al zou ik kruipend de finishlijn moeten passeren. Ik was er al zeker van dat ik ruim onder de 10 uur zou kunnen finishen. Al mijn vooropgestelde doelen waren daarmee bereikt. Omdat het weer ontzettend druk was aan de start ben ik ver achteraan in het veld gestart. Ik kan niet anders zeggen dan dat de eerste kilometers erg soepel verliepen. Ook al ging het langzaam omhoog, ik voelde mijn benen bijna niet. Ik kon echt genieten van de omgeving. Aangekomen op de Amersfoortse weg, het hoogste punt van de vierdaagse zo’n honderd meter boven NAP, veranderde dat snel. Vanaf nu ging het snel naar beneden over de verharde weg. Ik ging nog wel snel vooruit, maar het was werkelijk een aanslag op mijn bovenbenen. Elke pas deed pijn. Toen we richting Asselsche Heide draaiden kon ik alleen nog maar verlangen naar de finish. Echt genieten was er ondanks de mooie omgeving niet meer bij. Pas toen ik zag dat andere lopers het ook moeilijk hadden, kreeg ik weer wat moed. Ik was niet de enige. De laatste vijf kilometer kon ik zelfs nog versnellen en een heleboel medelopers oppikken. Aangekomen op de atletiekbaan perste ik er nog een laatste sprint uit waardoor ik na twee uur en zeven minuten de finish passeerde. Net nog onder de zes minuten per kilometer. Ik had het gehaald! En dan ook nog met een podiumplaats bij de mannen senioren.

 

2 juni 2009

Hardloop4daagse: de beelden

Etappe0903_061

Etappe0905_095

Etappe0906_301

Pict0072

1 juni 2009

Hardloop4daagse: de uitslagen

Etappe0904_027

Etappe 1: 29 mei 19:30, Hoog Soeren

Time: 1:21:00

Distance: 16.4

Avg pulse: 139

Avg speed: 4:52 m/km

Classification: 34

          

Etappe 2: 30 mei 11:00, Spelderholt

Time: 1:54:51

Distance: 20.5

Avg pulse: 125

Avg speed: 5:36 m/km

Classification: 40

            

Etappe 3: 30 mei 19:00, Loenermark

Time: 1:24:19

Distance: 14.7

Avg pulse: 121

Avg speed: 5:39 m/km

Classification: 38

         

Etappe 4 (tijdloop): 31 mei 10:11, Ugchelse Bosch

Time: 0:45:59

Distance: 8.7

Avg pulse: 131

Avg speed: 5:13 m/km

Classification: 36

          

Etappe 5: 31 mei 17:00, Kootwijkerzand

Time: 1:50:59

Distance: 18.8

Avg pulse: 118

Avg speed: 5:51 m/km

Classification: 35

          

Etappe 6: 1 juni 11:00, Asselsche Heide

Time: 2:07:20

Distance: 21.2

Avg pulse: 118

Avg speed: 5:57 m/km

Classification: 35

         

Einduitslag:

Time: 9:24:06

Distance 100.0

Classification: 34

      

Ik ben tot mijn volle tevredenheid als derde geëindigd bij de mannen senioren. Ik moest na de laatste etappe dus nog wachten op de huldiging. Dat is me nog nooit overkomen. Het was een geweldig weekend met schitterende, maar loodzware etappes. Een volledig verslag volgt later. Eerst maar eens even uitrusten!

28 mei 2009

Hardloop4daagse Apeldoorn

Ik moet toch echt toegeven dat ik licht de zenuwen begin te krijgen. Een gezonde spanning of gewoon zenuwachtig? Ik weet het niet. Wel weet ik dat ik gisteren tijdens een heel rustig duurloopje ineens allerlei pijntjes begon te voelen. Mijn rechter knie, mijn linker kuit, een nog niet volledig geheelde blaar op mijn voet… Komend weekend doe ik mee aan de hardloop4daagse in Apeldoorn en de twijfels beginnen te komen. Honderd kilometer in zes etappes binnen 72 uur. Gaat dat wel lukken, kan ik dat wel? Zal ik niet de schlemiel van Apeldoorn worden? Ik heb de lat voor mezelf niet al te hoog gelegd. Ik wil uitlopen – dat in ieder geval – en het liefst binnen 10 uur. Dat zou gemiddeld 6 minuten per kilometer betekenen. Dat is natuurlijk helemaal niet zo snel, maar ik heb geen idee hoe mijn lichaam reageert op zoveel kilometers in zo’n korte tijd. We zullen het wel zien. Wat betreft het weer ziet het er in ieder geval veelbelovend uit.

Voor de liefhebbers: vanaf vrijdagavond kunt u de uitslagen hier live volgen. Ik heb startnummer 1027.

21 mei 2009

Dauwrennen in Den Hout

Wat doe je op de vroege ochtend op Hemelvaartsdag? Dauwtrappen natuurlijk! In mijn geval dauwrennen. Ik had een tip gekregen dat in Den Hout, een dorpje op tien kilometer afstand van Breda, jaarlijks met Hemelvaart in de vroege ochtend een prestatieloop wordt gehouden. Er kon gekozen worden voor 7.5, 10 of 15 kilometer. Ik ging zelf voor de langste afstand. Vannacht om half vier was ik al wakker. Ik ben meteen maar opgestaan, want ik vreesde dat als ik weer in slaap zou vallen ik niet meer op tijd wakker zou worden. Na twee grote bakken koffie zat ik om half vijf op de fiets richting Den Hout. Ik was niet de enige op straat, het was druk in Breda. De laatste bezoekers van de kroegen waren nog steeds op weg naar huis. Mijn weg verliep echter aanmerkelijk vlotter en rechter. Om klokslag vijf uur stond ik op de Houtse heuvel om me in te schrijven. Ik was één van de eersten aangezien er pas om zes uur gestart werd. Maar al snel kwam het dorp tot leven. Niet alleen kwamen er steeds meer lopers, ook de muzikanten van de verschillende harmonieën verzamelden zich om langs het parcours de muzikale begeleiding te verzorgen. Om zes uur klonk er geen startschot. Nee, wanneer de kerkklok voor de zesde keer luidde mocht er gestart worden. Een mooie traditie!

Bij mij verliepen de eerste kilometers allemaal wat moeizaam. Ik merkte dat ik maar vier uurtjes geslapen had. En die twee bakken koffie waren ook niet echt goed gevallen. Blijkbaar ben ik geen ochtendloper.

Het parcours liep van Den Hout richting Oosterhout. Na de brug over het Markkanaal ging de route langs het kanaal en de zandwinplas terug richting Den Hout waar de 7.5-kilometerlopers konden finishen. Voor de 10- en de 15-kilometerlopers volgde er nog een lange lus door de polder tussen Den Hout en Terheijden.

Na een kilometer of vijf begon ik een beetje in een ritme te komen. Het 5-kilometerpunt passeerde ik in 24:39. De temperatuur was heerlijk en ik kreeg zelfs het idee dat het helemaal goed zou komen. Mijn maag was inmiddels ook wat tot rust gekomen. Ik probeerde wat te versnellen. Op de tien kilometer kwam ik door in 49:01. Daar kon ik best tevreden mee zijn. Nog twee kilometer ging het goed, maar de laatste drie kilometer tot Den Hout had ik het idee dat ik niet meer vooruit kwam. Vooral de klinkerwegen en de stukken over de kasseien deden pijn. Uiteindelijk kon ik na vijftien kilometer op de Houtse heuvel finishen in 1:14:34. Geen tijd om ontevreden over te zijn. En de bak koffie en het worstenbrood bij de finish waren een aangename verrassing. Ik verbaasde me er overigens wel over dat er mensen om 7:15 alweer aan hun eerste pilsje zaten. Daar was het voor mij toch echt iets te vroeg voor.

Vanmiddag merkte ik wel dat het vroege opstaan zijn tol eiste want tijdens het kijken naar de belangrijkste tijdrit van de Giro ben ik op de bank voor de televisie in slaap gevallen. Een goed begin van een rustige week voor de deelname aan de 100 kilometer van de Hardloop4daagse in Apeldoorn in het Pinksterweekend.

19 mei 2009

'Ik fiets, dus ik denk'

Ik hou van boeken over sport. Nu zijn er verschillende categorieën sportboeken. Het minst aantrekkelijk vind ik de boeken die (met wat hulp) zijn geschreven door de topsporters zelf. Ik kan niet echt warm lopen voor ‘Door de pijngrens’ van Lance Armstrong of ‘Alles of niets’ van Jan Ullrich. Niet omdat hun verhalen niet zo interessant zouden zijn, maar om de eenvoudige reden dat de meeste topsporters maar één talent hebben en dat is niet de kunst van het schrijven. Nee, geef mij maar de verhalen van de mindere goden die wel kunnen schrijven. Ik heb heel erg genoten van ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’ van Haruki Murakami. Hij vermengt zijn sportverhalen met autobiografische en filosofische beschouwingen. Hetzelfde doet de Vlaamse filosoof Marc Van den Bossche in zijn boek ‘Wielrennen’. Al eerder heb ik een stukje aan dit boek gewijd, maar afgelopen weken heb ik het boek herlezen.

Volgens Van den Bossche is wielrennen niet zomaar sport, het is een manier van leven en daarbij een noodzakelijke voorwaarde voor zijn bestaan als filosoof. ‘Als ik ga fietsen, dan knutsel aan mijzelf, aan mijn ‘ik’. Twee uur fietsen betekent een dag nieuwsgierig zijn. De door het fietsen opgewekte stemming laat sporen na in mijn werk, in mijn omgang met anderen. En ik blijf bijleren over mezelf.’ (p. 117) Door te fietsen of te wielrennen wordt het lichaam opengesteld voor het denken. De ware wielrenner is volgens Van den Bossche de renner die alleen rijdt. ‘Fietstijd is andere tijd. De tijd van een lichaam. De tijd van landschappen. In groep fietsen, zoals wielrenners doorgaans plegen te doen, zorgt ervoor dat dit levensbeschouwelijke aspect verloren dreigt te gaan.’ (p. 121) En dan heeft de mountainbike nog de voorkeur boven de racefiets. ‘De mountainbike laat me toe sportief te rijden en toch de lof der traagheid in ere te houden.’ (p. 124) Ik kan dit alles alleen maar beamen.

10 mei 2009

Halve Marathon van Gilze

Als iets gewoon verloopt zoals het zou moeten verlopen valt er zo weinig over te vertellen. U, beste lezer, verwacht hier lovende recensies van geniale concerten of verslagen van dramatische nederlagen van uw webheld. En geef maar toe, u zit helemaal niet te wachten op een saai verslag van een race die helemaal volgens schema verliep. Helaas, zou ik er bijna bij zeggen, is het niet anders. De Halve Marathon van Gilze was een race volgens het boekje. Al lang geleden had ik ingezet op een nieuw persoonlijk record van 1:45:00 op de 21.1 kilometer. Mijn oude persoonlijk record stond op 1:49:01, gelopen tijdens mijn eerste halve marathon in Roosendaal in juni 2008. Een maand geleden in Utrecht was het door de hitte niet gelukt dit PR te verbeteren. Afgelopen zaterdag volgde er een nieuwe kans. En er valt eigenlijk weinig bijzonders over te vertellen. De eerste tien kilometer liep ik in 50:11, daarna begon ik wat te versnellen. Op vijftien kilometer kwam ik door in 1:14:57. Intussen was ik bezig met mijn opmars en haalde ik steeds meer lopers in. De twintig kilometer passeerde ik in een nieuw persoonlijk record: 1:39:49. Na er nog even alles uitgeperst te hebben in de laatste kilometer kon ik finishen in 1:44:15. Missie volbracht! Beetje saai hè!

Misschien moet ik er nog bij vertellen dat ik de avond ervoor bij het concert van The Veils in de Mezz ben geweest. De drank vloeide rijkelijk. Niet alleen bij mij, maar vooral bij Veils-frontman Finn Andrews. Finns stem was waardeloos (waarschijnlijk door een avondje stappen in Amsterdam), maar de stemming zat er goed in. Geen flauwekul, niet zeuren over keelpijn. Gewoon drie tequila erin en spelen maar. Wat er morgen van de stem – en van de apparatuur - over is, is van latere zorg. Vol overgave op het optreden storten, dat is pas rock ’n roll. ‘Gaan en we zien wel waar het schip strandt’. Ik mag dat wel, zo’n houding. En als ik eerlijk ben, misschien is vrijdagavond in de Mezz wel de basis gelegd voor mijn saaie, maar goede race van zaterdag.

5 mei 2009

Fietschallenge 2009: het verhaal

De fietschallenge, ja wat moet ik ervan zeggen? Laat ik ten eerste stellen dat ik zaterdag heerlijk gereden heb. Om 12:00 werden we met zo’n 900 mountainbikers weggeschoten. Het was meteen klimmen over de asfaltweg richting het Drielandenpunt. Nadat we net voor de top afsloegen de bossen in hebben we bijna geen asfalt meer gezien. De drukte leidde in het begin tot veel opstoppingen. Als er iemand voor je van de fiets moet ontstaat er meteen een enorme file. Dat is het nadeel van samen starten. Wil je files ontlopen en voor een toptijd gaan, dan zul je vanaf de start de Vaalserberg op moeten sprinten. Na een half uur was het veld wat uitgedund en was het aangenamer rijden. Je zat elkaar niet meer zo in de weg. De eerste lus van 40 kilometer liep door Nederland langs Camerig, Epen en dan door het Vijlenerbos weer terug naar Vaals. De route was afwisselend, steile bospaden werden afgewisseld met lange landelijke wegen en afdalingen door met keien bedekte uitgesleten paden. Vooral in de afdalingen was het oppassen niet lek te stoten of onderuit te gaan over de boomwortels. Na mijn val van vorig jaar ben ik toch wat voorzichtiger geworden in het dalen en dat merk je meteen in de snelheid. In het laatste gedeelte van de eerste lus ging het mis. Een bordje gemist waardoor we met een groep van een man of twintig de afdaling invlogen. Een lange mooie technische afdaling, maar helaas niet op de route! Beneden gekomen was er alleen nog een weiland waar een boer rustig aan het werk was. We moesten dus weer helemaal naar boven waar de route linksaf sloeg naar Vaals. Uiteindelijk had ik er na de eerste omloop al meer dan 45 kilometer op zitten. Na mijn bidons te hebben gevuld ben ik snel doorgegaan naar de tweede omloop die voornamelijk door de bosgebieden aan de Duitse kant van de grens liep. De laatste twintig kilometer waren zwaar door de vele steile beklimmingen over uitstekende boomwortels. Het beste was er bij mij wel van af en bij de laatste beklimming van de Vaalserberg moest ik op het aller-steilste stuk toch echt even van de fiets. Na iets meer dan vier uur en 65 kilometer ben ik gefinisht. Niet sneller dan vorig jaar, maar dat kwam vooral door de extra lus die ik gemaakt heb.

De volgende dag voelden de benen niet echt slecht aan. Goede hoop dus voor de racecyclo van 150 kilometer. Het weer was wat minder maar dat was niet zo erg, want de zaterdag was het wel erg warm. In die vier uur mountainbiken heb ik zeker vijf liter gedronken. Na de start om 9:00 was het weer de Vaalserberg op. Ditmaal met 1400 wielrenners waaronder een aantal profs van Skil-Shimano en AA-Drink helemaal tot de top. Omdat de route over bredere wegen loopt heb je bij de cyclo minder last van de drukte. Door de hogere snelheid dunt het veld ook veel sneller uit. Ik ben niet met een snellere groep meegesprongen, maar ben meteen mijn eigen tempo gaan rijden. Dat is wel de les van vorig jaar toen het tot de helft allemaal goed ging, maar waarna het licht bij mij uit ging. Eigenlijk verliep alles goed tot 110 kilometer, net voor de laatste verzorgingspost. Ik merkte dat ik een leegloper achter had en kon het nog net redden tot de post. Daar snel een nieuw bandje erop gelegd zodat ik binnen tien minuten weer weg was. Ik was er niet helemaal gerust op, want ik had maar één reserveband meegenomen. Als er nog iets zou gebeuren, zat ik met een groot probleem. Maar tot de 125 kilometer leek er niets aan de hand. Ik zou mooi kunnen finishen in een tijd rond de 5:30. Aangekomen in Reymerstok merkte ik dat de druk in de achterband weer minder werd. Weer een leegloper! Ik stond in dubio. Proberen uit te rijden, met de kans ergens in the middle of nowhere stil te komen staan, of de kortste weg naar Vaals nemen. Ik koos voor het laatste. Maar die kortste weg naar Vaals was nog steeds 15 kilometer. In het begin was het om de drie kilometer de band oppompen, maar hoe dichter ik bij Vaals kwam, hoe vaker ik moest pompen. Op het laatst was dat om de vijfhonderd meter. Ik had er behoorlijk de pest in. Voor mij geen finish in de cyclo en dus ook geen combiklassement. Het was een beetje een zuur einde van twee mooie fietsdagen. Dat kon geen pastaparty meer goed maken! Na mijn chip te hebben ingeleverd bij de start heb ik de spullen gepakt om naar huis te rijden. Op de terugweg naar Breda begon al snel het goede gevoel te overheersen. Ik heb lekker gereden, het weer was goed, de route was mooi en wat maakt het dan uiteindelijk nog uit dat je niet gefinisht bent? Wat me nog het meest tevreden stelde is dat ik maandag zonder enige spierpijn een loopduurtraining van bijna twee uur vol kon maken.

4 mei 2009

Fietschallenge 2009

Fc1aFc2a_2

En voor meer plaatjes: Download fietschallenge_2009_foto.doc

1 mei 2009

Missie geslaagd!

Oud_gastel

Vorig jaar op Koninginnedag was ik nog de schlemiel van Oud Gastel. Bij de Vlietloop had ik in het startvak van de 5 Engelse mijl plaatsgenomen, terwijl de 10 Engelse mijl, die ik wou lopen, een heel eind verderop startte. Pas na een kleine ronde door Gastel kwam ik er achter dat ik in de verkeerde groep zat. Daarna was het een grote inhaalrace en ik kon uiteindelijk nog net de laatste lopers van de 10 Engelse mijl inhalen. Voor mij was het niet alleen verwarrend, voor het publiek ook: was ik nou zo ontzettend snel of ontzettend langzaam. Ik kreeg in ieder geval wel extra applaus.

Gisteren was het tijd voor revanche. Ik was extra vroeg van huis gegaan om me goed voor te bereiden. Ik vreesde er een beetje voor dat heel de Vlietloop afgelast zou worden in verband met de gebeurtenissen in Apeldoorn, maar dat was niet het geval. Na het inlopen heb ik al snel het juiste startvak opgezocht dat ver verwijderd lag van het startvak van de 5. Vorig jaar heb ik zeker 11 Engelse mijl gelopen! Om 3 uur stipt klonk het startschot. Er waren zo’n 150 deelnemers van wie de meeste mij meteen voorbij snelden. Het valt mij op dat bij zo’n loop vanaf de start gesprint wordt. Ik heb rustig aan gedaan. Mijn doel was lekker te lopen en in een PR te finishen, het liefst onder de 1 uur en 20 minuten. Ook al werd ik in de eerste kilometers voorbij gelopen, ik zag dat ik goed op schema liep, zo rond de 4:50 per kilometer. Dat tempo kon ik wonderbaarlijk goed vasthouden. Na een kilometer of vier kwam een klein groepje mij voorbij. Ik had eerst nog het idee om aan te pikken, maar het ging net iets te snel. Liever eigen tempo lopen om na de tien kilometer iets te versnellen. De eerste vijf kilometer ging in 24:03, mooi op schema. De volgende kilometers leek het of de groep voor mij steeds meer afstand nam, en vanuit de achterhoede kwam niets meer terug. De tweede ronde langs de Vliet heb ik dus helemaal alleen gelopen. Op zich was dat niet zo erg want er stond geen wind. Ik was zo niet echt in het nadeel. Na tien kilometer kwam ik door in 48:43. Ik heb wel een aantal malen sneller gelopen, maar dat was altijd in een training, nooit in een wedstrijd. Dus mijn eerste officiële PR had ik binnen. Ik zag dat er een aantal mensen voor mij aan het terugvallen was, en ik haalde de laatste mensen van de 5 Engelse mijl in. Dat gaf een extra stimulans om een tandje bij te zetten. Langzaam raapte ik steeds meer mensen op. En het lopen ging nog steeds ontzettend soepel. De vijftien kilometer bereikte ik in 1:13:03, mijn tweede PR. Toen wist ik dat het niet meer verkeerd kon gaan en heb ik die laatste kilometer het tempo nog verder opgevoerd waardoor ik finishte in 1:18:15. In de uitslag is dat nog steeds ver in de achterhoede (plaats 105), maar dat neemt niet weg dat ik zeer tevreden naar huis ben gegaan.

Vandaag nog even losfietsen en wat sleutelen aan de mountainbike en dan morgen in alle vroegte naar Vaals voor het fietschallengeweekend. Ik hoop daar in het combiklassement bij de eerste 20 te eindigen.

Ik heb mij overigens ingeschreven voor mijn eerste trailrun. In het weekend van 4 en 5 juli maak ik mijn debuut op het Festival de Trails à Chiny. Zaterdag ga ik voor de 26 kilometer en zondag voor de 14 kilometer. Om me nu meteen voor een ultratrail van 50 kilometer in te schrijven vond ik toch wel een beetje overmoedig.

29 april 2009

Het wordt koers!

Stelvio

Deze zomer geen lange reis voor mij naar de andere kant van de wereld. Ik doe het dit jaar iets ‘rustiger’ aan. Maandag 27 juli vertrek ik met de bus richting Bolzano in het noorden van Italië voor een tocht op de racefiets van ongeveer 1100 kilometer. In elf etappes wordt gereden van de Stelvio naar Alpe d’Huez.

De eerste etappe voert over 110 kilometer van Bolzano naar Sta Maria Münstertal in Zwitserland. Daar vindt de volgende dag de tweede etappe plaats: een rondrit van 62 kilometer over de Passo di Stelvio (2758m), die vanaf de noordkant wordt beklommen. De derde etappe is 125 kilometer lang en eindigt in Samedan. De vierde etappe voert over de Ofenpass (2149m) in 95 kilometer naar Chur. Daarna volgt er een rustdag. Vanuit Chur gaat het weer de hoogte in, over de Abdulapass (2316m) en de Lenzerheidepass (1549m) naar Disentis, een etappe van 110 kilometer. Etappe zes is wat korter, 80 kilometer, maar loopt wel over de Furkapass (2431m) en de Oberalppass (2044m), om uiteindelijk in Reckiningen te eindigen. Daarna volgt er een lange overgangsetappe van 110 kilometer langs de Rhône naar Martigny. Na vele hoogtemeters is het dan tijd voor een tweede rustdag. Via de Col du Grand-Saint-Bernard (2469m) voert etappe acht in 85 kilometer weer terug naar Italië waar geslapen wordt in Aosta. Vanuit Aosta is het in 80 kilometer over de Col du Petit-Saint-Bernard (2188m) naar Bourg St Maurice in Frankrijk. Etappe tien is in lengte de koninginnenrit: de 130 kilometers voeren over La Plagne en de Col du Madeleine (1993m) naar La Chambre. De slotetappe van 94 kilometer loopt over de Col du Glandon (1924m) naar Bourg d’Oisans waar natuurlijk geëindigd wordt met de beklimming van Alpe d’Huez.

Mijn doel is om niet alleen de elf etappes te rijden, maar ook om op beide rustdagen en de aankomst- en vertrekdag te koersen. Zo kan ik er een mooie etappekoers van ongeveer 1500 kilometer in 15 dagen van maken.

26 april 2009

Veldtoertocht Loenhout

Loenhout

Sinds de Peter van Petegemclassic van vorige week ben ik wat aan de sukkel geraakt, wat futloos, verkouden en wat hoofdpijn. Alle trainingen van deze week heb ik overgeslagen. Tot mijn grote frustratie, want ik had het idee dat mijn conditie steeds beter werd. En het weer was geweldig. Tegen het einde van de week begon ik steeds chagrijniger te worden. Zaterdagochtend heb ik de knoop doorgehakt en ben ik – ondanks dat mijn hoofd helemaal vol zat – toch gaan lopen. Misschien niet helemaal verstandig, maar het deed wel goed. En die week rust had ook goed gedaan, want de benen voelden als nieuw. Zonder problemen heb ik de 16 kilometer vol gemaakt. Alleen van die vervelende verkoudheid kom ik maar niet af.

Vanmorgen ook maar doorgezet en in alle vroegte met de mountainbike naar Loenhout gereden, hier net over de grens. Het weer deed wat herfstig aan dus het was tijd voor een echte veldtoertocht. Die Vlamingen gaan ook in de lente stug door met het organiseren van veldtoertochten. Ik heb gekozen voor de 50 kilometer. De route liep door de bossen en weilanden in de omgeving van Wuustwezel. Erg spectaculair en zwaar was de tocht niet, maar ik zat aan het eind toch goed onder de modder zoals het hoort bij een echte veldtoertocht. En toen ik langs Meer en Meerseldreef terug naar huis was gereden had ik na vier en een half uur koersen toch meer dan 100 kilometer op de teller staan. Een goede laatste training op de mountainbike voor de Fietschallenge van volgende weekend in Vaals. Daar moet het gaan gebeuren!

20 april 2009

Peter van Petegemclassic (2)

Wilt u uw held zien ploeteren op de Molenberg, bekijk dan hier de compilatie: Download peter_van_petegemclassic.doc .

19 april 2009

Peter van Petegemclassic

Molenberg

Na de Ronde van Vlaanderen heb ik de smaak te pakken gekregen. Terwijl heel het fietscircus richting Zuid-Limburg is getrokken voor de toerversie van de Amstel Gold Race heb ik de auto richting Oudenaarde gepakt voor de Peter van Petegemclassic. Deze classic is ook onderdeel van de Lotto Cycling Tour, maar wordt niet zo druk bezocht als de toerversie van de Ronde van Vlaanderen. Een goede gelegenheid voor mij dus om op de racefiets het Oost-Vlaamse land te doorkruisen. De route loopt door het gebied tussen Oudenaarde en Brakel, het trainingsgebied van de Zwarte van Brakel, Peter van Petegem. Er wordt een aantal klassieke hellingen aangedaan: de Berendries, La Houppe, de Taaienberg, Varent en als afsluiter de Molenberg.

Zoals gewoonlijk was de tocht perfect georganiseerd. Laat dat toertochten uitzetten maar aan de Belgen over! Bij de bevoorradingen was voldoende etenswaar en sportdrank te krijgen en er werd gezorgd voor een snelle doorstroming. Dat is in Nederland wel eens anders. Bij de Steven Rooksclassic heb ik zelfs meegemaakt dat er niet eens meer water te krijgen was om de bidons te vullen, terwijl het inschrijfgeld het drievoudige was van wat de Belgen rekenen.

Voor mij was het de eerste lange tocht op de racefiets. En dat was te merken. Tot vier uur koers ging alles goed. Ik had er inmiddels 110 kilometer en twaalf hellingen opzitten en het verliep allemaal redelijk soepel. Maar op de Taaienberg, na 115 kilometer ging het licht uit. Het was alleen nog maar balanceren om op de gladde kasseien niet onderuit te gaan. Op de hellingen ging het nog redelijk, maar op de stukken vals plat kwam ik tot mijn grote frustratie niet meer vooruit. Waar bijna iedereen buitenblad reed, moest ik met een koffiemolentjesverzet de hoogtemeters trotseren. De enige oorzaak die ik kan bedenken is dat ik gewoon te weinig trainingskilometers in de benen heb. De laatste dertig kilometer heb ik rustig uitgereden, waardoor ik vijf en een half uur onderweg was om de 145 kilometer vol te maken. Bijna ongemerkt heb ik in die tijd wel 1400 hoogtemeters overbrugd.

Al met al was het een goede training voor de fietschallenge, maar ik weet ook dat er nog veel moet gebeuren. Een goede reden om over twee weken een lang weekend naar de Ardennen te trekken om te trainen.

14 april 2009

Halve Marathon van Utrecht

Halve_marathon_van_utrecht

Via de site Loperswereld van het AD had ik een startbewijs voor de Halve Marathon van Utrecht gewonnen. De prestatieloop paste niet echt in mijn programma, maar dat maakt op zich niets uit. Een gratis startbewijs moet je nooit laten schieten. Mijn uitgangspunt was eerst om binnen de twee uur te finishen, maar aangezien de trainingen de laatste tijd erg soepel verliepen ben ik die tijd gaan bijstellen. Naar aanleiding van de eindtijd in de 20 van Alphen had ik bepaald dat ik onder de 1:48:00 zou willen lopen. Dat zou een PR zijn op de halve marathon. Gezien de laatste trainingen zou dat goed mogelijk moeten zijn. Ik had echter geen rekening gehouden met het weer.

De laatste uren voor de start heb ik enorm veel gedronken, omdat het erg warm zou worden. Dat had tot gevolg dat ik met een wat opgeblazen gevoel aan de wedstrijd begon. De eerste kilometers liepen goed. Zo rond de 5:00 per kilometer. Ik werd van alle kanten voorbij gesneld, maar dat was geen probleem. Mijn tijd zou wel de tweede periode van de race komen. Bij alle drinkposten ben ik even gestopt. Niet moeilijk doen door al lopend uit een bekertje te drinken, die paar seconden tijdverlies maakt ook niets uit. Het lopen ging lekker, maar ik merkte dat ik zo halverwege de race nog niet echt kon versnellen. De tijden waren opgelopen tot 5:15 per kilometer. Dat was het moment dat ik besloot mijn doel maar te laten varen en gewoon lekker op gevoel uit te lopen. Dat gaf meteen wat meer ontspanning in het lopen. Ondertussen was ik inmiddels het zestien kilometerpunt voorbij. Ik merkte dat er meer inzat en begon langzaam te versnellen. Uiteindelijk kon ik de kilometertijden zonder probleem weer onder de 5:00 brengen. De laatste kilometers heb ik zo tientallen lopers ingehaald. De meeste zaten helemaal stuk, maar bij mij ging het steeds beter. Na een stevige eindsprint ben ik gefinisht in 1:49:31. In het middengedeelte had ik te veel tijd verlopen om nog onder de 1:48:00 uit te komen, maar toch ben ik zeer tevreden omdat ik eigenlijk helemaal niet goed tegen lopen in de warmte kan. Maar de meeste voldoening gaf nog wel het feit dat ik vandaag zonder enige spierpijn een duurtraining van zestien kilometer af kon werken. Dat geeft goede moed voor de honderd kilometer van de hardloopvierdaagse in het pinksterweekend.

6 april 2009

Ronde van Vlaanderen

Vlaanderenmtb

Dat is nu eenmaal zo als je een wielerklassieker rijdt de dag voordat de profs het parcours opgaan. Overal staat publiek en overal staan fotografen, ook op de momenten dat je ze liever niet ziet. Zo zijn er vele foto's gemaakt van wielertoeristen die spontaan omvielen op de Muur. Niets is erger dan een helling op moeten lopen terwijl er publiek aan de kant staat. Gelukkig heb ik nergens voet aan de grond moeten zetten! Wilt u meer foto’s van uw held in de Ronde zien? Bekijk dan hier de compilatie: Download rvv.doc. Handtekeningen op aanvraag!

5 april 2009

Vlaanderens Mooiste

Kapelmuur

Hoe anders begon het dan vorig jaar. Vorig jaar had ik ook de nacht voor de ronde in de auto geslapen, maar toen had ik geen oog dichtgedaan omdat het pijpenstelen regende. Nu was het droog, maar koud. Ik ben slechts een keer of vier wakker geworden om naar het toilet te gaan. Vorig jaar had ik al veel getraind om de 75 kilometer tot een goed einde te brengen. Dit jaar had ik me ingeschreven voor de 100 kilometer mountainbike, maar van trainen was niet veel gekomen. Maar kijken dus waar het schip zou stranden.

De Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen wordt traditioneel de zaterdag voor de wedstrijd van de profs gehouden. Zo’n 20.000 wielrenners en mountainbikers doen mee aan de tocht. Een aantal jaar geleden heb ik besloten om alleen nog maar de mountainbikeversie van de klassiekers te rijden, omdat de cyclo’s te massaal zijn geworden. Bij de 100 kilometer mountainbike kwam ik verdacht weinig mensen tegen, maar dat kwam misschien ook wel omdat ik zo vroeg was vertrokken.

Mountainbiken door Vlaanderen is niet extreem zwaar en spectaculair. Zoals de wegwedstrijd een heel ander karakter heeft dan Luik – Bastenaken – Luik en de Amstel Gold Race is dat ook bij de mountainbikeversie. Verwacht geen lange steile beklimmingen en technische en gevaarlijke afdalingen. Het parcours is glooiend en loopt over de typische Vlaamse wegen, kasseien, akkers en zelfs door achtertuinen. Het geeft een mooi beeld van het rijke Vlaamse landschap. In totaal moeten er elf hellingen worden beklommen, waaronder de Muur en de Bosberg, waar ook de cyclotoeristen overheen gaan. In totaal worden over 100 kilometer net geen 1000 hoogtemeters gemaakt.

’s Ochtend twijfel ik nog of ik mijn beenstukken en bodywarmer aan moet trekken. Als ik opsta rond een uur of zeven is het nog erg fris en het ziet ernaar uit dat het kan gaan regenen. Ik laat de beenstukken achterwege, maar hou de bodywarmer aan. Om exact 8 uur sta ik aan de start en het is alweer een drukte van jewelste. Maar na een paar kilometer wordt het al rustig, want de meeste deelnemers zijn gekomen voor de cyclo. Met een groepje rij ik op tot de splitsing met de 50 kilometer en dan blijk ik ineens alleen te rijden. De lange route gaat nog over de Langendries, de legendarische Berendries en de Stuivenberg. De eerste vijftig kilometer draai ik rustig op souplesse en het gaat boven verwachting goed. In de klimmetjes kan ik flink aanzetten en in de afdalingen probeer ik te recupereren. Ik eet en drink veel ondanks dat ik geen honger heb. Niets is vervelender dan een hongerklop. De route is schitterend en het weer speelt mee. Vorig jaar was het alleen maar modderworstelen en was het vaak lopen in de beklimmingen. Dit jaar hoef ik nergens van de fiets. Eigenlijk hou ik meer van dit soort tochten in de Vlaamse land, dan de tochten in de Ardennen. De laatste zijn voor de echte klimmers en dat ben ik nu eenmaal niet. Geef mij maar lange, zware tochten door een glooiend landschap, met veel draai- en keer werk waarbij je langzaam wordt gesloopt. Het gaat er dan meer om de tocht goed in te delen dan om explosiviteit op de hellingen.

Gesloopt werd ik in ieder geval, want na een kilometer of zeventig begon bij mij het licht uit te gaan. Ik merkte dat ik duidelijk te weinig kilometers in de benen had. Op de beklimmingen als de Muur en de Bosberg ging het allemaal nog wel. Daar moet je wel trappen, anders val je om – zoals weer veel gebeurde… Maar op het vlakke kwam ik niet meer vooruit. Bij de laatste ravitaillering op zo’n vijftien kilometer van de finish heb ik me nog helemaal volgestopt met suikers: wafels, stroopwafels, bananen en sportdrank, maar het mocht niet meer baten. De laatste kilometers heb ik met moeite uitgereden. Het was helemaal op. Ik werd van alle kanten ingehaald, wat mij toch behoorlijk chagrijnig maakte.

Net na de finish baalde ik er flink van, maar achteraf ben ik toch wel tevreden. Ik weet dat ik nog veel moet trainen voor de 110 kilometer van Limburgs Mooiste binnen 6 uur tot een goed einde te brengen. Maar ik heb de 100 kilometer in Vlaanderen wel uitgereden in iets meer dan vijf uur. Dan mag ik vandaag wel heel de middag lui op de bank hangen voor de koers.

Ronde_van_vlaanderen_2009

Ik heb mezelf overigens vorige week getrakteerd op de Polar RS800CX hartslagmeter met GPS en zoals u hierboven ziet heeft de Polar met de Ronde van Vlaanderen zijn vuurdoop gehad.

16 maart 2009

Mountainbikeperikelen

Ik heb me vanmiddag weer kostelijk vermaakt. De lessen vielen allemaal uit waardoor ik heel de middag vrij was. Na de lange trainingen van afgelopen weekend tijd om de mountainbike van stal te halen voor wat rondes over het plaatselijke parcours in de boswachterij Dorst. De laatste jaren is de route steeds verder uitgebreid waardoor er nu een technisch parcours ligt van een kilometer of acht. Er is maar weinig hoogteverschil, maar dat wordt gecompenseerd door vele kuipbochtjes en smalle slingerende singletracks tussen de bomen door. De route vereist opperste concentratie. Als je een niet te zware versnelling draait, hoef je nergens te schakelen èn nergens te remmen. Net een rollercoaster! Het is de kunst om steeds – ook in de snelle bochten – te blijven trappen, daar kun je je winst pakken op je medemountainbikers.

De eerste ronde was er helemaal niemand op het parcours, maar net voordat ik de tweede ronde inging zag ik dat er zo’n twintig militairen voor mij de route opreden. Waarschijnlijk waren het jongens en meisjes van vliegbasis Gilze die op training waren. Voor mij was het flink balen omdat er maar op een paar plaatsen op het parcours genoeg ruimte is om te passeren. Het zou me een zeker een ronde kosten om heel de groep in te halen. Maar omdat ik nog een andere grote groep zag naderen op de groene defensiefietsjes ben ik toch maar het parcours opgegaan. Al snel zat ik aan het achterwiel van de laatste rijder. Aan het gestuntel zag ik dat het voor het merendeel van de groep waarschijnlijk de eerste keer op een mountainbike was. Al snel stopten er een paar om mij er langs te laten. Na een bedankje snelde ik naar de volgende groep die ik eenvoudig kon passeren omdat ze net onderuit waren gegaan in een afdalinkje. Nog maar enkele rijders voor mij. Als een fatsoenlijk mens houd ik altijd voldoende afstand, ook uit veiligheidsoverwegingen. Maar toen de voorste mountainbiker op het eerste brede bospad dat volgde ineens snelheid ging maken om mij maar niet te laten passeren sloeg bij mij de knop om. Machogedrag op de mountainbike moet afgestraft worden! De volgende kilometer reed ik strak op het achterwiel van mijn voorganger die zich duidelijk opgejaagd voelde. Het ging ineens wel een stuk sneller. Maar hij maakte ook steeds meer foutjes. Zo ging het nog een minuut of vijf door. Ik genoot ervan dat ik hem enorm zag zweten en hoorde puffen terwijl ik nog rustig een slok uit mijn bidon nam. Elke keer als hij een bocht verkeerd inschatte hoorde ik zachtjes een vloek. Het eerstvolgende brede bospad ging mijn voorganger netjes aan de kant en kon ik na wat bijgeschakeld te hebben al heel snel afstand nemen.

Zo heb ik naast een goede mountainbiketraining het vaderland ook nog eens geholpen, want die militairen moeten wat gehard worden. De Taliban kent ook geen genade.

15 maart 2009

Weekendtrainingen

Amerlanden

Na de prestatieloop op het NK Cross in Rijen en de AD 20 van Alphen is het tijd geworden om me voor te gaan bereiden op de Ronde van Vlaanderen van zaterdag 4 april, één dag voordat de profs Vlaanderens Mooiste rijden. Dit is het tweede achtereenvolgende jaar dat ik voor de mountainbikeversie kies. De raceversie van Vlaanderen, maar ook van de Amstel Gold en Luik-Bastenaken-Luik heb ik regelmatig gereden en ik vind ze te massaal geworden. En ik moet zeggen dat honderd kilometer mountainbiken een grotere uitdaging is dan honderdvijftig of tweehonderd kilometer op de racefiets.

Ik heb dit jaar nog bijna geen fietskilometers gemaakt en daarom was het dit weekend – na een rustige sportweek – tijd voor wat duurtrainingen. Omdat het zaterdagochtend hier nog lekker weer was heb ik de racefiets gepakt en heb ik achtereenvolgens de Amerlandenroute en de Vrachel- en Dongeroute gereden. Twee mooie routes met veel draai- en keerwerk over smalle slechte wegen. Als er nog wat heuvels lagen zou het de West-Brabantse Amstel Gold Race zijn. Door het vele draaien en keren kom je nooit echt in een ritme en kun je na een poosje tegen de wind opbeuken niet goed recupereren. Ik merk dat de fietsconditie er duidelijk nog niet is, want na iets meer dan honderd kilometer is de gemiddelde snelheid slechts 27.0 kilometer per uur. Normaal heb ik er geen moeite mee om op deze route toch zeker een gemiddelde van 30 kilometer per uur te halen. Eén positief punt is dat ik voel dat ik na bijna 4 uur koersen nog zeker wel een uurtje doorkan, maar omdat het begint te miezeren keer ik huiswaarts.

Liesbos1_2

Vanmorgen was het heerlijk weer dus ik besloot eerst de loopschoenen aan te trekken voor een climaxduurloop in het nabijgelegen Liesbos: twee rondes van een half uur over het ruiterpad. Er waren blijkbaar meer mensen op dit idee gekomen want het was druk. Het valt me toch elke keer weer op dat er bij de meeste lopers niet eens een groet af kan. Ze lopen alsof ze Haile Gebrselassie zijn die bezig is zijn wereldrecord te verbeteren.

Thuis gekomen na bijna twee uur lopen heb ik de fietskleren aangetrokken en ben ik nog op pad gegaan voor een wat kortere duurtraining. Vanuit Breda naar Zundert, de grens over richting Nieuwmoer en daarna via Essen en Roosendaal terug. Ook nu leek ik het merendeel van de tocht de wind vol tegen te hebben. Vandaag kwam ik weer niet verder dan een gemiddelde van 27.7, maar ik heb in ieder geval dit weekend wel de 8 uur training vol gemaakt. Morgenmiddag nog maar eens even de mountainbike testen en dan komt het begin april allemaal goed.

10 maart 2009

AD 20 van Alphen

Alp097086

Nog fris genoeg om na de eindsprint de stopwatch in te drukken! Uiteindelijk ben ik als 253ste geëindigd van de 624 deelnemers die de twintig kilometerloop tot een goed einde hebben gebracht. De eerste tien kilometer ging in 51:43, de vijftien kilometer in 1:17:33.

8 maart 2009

AD 20 van Alphen

Goed voorbereiden voor een loop? Flauwekul, nergens voor nodig! De voorbereiding voor de AD 20 van Alphen was helemaal in de soep gelopen. Een aantal weken geleden had ik u al gemeld dat ik een startnummer voor de twintig kilometerloop had gewonnen. Met een beetje passen en meten, paste het wel in de voorbereiding van de Halve Marathon van Gilze op 9 mei waar ik een supertijd neer wil zetten. Het kan namelijk geen kwaad flink wat kilometers in de benen te hebben. Het probleem was echter dat ik eind februari helemaal geen startnummer opgestuurd kreeg. Het AD, die mij het startnummer cadeau had gedaan, had ook geen flauw benul waar mijn startnummer verzeild was geraakt. Zaterdagochtend was voor mij nog steeds onduidelijk of ik nou wel of niet kon lopen in Alphen aan de Rijn. Omdat ik de mooie zaterdag niet wilde verknallen met binnenzitten heb ik een lange intensieve duurloop van twintig kilometer gedaan. Had ik in ieder geval mijn eigen twintig van Alphen in Breda gelopen. Ik ging er eigenlijk al van uit dat het niet meer goed zou komen met het startnummer en dat het zondag mountainbiken zou worden in plaats van lopen. Een lange intensieve training is immers niet zo verstandig als je de volgende dag nog een prestatieloop wil doen. Zaterdag om 23:06 zat er echter een mailtje van de organisatie in de postbus dat ik de volgende dag een nieuw startnummer op kon halen. Dus toch lopen…

Ik had er een hard hoofd in, mijn benen waren stram en mijn knieën deden pijn. Ik zou wel kijken waar het schip zou stranden. Uitlopen zou al heel wat zijn, want dan had ik in het weekend toch veertig trainingskilometers gemaakt.

Toen om 13:30 het startschot klonk snelden honderden mensen mij voorbij. Deze keer liet ik mij niet gek maken en liep wat nonchalant mijn eigen tempo. Mijn doel vooraf was te finishen onder de 1:50:00, 5:30 per kilometer, maar ik liep zonder problemen rond de 5:10 per kilometer. Eigenlijk liep het best lekker, een heerlijke zon, maar ook wat wind die voor afkoeling zorgde. Dan maar een beetje genieten. Nog steeds snelden mensen mij voorbij, maar vanaf kilometer 7, langs het kanaal in Alphen begon de wereld op zijn kop te staan. Steeds meer lopers vielen terug en ik kon langzaam versnellen. Na de oversteek van het kanaal merkte ik dat er nog meer in zat en verliet het groepje waarin ik liep. Ik werd nog door twee of drie lopers voorbij gesneld, maar ik pikte er ook tientallen op. Het lopen ging me steeds makkelijker af. De spierpijn was helemaal weg en naar het einde toe, in de laatste drie kilometer, kon ik stevig versnellen. De laatste kilometer was zelfs de snelste kilometer: onder de 5:00 en dat is voor mij heel wat na bijna twintig kilometer lopen. Al met al resulteerde het in een eindtijd van 1:43:24 met een gemiddelde hartslag van 139 bpm. Ver onder het schema dat ik gepland had. En het allermooiste was nog wel dat ik de laatste tien kilometer sneller heb gelopen dan de eerste tien. Dat geeft goede moed voor de komende lopen. Maar eerst de Ronde van Vlaanderen op de mountainbike!

2 maart 2009

Contador on dope!

Contador_dope

1 maart 2009

13 seconden!

13 seconden! Dat is wat ik tekort kwam vandaag. Ik had me ingeschreven voor het SPAR NK Cross in Rijen, net bij mij om de hoek. Voor de trimloop natuurlijk, want aangezien ik weiger lid te worden van een atletiekvereniging heb ik geen wedstrijdlicentie. En bij het ‘echte NK’ heb ik ook helemaal niets te zoeken. Waar de amateurs en profs strijden om elkaar te verslaan, ga ik slechts de strijd aan met mezelf. Maar ook dat kan leiden tot een heroïsch gevecht! Gezien mijn ‘korte pootjes’ en mijn beperkte hardloopkwaliteiten zit er voor mij niet veel meer in dan een snelheid van twaalf kilometer per uur, zo’n vijf minuten per kilometer. Daarom had ik ingezet op een tijd van 40 minuten over het parcours van 7900 meter.

Bij de verkenning een uur voor de start had ik er al een hard hoofd in. Het leek wel of ze in Rijen afgelopen nacht een plaatselijke stortbui hadden gehad, want vooral het eerste gedeelte van het parcours was veranderd in een modderpoel. Mijn nieuwe hardloopschoenen werden meteen ingewijd. Er was niets meer over van de parelwitte Asics. Het tweede gedeelte van het parcours was beter beloopbaar, maar daar lagen weer drie kuitenbijters. 40 minuten was misschien wel iets te hoog gegrepen.

Bij de start was ik goed weg, maar in de eerste vijfhonderd meter werd ik door tientallen lopers voorbij gesneld. Het leek wel of ik ineens een enorme klap op mijn longen had gehad. Na de eerste ronde door de modder probeerde ik een ritme in mijn ademhaling te krijgen door op een eigen tempo te gaan lopen. Het ging ineens een stuk beter en in de tweede ronde kon ik alweer wat plaatsen terugwinnen. Aangezien ik geen illusies meer had een tijd onder de 40 minuten te lopen heb ik geen enkele keer meer op de klok gekeken bij het passeren van de finish. In de derde ronde zag ik heel wat lopers stilstaan of wandelen terwijl het bij mij nog lang niet op was. Dat gaf toch wel wat moed. Aan het einde kon ik zelfs nog wat versnellen, maar ik had geen zin meer om aan te pikken bij de loper die mij op het laatste heuveltje voorbijging. Achteraf heb ik mezelf daarom vervloekt. Hij liep 39:59 en ik 40:13!

28 februari 2009

Hardloop4daagse van Apeldoorn

De voorbereiding van mijn eerste marathon in oktober van dit jaar houdt niet alleen in dat ik wekelijks flink wat trainingskilometers moet maken. Met alleen maar kilometers vreten kom je er niet, je moet ook mentale hardheid kweken. Het weekend van de Zeeuwse kustmarathon is het hoog water, dat betekent dat de route erg zwaar kan zijn en in oktober is de kans groot dat er een straffe tegenwind staat. Meer dan tweeënveertig kilometer hardlopen is dan geen pretje en het is wat anders dan een stadsmarathon waarbij je uiteindelijk wel door de toeschouwers over de finish wordt geschreeuwd. In Zeeland is het eerder het verhaal van ‘hoe sterk is de eenzame loper die kromgebogen tegen de wind zichzelf een weg baant…’ Om die mentale hardheid te kweken heb ik me ingeschreven voor de Hardloop4daagse. In het pinksterweekend loop ik in zes etappes honderd kilometer in de omgeving van Apeldoorn. Vrijdagavond begint het evenement met een etappe van 16,4 kilometer die start op zo’n 40 hoogte. Het hoogste punt van de route die over fiets- en bospaden gaat ligt op 100 meter. Zaterdagochtend volgt wederom een grillige route van 20,1 kilometer. Slechts een klein deel van het parcours is vlak, de rest is op en neer. Zaterdagavond is het 14,7 kilometer rond kasteel Ter Horst, over de Zilvensche Heide en de Imbosweg (Pim Pandoer is op de kust?). Zondagochtend volgt er een ‘tijdloop’, alle deelnemers starten individueel volgens het klassement voor een tocht van iets meer dan 8 kilometer. Zondag tegen de avond volgt een etappe van 18,8 kilometer in de omgeving van Hoog Buurlo. In de slotkilometer volgt er nog een stevige klim. Op pinkstermaandag is er de slotetappe: de halve marathon met daarin ook een flink hoogteverschil te overbruggen. Na honderd kilometer hardlopen in vier dagen en zes etappes wordt er een klassement opgemaakt van alle deelnemers. U begrijpt dat uitlopen voor mij ditmaal het allerbelangrijkste is.

19 februari 2009

Que cera cera

Schumacher

Wie de schoen past...

Asicsgellandreth4herenhardloopschoe

Als ik de stoute schoenen aan wil trekken en een marathon wil gaan lopen, dan moet ik ze wel hebben. Hoewel het misschien aanlokkelijk klinkt om blootsvoets door strand en duinen te rennen, lijkt me dat niet echt verstandig. Zeker niet als ik 42,195 kilometer af moet leggen. Daarom heb ik mezelf maar getrakteerd op een paar nieuwe loopschoenen: de Asics Landreth. Aan het materiaal hoeft het straks in oktober niet te liggen.

18 februari 2009

U heeft gewonnen!!!

Had ik u al wel eens verteld dat ik een echte winnaar ben? Ik ben niet alleen een graag geziene gast in concertzalen (de gratis concerttickets voor de Mezz vliegen mij om de oren), ook bij hardloopevenementen hebben ze mij graag erbij. Had ik gisteren een startnummer voor de twintig kilometer van Alphen gewonnen, krijg ik vandaag een gratis startnummer voor de halve marathon van Utrecht. Wonderbaarlijk genoeg past het ook nog in mijn trainingsprogramma voor de halve marathon van Gilze, die ik wel van mijn zuurverdiende centen heb betaald. (Dan wil je ook wel een stapje extra zetten…)

Gratis startnummers genoeg, ik moet er alleen wel zelf voor lopen. Maar als de trainingen blijven gaan zoals ze afgelopen week gingen, mag dat geen probleem zijn. Het fietsen gisteren verliep soepel en vandaag was ik weer goed hersteld voor een loopduurtraining van meer dan een uur.

In Alphen neem in revanche voor de nederlaag in het Brabantse Alphen. Met Pasen zal in Utrecht mijn ware wederopstanding plaatsvinden. Doel is om de 21,1 kilometer binnen de 2 uur te lopen. Op 9 mei in Gilze moet dat onder de 1 uur en 45 minuten.

17 februari 2009

Comeback: winnaar van Alphen!

U kunt zich vast nog wel mijn dramatische verlies in de MTB-cyclo van Alphen herinneren. Ik heb het inmiddels verdrongen, maar op de één of andere manier word ik er steeds op gewezen. Dat verlies - ik finishte als allerlaatste - was natuurlijk helemaal niets voor mij, want zoals u weet ben ik geen verliezer. Ik ben een winnaarstype! Revanche moest er komen, mijn wraak zal zoet zijn, I’ll be back… Ik heb wel meer uitgekraamd als ik aan mijn verlies werd herinnerd. Maar geheel onverwacht is hier mijn revanche. Schrik niet! Ik heb Alphen gewonnen! Dat staat tenminste in het mailtje dat ik net binnenkreeg.

Oké, het gaat hier om een startnummer voor de twintig kilometer van Alphen aan de Rijn, geen mountainbikerace, maar een hardloopwedstrijd. Maar een kniesoor die daar op let. Dit is natuurlijk een teken aan de wand, dit kan geen toeval zijn. De goden zijn mij gunstig gezind en ik ga - dat is zeker - op 8 maart een geweldige tijd neerzetten, als wraak voor mijn vernedering in het Brabantse Alphen. Omdat het nog vroeg in het seizoen is, ben ik tevreden met een tijd onder de 1 uur en 50 minuten. Dat is 5:30 per kilometer. U hoort nog van mij.

15 februari 2009

Trainingsprogramma

Vandaag heb ik voor het eerst weer eens een lange duurtraining van zo’n twintig kilometer gedaan. Zonder al te veel problemen ben ik vanaf het Mastbos langs de Mark richting Meerseldreef in België gelopen. Een schitterende rustige route tussen de grazende ganzen door. Na een minuutje rekken en strekken in Meerseldreef ben ik weer teruggerend. De start ging wat moeizaam omdat ik nog steeds te kampen heb met een lichte ontsteking aan de luchtwegen. Maar als ik eenmaal warm ben gelopen, komt de ademhaling helemaal tot rust. De laatste vijf kilometer terug naar het Mastbos gingen niet zo snel meer, maar zonder echt uitgeput te zijn en zonder kramp kwam ik bij de auto aan. De basisconditie is dus redelijk in orde. Dat is belangrijk, want vanaf volgende week begin ik aan het twaalf weken durend trainingsprogramma voor de Halve Marathon van Gilze op 9 mei. Ik heb gekozen voor een rustig trainingsprogramma van maximaal vier looptrainingen in de week, omdat ik zo ook nog ruimte en tijd overhoud om de fietsconditie op te bouwen. De 100 kilometer mountainbike van de Ronde van Vlaanderen komen er namelijk al heel snel aan.

3 februari 2009

Programma voor het voorjaar

Aan het begin van dit jaar heb ik al gemeld dat ik weinig grote plannen heb voor de komende tijd. Zoals u heeft gemerkt ben ik druk bezig met het (her)lezen van het gehele oeuvre van Haruki Murakami. Daar ben ik de rest van het jaar nog wel zoet mee, en 2010 wordt het jaar van José Saramago, dus voorlopig hoef ik geen andere boeken aan te schaffen.

Naast het lezen probeer ik het sporten weer een beetje op te pakken. De conditie wordt gaandeweg beter. En aangezien de profs afgelopen weken allemaal hun kalender voor het komende seizoen bekend hebben gemaakt, kan ik niet achterblijven. Komende weken probeer ik in de laatste crossen en veldritten van het winterseizoen mijn conditie nog wat verder op te vijzelen. Het echte werk begint pas in april. Het wordt weer een mountainbikejaar, dus ik begin met de MTB-versie van de Ronde van Vlaanderen. Die staat geheel in het teken van de voorbereiding op het Fietschallengeweekend en hèt hoogtepunt van het seizoen: de 110 kilometer MTB van Limburgs Mooiste. Doel is om alle vier de tochten sneller te rijden dan in 2008 en bij de Fietschallenge hoop ik bij de eerste twintig in het combiklassement te komen.

Via de tien Engelse mijl van de Vlietloop, de Halve Marathon van Gilze en de Van Goghloop in Zundert wil ik me voorbereiden op de THOR Halve Marathon van Roosendaal. In de voorbereiding hoop ik persoonlijke records te lopen op de 10 kilometer en de 10 Engelse mijl. In Roosendaal wil ik schitteren met een tijd onder de 1 uur en 45 minuten. Als ik hierin slaag trakteer ik mezelf in de herfst op een paar trailschoenen voor de crossen en een crossfiets voor de veldtoertochten. Een mooi vooruitzicht!

19 januari 2009

Als...

Veldtoertocht

Een ezel stoot zich in 't gemeen, niet tweemaal aan dezelfde steen. Ook ik doe dat niet! Misschien herinnert u zich mijn genadeloze vernedering van een jaar geleden niet meer, ik ben deze echter geenszins vergeten. Ik heb er nog steeds slapeloze nachten van. Om erger leed te voorkomen ben ik na mijn geslaagde deelname aan de mastboscross zaterdag, niet meteen de volgende dag de Classique d’Alphen gaan rijden. Vorig jaar leidde dat immers tot de ALLERLAATSTE plaats. Dat nooit meer natuurlijk! Laat die rode lantaarn maar bij Wim Vansevenant.

Om mijn geweten toch een beetje te sussen moest ik zondag natuurlijk wel op de fiets springen dus heb ik maar deelgenomen aan de ATB-veldtoertocht van Etten-Leur. Een mooi maar niet erg origineel parcours. Maar wat wil je dan ook, elke week wordt er wel een veldtoertocht hier in de regio georganiseerd dus onderhand ken je alle bospaadjes wel. Het eerste deel van het parcours lag er goed bij. Ook de ronde langs de Galderse Meren en door het Mastbos was goed te doen. De regen had er nog geen modderpoel van gemaakt. Het leek er zelfs even op dat het niet eens nodig zou zijn de fiets schoon te spuiten. Dat veranderde wel in de laatste ronde door het Liesbos tussen Etten-Leur en Breda. Het was geen fietsen meer, maar modderworstelen. Zeker de brede mountainbikewielen werden helemaal opgezogen door de bosgrond. Een goede krachttraining, maar niet echt plezierig. Ondanks dat het steeds harder was gaan regenen heb ik doorgezet en ben ik pas aan het einde van de route door het Liesbos huiswaarts gekeerd. Zeker niet ontevreden als ik bedenk dat ik de mountainbike tien weken lang niet meer aangeraakt heb. Dat stelt me toch enigszins gerust: ALS ik zondag in Alphen had gereden, was ik zeker niet laatste geworden!

26 december 2008

Metusalem

Zwarte gaten, een term die u misschien kent uit de astronomie. Maar niet alleen in de natuurkunde komen zwarte gaten voor. Het zwarte gat is ook een begrip uit het wielrennen – of we het nu over het oude of het nieuwe wielrennen hebben, dat maakt niet uit. Michael Boogerd is één van de renners die te maken heeft gekregen met het zwarte gat. Na zijn profcarrière raakte hij in een diep dal, hij voelde zich nutteloos, hij scheidde van zijn vrouw en tot overmaat van ramp verscheen hij ook nog in het Tv-programma ‘Ranking the Stars’, als dat geen zwart gat is…

Een zwart gat tast je geest aan. Dat werd overduidelijk in het gesprek dat presentator Wilfried de Jong onlangs voerde met Boogerd in ‘Holland Sport’. Boogerd luchtte zijn hart en sprak openlijk over dopinggebruik en het nieuwe wielrennen. Volgens Boogerd is er niets veranderd. Het nieuwe wielrennen bestaat niet! De sport is ‘zo oud als de weg naar Metusalem’.

Kijk beste lezer, bij zo’n antwoord zit ik met een probleem. Want weet u waar Metusalem ligt? Is het één of ander plaatsje in Oost-Vlaanderen in de buurt van Ninove? Of loopt Parijs – Roubaix over de weg naar Metusalem? Dan is die vast heel oud. Of bedoelde Michael de weg naar Rome? Die is namelijk ook heel oud en kent een aantal schitterende kasseistroken. Maar de weg naar Rome is niet zo oud als die naar Jeruzalem, want die ligt er al zo’n 4000 jaar. Als er toen al wielrennen bestond was er vast een ‘Ronde van het Land van Melk en Honing’. Metusalem zou een grote kans hebben gehad om die ronde vele malen op zijn naam te schrijven. Niet omdat hij bekend stond als een begenadigd coureur, maar omdat hij nu eenmaal alle andere aartsvaders overleefde. Hij werd om precies te zijn 969 jaar. Dan kun je heel veel winnen en vele comebacks maken. Lance Armstrong zou huiveren van zo’n concurrent. Maar de fiets is pas uitgevonden omstreeks 1830 en de oudste wielerklassieker, Luik - Bastenaken – Luik, wordt gehouden vanaf 1892. Metusalem zal dus nergens in de uitslagen terug te vinden zijn. Dus wat wil Michael nu eigenlijk zeggen?

Ach, dopinggebruik, oud en nieuw wielrennen, wegen naar Rome, Metusalem of Jeruzalem. Het wordt een beetje zwart voor mijn ogen; ik weet het allemaal ook niet meer. Ja één ding weet ik zeker: Gerrie Knetemann zat met zijn hol open op die weg naar Metuselem. Gegarandeerd dat je dan een zwart gat krijgt.

4 november 2008

ATB-veldrit @ Roosendaal

Heideveldtoertocht

Veldritten zijn de speeltuinen en zandbakken voor grote mannen. Als volwassene kun je weer eens helemaal los gaan. Je hoeft niet op te passen om vies te worden. Het mag. Hoe harder door de modderplassen hoe beter. En wie er het viest uit ziet na zo’n veertig kilometer heeft het het best gedaan. Als je fiets nog schoon is en goed schakelt ben je geen echte veldrijder!

Afgelopen zondag was het weer genieten in de bossen rond Roosendaal. De Audax Klub had een mooie route uitgezet door de bossen van Visdonk, het Rozenven en over de Buissche en Rucphense heide. Het weer zat mee. Het was een graad of acht en de zon scheen. Beter weer om door de bossen te fietsen bestaat er bijna niet. Alles was in schitterende herfstkleuren gehuld en door de bomen was de blauwe lucht zichtbaar. Dat het de afgelopen tijd veel had geregend maakte het alleen maar mooier, maar ook zwaarder. Vooral het laatste gedeelte langs het Rozenven was modderploegen. Ik zat helemaal onder.

Het mooiste was dat ik een goede vooruitgang merkte ten opzichte van de tocht van vorige week in Zundert. Ik werd nog steeds ingehaald door snellere rijders, maar heb zelf ook tientallen fietsers ingehaald. Zonder problemen kon ik de laatste kilometers flink doortrekken. Dat was vorige week niet het geval. Ik weet het zeker, het wordt een mooi winterseizoen, waarbij ik begin volgend jaar revanche zal nemen op de afgang van vorig jaar.

26 oktober 2008

Veldtoertocht @ Zundert

Mastbos

Vandaag heb ik mijn eerste veldtoertocht van het seizoen gereden. WTC De Trappistentrappers – wat een schitterende naam toch – hadden drie routes uitgepijld in grensstreek rond Zundert: 25, 40 en 55 kilometer. Aangezien mijn conditie nog niet veel voorstelt en ik met de mountainbike ook nog naar het vertrekpunt in Zundert ben gereden, heb ik gekozen voor de middelste afstand.

De route begon in het Mastbos, nabij Breda. De regen van de afgelopen tijd had de paden niet onberijdbaar gemaakt. Door de deken van bladeren en de brede wegen kon er flink snelheid worden gemaakt. Alleen in de bochten was het opletten om door het gladde bladerendek en de onderliggende boomwortels niet onderuit te gaan. Ik werd van alle kanten voorbij gereden. Normaal frustreert me dat erg, maar ik heb er zo weinig mogelijk aandacht aan geschonken. Mijn enige doel van vandaag was met plezier de tocht uit te rijden.

Na het Mastbos werd de oversteek gemaakt naar de Galderse Meren. Er ligt een mooie route rond het water die ik regelmatig rijd. Vandaag werd de route in omgekeerde richting gereden wat me op een aantal verrassingen kwam te staan.

Na de ronde langs de meren kwam er een lang stuk asfalt over industrieterrein Hazeldonk. Je zou zeggen dat het fietsen over de verharde wegen voor een hogere snelheid zou zorgen. Dat viel tegen. Door de straffe tegenwind werd er misschien nog wel langzamer gereden dan in de bossen.

Na Hazeldonk volgden de Meerse Bergen en de Mosten. In de Mosten liep de route gedeeltelijk over het parcours van de Super Prestige-wedstrijd van de profs. Veel draaien en keren tussen de bomen door. Doordat het beste bij mij er alweer vanaf was – het leek wel of ik echt wat Trappisten in mijn benen had -, viel dit laatste stuk erg zwaar. Na de Mosten was het de grens over en door de bossen terug naar de start waar een beker warme soep klaar stond.

Echt mooi en  verrassend was het parcours niet. Door het vele asfalt leek het niet altijd op een veldrit, maar toch ben ik zeer tevreden naar huis gereden. Met plezier en zonder problemen heb ik de tocht uitgereden. Dat was me de laatste tijd niet meer gebeurd.

13 oktober 2008

Toursignalen

Bloedzakjes

Ik ben geen Armstrongfan, nooit geweest ook. Ik hou nu eenmaal meer van de underdogs van deze wereld, de Marco Pantani’s en de Jan Ullrichs. Die laten mij op het puntje van mijn stoel zitten. Hun aanvallen zorgden voor spanning in de koers, omdat ze grote kans hadden te mislukken. Die razendsnelle demarrages van Lance Armstrong waren zo ‘perfect’ dat ze heel de koers doodsloegen. Als Armstrong voor de eerste keer ging wist je dat het de rest van de twee weken Tour slechts uitzitten was. Inderdaad ‘slecht voor het imago wielrennen!’ Maar dat ik geen fan ben, wil niet zeggen dat ik zijn prestaties – zeven keer achtereenvolgens de Tour winnen, zonder ooit betrapt te zijn op doping – niet bewonder. Ik kan het zelfs waarderen dat The Boss na drie jaar van rust de fiets weer uit de schuur wil halen.

Dat de Duitse tv-zender ZDF dan nu verkondigt de Tour niet te zullen uitzenden wanneer Lance Armstrong aan de start verschijnt is totaal onbegrijpelijk. Een Tourdirectie die Lance en Astana toelaat zou een verkeerd signaal wat betreft dopinggebruik uitzenden. Maar is het spreekwoord niet zo: ‘Beter een slecht signaal, dan geen signaal’. Iets wat een tv-zender zich toch wel aan moet trekken.

8 oktober 2008

CERA-positief?

Schumi

Ik begrijp het probleem echt niet. Als alle toppers uit de voorbije Tour de France het nieuwe dopingmiddel CERA hebben gebruikt, dan is er toch helemaal geen sprake van een oneerlijke strijd? Dan heeft de beste toch gewoon gewonnen? Of heb ik het mis?

Laat heel de wielerwereld hierover maar bakkeleien. Ik verheug me intussen op de terugkeer van Alexandr Vinokourov, Ivan Basso en Michael Rasmussen. Als Der Jan dan ook nog de fiets uit de schuur haalt wordt het één grote reünie, waarbij Marco Pantani – die inmiddels echt vleugels heeft gekregen – vanuit de wielerhemel met een tevreden oog toekijkt. Wat kan wielrennen toch mooi zijn.

3 oktober 2008

Het imago van de wielersport

Coppi

Ik walg van de hypocrisie die in de wielersport hoogtij viert. En begrijp mij goed, ik heb het dan niet over de renners. Velen beschouwen de renners tegenwoordig als huichelaars. Kijk maar naar de koppen in de kranten of naar de borden en spandoeken waarmee het publiek langs het parcours staat. Het lijkt wel of de media en deze zogenaamde wielerfans op zoek zijn naar een zondebok om hun collectieve woede en onvrede op te richten. Tot deze ‘fans’ behoor ik niet, want alle renners staan bij mij in hoog aanzien. Ook gevallen engelen als Ivan Basso en Ricardo Ricco; zelfs de ‘matennaaier’ Richard Virenque kan bij mij nog wel een potje breken. Ondanks dat ze buiten het potje hebben gepiest – of eerder in het potje, maar dan wel een fout plasje achterlieten – beschouw ik deze renners nog steeds als ware helden.

Nee, ik walg van de moralistische sfeer die is ontstaan bij de ploegleiders, de wielerjournalisten en de wielerfans. Bij het minste of geringste wordt gezegd dat dit wel eens ‘het imago van de wielersport’ kan beschadigen. Armstrong tast het imago van de wielersport aan met zijn comeback; Marc Lotz wordt beschuldigd van het bederven van de jeugd omdat hij teneinde ook een keer te winnen een knieval voor het wondermiddel EPO heeft gemaakt; Frank Schleck maakt de sport kapot door trainingsadvies in te winnen bij een ‘verboden’ arts, om nog maar te zwijgen van de beschuldigingen aan het adres van Jan Ullrich, Floyd Landis en Michael Rasmussen. Wat een quatsch, wat een moralistisch gezever! Is dit nu het ‘nieuwe wielrennen’, waar Maarten Ducrot tot vervelens toe over preekt?

Geef mij dan maar het oude wielrennen: de sport van de sjacheraars, de smokkelaars en boerenzonen die koste wat kost de armoede proberen te ontvluchten, de sport van vechtersbazen. Kortom de sport van echte mannen. Dat daarbij wel eens de regels van de sportiviteit worden overtreden, neem ik graag voor lief. Wielrennen is nu eenmaal geen sport voor heilige boontjes. Een brave borst redt het niet in een peloton – en ook niet in het echte leven waar het wielrennen toch veel weg van heeft.

De hedendaagse moraalridders die de wielersport terroriseren geven weinig blijk van historisch besef. De wielersport heeft een ‘vuil’ imago en dat is paradoxaal genoeg het mooie aan de sport. Is de wielersport juist niet zo schitterend door alle legendarische gebeurtenissen waarin het niet zo nauw genomen werd met de regels? Johan van der Velde die zich met een auto tot een kilometer voor de finish laat brengen, Jan Raas die zich tijdens een omloop verstopt in het publiek om even later weer achterin het peloton aan te sluiten, Johan Museeuw die stiekem ‘wespen’ bestelt en Frank Vandenbroeke die EPO koopt voor zijn zieke hond? Het zijn juist de moraalridders die dit mooie imago van de sport kapot maken.

28 september 2008

MH2D

Mh2d_copy

20 september 2008

MH2D

Stootlek

Balans van de mergelheuvellandtweeééndaagse:

-een dik uur koers in de heerlijke nazomer

-één stootlek in de afdaling

-één gescheurde binnenband

-een drie centimeter lange scheur in het loopvlak van de achterband

-gebroken fietspomp

-twee bebloede handen

-een controlepost waar binnenbanden, maar geen buitenbanden worden verkocht

-langzame en voorzichtige aftocht naar Sint Geertruid

-chagrijnige terugreis naar Breda

15 september 2008

Comeback

Lancecomeback

Als Lance het doet, wie ben ik dan om achter te blijven? Na drie maanden eruit te zijn geweest, plan ik mijn comeback in het peloton op zaterdag 20 september. Om Armstrong te volgen begin ik niet op de racefiets, maar start ik met een mountainbikerace. De mergelheuvellandtweedaagse wacht op mij. Twee dagen van zeventig kilometer door het heuvelachtige en modderige landschap van Zuid-Limburg. Ondanks dat mijn conditie waardeloos is door de hardnekkige giardiasis verlang ik er alweer naar te ploeteren in de modder en mergel. Ik heb te lang stil gezeten. Snelheid doet er voorlopig niet toe. Mijn enige doel is de twee dagen zonder problemen uit te rijden. Ik vrees dat de tweedaagse geen mooie tocht, maar eerder een hel van het mergelland wordt. Maar ja, na de Himalaya te hebben overwonnen, laat ik met niet afschrikken door een paar Limburgse heuveltjes. En alles staat voorlopig in dienst van mijn revanche op de vernedering van vorig jaar.

2 juli 2008

Uit het geel, in het rood?

Rasmussen

1 juli 2008

Tour de France

Tour

Tourdevil

Peloton

30 juni 2008

Hete Glassplinters

Keulen1

Gisteren vertelde ik over de tentoonstelling ‘Tour du Monde’ van Chris de Bode in de Kunsthal te Rotterdam. Naar aanleiding van de expositie is de gelijknamige catalogus verschenen met een voorwoord van wielerverslaggever Jeroen Wielaert. Bijna gelijktijdig is het boek ‘Hete Glassplinters / Le Tour d’Afrique’ van fotograaf Chris Keulen verschenen naar aanleiding van een expositie in Maastricht. Oud-wielrenner en schrijver Peter Winnen heeft hier het voorwoord verzorgd.

In 2000 werd Chris Keulen als niet-sportfotograaf door het NRC eropuit gestuurd de kermiskoers van het West-Vlaamse Puivelde te fotograferen. ‘Er is geen andere fotograaf beschikbaar!’, werd hem gezegd. In een café in het dorp sprak Keulen een oud-wielrenner die hem aanraadde eens naar Afrika te gaan, om de Tour du Faso te fotograferen. Zijn liefde voor Afrika brengt Keulen in 2000 naar Burkina Faso om aldaar de wielerronde te fotograferen.

De fotoreportages die Keulen maakte over de armoede in Oeganda, de lepra in Mozambique en de nasleep van de genocide in Congo en Rwanda brachten hem geen bevrediging, omdat ze teveel de ondergang van een verloren continent in beeld brachten. Met de wielerreportage in Burkina Faso was dat anders. De koers interesseerde hem niet zoveel, maar wel de droom van de sporters iets van hun leven te maken en de kracht die ze daarbij tonen. De misère ligt op de loer, maar er wordt geprobeerd het bestaan leefbaar te maken.

Vanaf het eerste bezoek aan de Tour du Faso in 2000 blijft Chris Keulen zes jaar lang de Afrikaanse koersen in Senegal, Kameroen, Eritrea en Burkina Faso volgen. De daarbij gemaakte fotoreportages tonen niet een verloren continent, maar een continent in bloei. Ze tonen authenticiteit, wilskracht, relativisme en humor. Net als bij de reportage ‘Tour du Monde’ van Chris de Bode staan niet zozeer de renners en de sport centraal, maar de setting waarin de ronde plaatsvindt. De zwart-witfoto’s laten de renners zien in hun voorbereiding, tijdens de wedstrijd, na valpartijen en na pech. We zien het enthousiaste publiek en de verzorgers aan het werk. De enkele kleurenfoto’s in het boek laten zien dat het ‘normale’ leven gewoon doorgaat nadat de ronde is gepasseerd.

 

De tentoonstelling ‘Hete Glassplinters / Le Tour d’Afrique’ van Chris Keulen is nog tot en met 14 september 2008 te zien in Centre Céramique te Maastricht.

29 juni 2008

Tour du Monde

Bode

We kennen allemaal de beroemde wielerfoto’s van Cor Vos, foto’s waar winst, verlies of afzien vanaf stralen. Het zijn de foto’s die de wielersport in beeld brengen zoals wij die in West-Europa kennen. In de kunsthal in Rotterdam is er op dit moment een tentoonstelling van fotograaf Chris de Bode die een heel andere kant van de wielersport laat zien. Chris de Bode bezocht de grote meerdaagse wielerrondes gehouden in niet-westerse landen. Het resultaat wordt gepresenteerd in de expositie ‘Tour du Monde’.

Buiten Europa is er geen lange wielertraditie, maar dat betekent niet dat er niet gekoerst wordt. Op alle continenten vinden meerdaagse rondes plaats, waar de deelnemers strijdend voor de winst allemaal een sprankje hoop hebben ontdekt te worden door één van de grote Westerse ploegen. In Zuid-Amerika bezocht Chris de Bode La Vuelta a Colombia en La Vuelta a Cuba. De ronde van Columbia wordt overheerst door angst. Overal langs de kant van de weg staan soldaten met machinegeweren om aanslagen en ontvoeringen te verijdelen. Ondertussen proberen de renners nog gewoon te strijden voor de winst in lange etappes over zware Andescols. In Cuba wordt een ronde in ‘Oostblokstijl’ gehouden. Renners worden geëerd in volle stadions met veel vlagvertoon en vele rituelen. Bij winst in een etappe ligt er echter geen grote materiële beloning klaar. Een nieuw shirt en een stropdas zijn de enige prijzen die de winnaar krijgt. Daarnaast is er natuurlijk de eeuwige roem voor de renner die de eer heeft zijn land te vertegenwoordigen.

In Afrika bezocht de Bode Le Tour du Senegal en The Tour of Eritrea. De ronde van Senegal, waar ook veel Europese teams deelnemen mondt uit in een slijtageslag waarbij armoede en rijkdom en blank en zwart met elkaar de strijd aanbinden. Na een vierde opeenvolgende Italiaanse overwinning komen de Afrikaanse renners in opstand en haakt het publiek af. De Afrikanen zijn kansloos tegen de zwaar gesponsorde Europeanen. In de ronde van Eritrea slingeren de renners door woeste rots- en woestijnlandschappen. De hele bevolking loopt uit om ‘hun’ renners aan te moedigen.

Op het Arabisch Schiereiland wordt de Tour of Qatar gehouden. Qatar is rijk en weet met dat geld voor elkaar te krijgen dat aan het begin van het nieuwe wielerseizoen de grote profteams overvliegen voor een ‘kermisronde’ in de woestijn. Voor de wielerprofs is het een uitstapje waarbij ze wat kunnen bijbruinen en bijkletsen na de winterperiode.

De jongste ronde die Chris de Bode bezocht is de in 2006 opgerichte Tour of Hannai. Chinezen zijn goed in kopiëren en hebben dan ook geprobeerd de Tour de France na te maken, maar dan nog groter! Het wordt een absurde vertoning, want wielrennen leeft helemaal niet in China. Dat de organisatoren weinig kaas hebben gegeten van de wielersport blijkt wel uit het feit dat Chris de Bode toestemming kreeg een fotoverslag van de ronde te maken, maar daarbij geen renners mocht fotograferen.

‘Tour du Monde’ is een schitterende fotoreportage die veel meer dan wielersport laat zien. Het is een verslag hoe sport beleefd wordt in verschillende culturen; hoe het een mogelijkheid biedt het zware en armoedige dagelijkse bestaan te ontvluchten door een heroïsche strijd te leveren. De wielersport blijkt universeel hoezeer de setting elke keer ook verschilt. De kwaliteit van de reportage ligt daarin dat Chris de Bode zijn camera niet alleen richt op de renners maar juist op die setting waarin de ronde plaatsvindt.

   

De tentoonstelling ‘Tour du Monde’ van Chris de Bode is nog tot 7 september 2008 te zien in de Kunsthal in Rotterdam.

27 juni 2008

De Tien Geboden in de Tour

10geboden

1. Ik ben de Ronde die u door Frankrijk leidt, de Ronde die u groot maakt en die u voor vergetelheid behoedt

2. Gij zult geen andere rondes en etappewedstrijden rijden

3. Gij zult mijn naam en mijn integriteit niet besmetten met uw immorele gedrag

4. Gij zult de rustdag heiligen, gij zult noch contact hebben met de pers noch met de ploegartsen, want de rustdag is de dag van de Ronde

5. Eer de Sponsoren en de Organisatie

6. Gij zult uw DNA-profiel en uw bloedwaarden openbaar maken en gij zult geen doping tot u nemen

7. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, maar slechts één weg leidt naar Parijs

8. Gij zult niet afstappen

9. Gij zult niet liegen over uw verblijfplaats voor, tijdens en na de Ronde

10. Gij zult geen winst verlangen in een Ronde die aan de Fransman is voorbehouden

12 juni 2008

ASO's

Het ASO maakt pas later dit jaar bekend welke stad in 2010 de start van de Tour de France voor zijn rekening mag nemen. Drie steden zijn daarvoor in de race: Rotterdam, Utrecht en Dusseldorf.

Het zou een gracieus gebaar van Rotterdam en Utrecht zijn om uit solidariteit met onze Zuiderbuur Boonen en onze vrienden van Astana de Tour de toegang tot Nederland te ontzeggen. Wij willen hier nu eenmaal geen ASO’s.

11 juni 2008

In de Boonen

‘Iemand is onschuldig totdat het tegendeel is bewezen...

...

...

...tenzij je wielrenner bent!’

10 juni 2008

Heilig Boontje

Tommeke

Vandaag is bekend geworden dat de Vlaamse topsprinter en wielerheld Tom Boonen net voor de start van de Ronde van België tijdens een out-of-competition-control betrapt is op het gebruik van cocaïne. De wielerwereld staat weer op zijn kop. Op de wielerfora die ik regelmatig bezoek wordt al gesproken over een verslaafde Boonen die voor het leven lang geschorst zou moeten worden. Daar worden de schandalen van begin dit jaar nog bij gehaald: Boonen die een relatie zou hebben met een 16-jarige, Boonen die met alcohol op achter het stuur zit, Boonen die zijn dure Lamborghini in de prak rijdt, Boonen die zijn rijbewijs na de zoveelste snelheidsovertreding kwijt raakt. Who cares? Dit soort verwijten en geroddel laat ik graag aan mensen over bij wie ik niet graag vertoef. Bij Boonen denk ik alleen aan groene truien en heldendaden in de Vlaamse wielerkoersen. Wat hij in zijn vrije tijd allemaal uitspookt interesseert me net zoveel als uw doen en laten, beste lezer.

Boonenlam

Even voor de duidelijkheid: cocaïne is niet prestatiebevorderend en staat niet op de lijst van de WADA, mits niet gebruikt op de dag van de wedstrijd. Boonen mag dus van de UCI en de WADA (voor zij die onwetend zijn: de Internationale Wielerunie en het Wereld Anti-doping Agentschap) in zijn vrije tijd snuiven wat hij wil. De enigen die bezwaar zouden kunnen maken tegen het gedrag van Boonen zijn zijn ploegleiding en sponsoren. Hem kan onprofessioneel gedrag en het beschadigen van het imago van de sponsor verweten worden. Maar Boonen laat ook veel goeds voor de ploeg zien. Boonen wint en Boonen is rock’n roll. Een renner die af en toe zo’n slippertje maakt is ook voor de fans toch veel interessanter dan een Joop Zoetemelk die elke dag om 21:17 naar bed gaat.

Even na zessen komt het bericht binnen dat de organisatoren van de Ronde van Zwitserland koste wat kost Boonen wil weren uit hun wedstrijd. Het is immers ‘hun’ wedstrijd en zij mogen laten starten wie ze willen en daarbij willen ze geen cokesnuivende renners. De wielerwereld moet niet gekker worden! De twee grootste organisaties in de strijd tegen doping, de UCI en de WADA zeggen dat Boonen als wielrenner op geen enkele manier stafbaar is. Zijn de Zwitsers dan Roomser de Paus? Ik walg werkelijk van de schijnheiligheid van deze organisatoren. Saillant detail is dat koersdirecteur Armin Meier deel uitmaakte van de beruchte Festina-ploeg van 1998, u weet wel met de gedopete matennaaier Richard Virenque. Blijkbaar nog nooit gehoord van ‘hij die zonder zonde is werpe de eerste steen….’Nee, geef mij dan maar een heilig Boontje die af en toe aan de coke zit.

9 juni 2008

Reuzen van Vlaanderen 2008 (2)

Reuzen Reuzen1 Reuzen2_copy

Reuzen van Vlaanderen 2008

Oudekwaremont

Afgelopen zaterdag werd vanuit Ronse, even ten zuiden van Gent, voor de tweede maal de cyclo ‘Reuzen van Vlaanderen’ gehouden. De organisatie had de tocht beter de ‘Hel van Vlaanderen’ kunnen noemen, want het werd een ware slijtageslag. Niet door de afstand, want die was slechts 140 kilometer. Ook niet door de organisatie, want ik heb zelden zo’n goed georganiseerde en verzorgde tocht gereden. Er waren drie bevoorradingen waarbij voor iedereen genoeg energiedrank en eten te krijgen was. Er werden zelfs energiegelletjes uitgedeeld. De route was perfect uitgepijld en bij elke beklimming stonden afstand en stijgingspercentages aangegeven. Nee, het afzien kwam voornamelijk door het slechte weer en de zwaarte van het parcours met zijn 3000 hoogtemeters.

In 140 kilometer moesten 30 Vlaamse Reuzen bedwongen worden. Nu is het de vraag of het woord reuzen wel van toepassing is op de Vlaamse heuvels. Bij reuzen denk je eerder aan bergen als de Galibier of de Mont Ventoux: lange beklimmingen met hoge stijgingspercentages. De langste beklimming in het parcours was die van de Kluisberg en die was slechts 2100 meter. Misschien dat de Koppenberg vanwege zijn legendarische karakter een reusje genoemd kan worden. Maar reuzen of niet, het parcours was slopend. En dat voornamelijk omdat de hellingen elkaar is hoog tempo opvolgden, vanaf kilometer 2 tot aan de finish. Er was geen moment om echt te recupereren en ik merkte dat het licht bij mij langzaam uitging. Normaal doe je dan iets rustiger aan, maar dat gaat niet wanneer je stijgingspercentages van meer dan 20% moet overwinnen. Je moet vol op de pedalen staan om niet om te vallen.

De organisatie had met zorg het parcours samengesteld. Alle bergen van enige naam uit de Vlaamse koersen, met uitzondering van de Muur van Geraardsbergen en de Bosberg, werden beklommen. Vanaf de Kluisberg ging de route achtereenvolgens over de Oude Kwaremont, de Paterberg, de Waaienberg en de Koppenberg. Na de eerste bevoorrading volgden de Kortekeer, de Taaienberg, de Eikenberg, de Kapelleberg, de Wolvenberg, de Braambrugstraat, de Abeelstraat en de Molenberg. Vooral de kasseibeklimmingen waren zwaar door het natte wegdek. Het werd een kwestie van goed sturen en hard doortrappen om niet onderuit te gaan. ‘Zeuren’ was gevaarlijk door de vele scherpe steentjes in de natte goot. Het regende lekke banden. En vooral op de Koppenberg en de Molenberg gingen renners bij bosjes neer. Ook in de afdalingen was het opletten om niet onderuit te gaan op de modderige wegen. Soms had de tocht meer weg van een veldrit. Na de Berendries, de Elverenberg / Vossenhol, de Tenbossestraat, de Valkenberg, de Steenberg en Varent kwam aan het einde van het parcours de Fortuinberg met zijn steilste gedeelte aan als een mokerslag. De verzuring zorgde voor kramp in kuiten en bovenbenen. Uitendelijk was het alleen nog maar over de Muziekberg en Ten Berge om uitgeput op de Grote Markt van Ronse te finishen.

Al met al was het een schitterende tocht, ondanks het feit dat ik mijn voornemen de 140 kilometer in 5 uur af te leggen bij lange na niet heb waargemaakt. Ik ben al tevreden omdat ik alle beklimmingen zonder af te stappen heb gehaald. Volgend jaar start ik zeker weer, al is het alleen maar omdat de namen van de Vlaamse Reuzen zo mooi zijn.

1 juni 2008

Champagne!

Champagne

19 mei 2008

Limburgs Mooiste 2008 (2)

Lb

18 mei 2008

Limburgs Mooiste 2008

Modderfiets

Het Nederlandse klimaat lijkt hevig verward: de logische volgorde der seizoenen is verdwenen. Het zag ernaar uit dat de zomer was begonnen, nog zonder dat we maar een glimp van de lente hadden opgevangen. Maar één ding kunnen we sinds gisteren met zekerheid zeggen: de winter is voorbij. Zij liet gisteren voor het laatst van zich horen met wat regen- en onweersbuien. Het waren haar laatste stuiptrekkingen. Een andere reden dat de winter ten eind is gekomen is dat ik gisteren de laatste mountainbiketocht van het seizoen heb gereden: Limburgs Mooiste. Een traditionele afsluiting van het winterseizoen. De mountainbike kan straks gepoetst en wel de schuur in, om daar voldaan te wachten op de herfst.

Door de laatste stuiptrekkingen van de winter was Limburgs Mooiste helemaal niet zo mooi. De 110 kilometer door het Limburgse klei- en mergelgebied werden een hel. ’s Nachts was er zoveel regen gevallen dat de afdalingen spekglad waren geworden. Door de opspattende modder en klei leek de tocht eerder een moddergevecht dan een mountainbikerit. De korte hevige regenbuien tijdens de tocht maakten het er allemaal niet prettiger op. Het werd een ware slijtageslag, ook voor het materiaal.

Het eerste gedeelte van het parcours, de 70 kilometer landelijk, door de bossen en veldwegen van Zuid-Limburg bevatte ruim 1400 hoogtemeters. Het Eyserbos werd door smalle bospaden beklommen. Slechts het laatste stuk liep samen met het raceparcours op de beruchte Eyserbosweg. Het hoogste punt van het parcours lag in het Vijlenerbosch, nabij het Drielandenpunt. Om dat te bereiken moest eerst Camerig worden bedwongen, een steile klim bekleed met grind en stenen die door de voortdurende waterstroom aan het schuiven waren geslagen. Met geen mogelijkheid was naar boven te fietsen. Ook het laatste stukje in het Vijlenerbosch was niet te doen. Eén keer misschakelen en je moest uit de pedalen om verder naar boven te lopen. Nergens was er een iets vlakker stuk waar je weer op de mountainbike kon springen.

Omdat ik om 8 uur als één van de eersten was vertrokken waren de paden op het parcours nog niet kapot gereden. Dat had dus zijn voordeel. Een nadeel was dat ik bijna geen andere mountainbikers tegen kwam. Dat lijkt niet zo’n probleem, maar is het wel wanneer je ook bijna geen bewegwijzering tegenkomt. Rij je in een grotere groep dan volg je gewoon de rest. Nu moest ik elk moment èn op de weg letten èn opletten of ik geen routebordjes voorbij fietste. En als je bedenkt dat het fietsen alleen al opperste concentratie vergt, kun je je voorstellen dat dat niet meeviel.

Na 55 kilometer was er een pauzepost in Simpelveld. Aan de fietsers kon je goed zien wie de korte en wie de lange route hadden gereden. Degene die door het Vijlenerbosch waren gekomen zaten volledig onder de modder en waren onherkenbaar. De rijders van de kortere route probeerden de plassen nog te ontwijken, terwijl dat voor de rest al een hopeloze zaak was gebleken. Met volle vaart door alle modderpoelen heen dus!

Mountainbikepad

Na de pauzepost waren het nog maar 15 redelijk eenvoudige kilometers terug naar Megaland in Landgraaf alwaar deel twee van het parcours begon: 40 technische kilometers over de zogenaamde ‘Discovery-route’. In deze 40 kilometer werden 600 hoogtemeters overbrugd, wat het totaal op ruim 2000 bracht. In dit tweede gedeelte waren met uitzondering van de klim naar de Wilhelmina Steenberg geen lange steile klimmen te vinden. Het parcours was één lange singletrack die golvend en draaiend als een rollercoaster door het Limburgse heide- en bosgebied ging. Regelmatig kwam de vergelijking met het mountainbikeparcours van Dorst in de Brabantse bossen in me op. De route lag er beter bij dan de 70 kilometer landelijk. Het was alleen oppassen niet uit te glijden en te vallen over uitstekende gladde boomstronken.

Na de tweede pauze bij het Schutterspark waren er slechts 20 kilometers te rijden. Bij mij was het beste er alweer vanaf. De benen wilde nog wel, maar ik merkte dat ik de volledige concentratie niet meer op kon brengen. Ik maakte regelmatig kleine foutjes, remde te laat, koos net het verkeerde pad, schakelde te laat of verkeerd. Dat is wel logisch met al 90 kilometer in de benen, maar het is ook frustrerend. Zeker als je de laatste 10 kilometer ook nog moet gaan zoeken omdat de bewegwijzering ontbreekt.

Uiteindelijk kon ik helemaal uitgemergeld - hoe toepasselijk in dit mergellandschap - na 110 kilometer beginnen aan de klim van de Wilhelmina Steenberg. Alle mountainbikeroutes kwamen hier samen dus werd het al wat drukker. Toen uiteindelijk iemand vooraan uit de pedalen moest, zijn we allemaal naar boven gaan lopen. Elke poging opnieuw op de fiets te stappen was door de gladheid gedoemd te mislukken. Niet erg heldhaftig en bevredigend om de laatste meters van een tocht lopend te doen, maar het kon nu eenmaal niet anders.

Helemaal verkleumd neem ik bij de finish een Gulperer biertje in ontvangst dat mij al snel in een staat van voldoening en zelfs euforie brengt. Zeker als ik later op de camping hoor dat bijna niemand de 110 kilometer heeft uitgereden. De meeste mountainbikers vonden het na 70 kilometer in de winterse omstandigheden wel mooi geweest.

Voldaan na de winter kan ik me nu gaan voorbereiden op de laatste twee afspraken van het voorjaar: 7 juni de racetocht over de Reuzen van Vlaanderen en 22 juni de Halve Marathon van Roosendaal. In de zomer zal ik me in India voorbereiden op het nieuwe mountainbikeseizoen.

10 mei 2008

Shimano Fietschallenge MTB

Fietschallengemtb

Fietschallengemtb2

9 mei 2008

Shimano Fietschallenge

Fietschallenge0391

2008sfc1288

2008swfc2336

MTB 60 kilometer: 3:58:13

Race 150 kilometer: 5:46:56

Overall: 9:45:08

Combiclassement: 24

26 april 2008

Week van de waarheid

Paddestraat1

De week van de waarheid is begonnen. Na vele trainingen moet het deze week gebeuren. Woensdag 30 april loop ik de tien Engelse mijl en volgend weekend vindt in Zuid-Limburg de Shimano Fietschallenge plaats. Zaterdag rij ik de MTB-cyclo over 60 kilometer en zondag de race-cyclo over 150. Na de genadeloze afstraffing eerder dit jaar is mijn doel in het dubbelklassement zeker niet op de laatste plaats te eindigen. Dat moet wel lukken. De tien Engelse mijl wil ik binnen 1 uur en 25 minuten lopen.

Dit alles vergt nog een aantal laatste trainingen. Vandaag heb ik vanuit Gent de Omloop het Volk gereden, georganiseerd door WTC de Hijftespurters. Ruim 170 kilometer over het parcours van de gelijknamige wedstrijd met als hoogtepunten de Kluisberg, de Oude Kwaremont, de Muur van Geraardsbergen en de beruchte Paddestraat. Het liep vandaag niet echt. Ik had zoals het heet ‘pudding in mijn benen’. Na de vele kasseistroken was het drilpudding geworden. Neemt niet weg dat ik zonder problemen de tocht heb uitgereden, maar het goede gevoel was er niet. Donderdag volgt nog een herkansing: de Omloop van Vlaanderen in hetzelfde gebied. De laatste test voor het weekend.

6 april 2008

Wielerhelden

Devolder_vlaanderen

Op een dag als vandaag is er natuurlijk maar één wielerheld en dat is Stijn Devolder. Alle lof voor de imponerende wijze waarop hij de Ronde van Vlaanderen heeft gewonnen. Hij heeft de overwinning echt niet gestolen. Vanzelfsprekend gaat alle aandacht naar Devolder uit. Wilt u echter foto’s van een andere wielerheld uit de Ronde van Vlaanderen zien, klik dan op deze link en vul startnummer 1544 in.

5 april 2008

Vlaanderens Mooiste

Muur

De echte grote wielerklassiekers worden zoals het hoort op de dag des Heren verreden. Op zaterdag, wanneer de Grote Mannen hun sabbat houden, mogen de liefhebbers, ook wel denigrerend wielertoeristen genoemd, op het parcours spelen. Helaas ben ik gedoemd mij te scharen bij de categorie fietsers die op zaterdag moet rijden. Ik kan wel allerlei smoesjes verzinnen dat ik uit principe niet op zondag rijd. Onzin natuurlijk, ik fiets gewoon niet hard genoeg om me onder de Grote Mannen te mogen begeven.

Vandaag was het dus mijn grote dag om Vlaanderens Mooiste te rijden. Voor de afwisseling heb ik ervoor gekozen dit jaar de MTB-varianten van de grote rondes te rijden. Voor de Ronde van Vlaanderen is dat een tocht van 75 kilometer rond Ninové. In het parcours zijn maar twee hellingen van naam opgenomen: de Muur van Geraardsbergen en de Bosberg. En laten die twee nu net de lichtste hellingen uit de route zijn. De andere hellingen waren korter en veel minder steil, maar wel onverhard. Door de voortdurende regenval was het fietsen op nietszeggende hellingen als de Kakelenberg, de Bovenhoek en de Abdijstraat een modderploegen naar boven geworden. Mountainbikers gingen bij bosjes neer. Ook ik moest een aantal malen zeer snel uit de pedalen klikken om niet met mijn snufferd in een grote modderpoel te belanden. Eén troost, de tocht liep verder goed en ik ben niet als laatste geëindigd. Sterker nog, toen ik was gefinisht moest een aantal rijders zelfs nog vertrekken. Moe maar voldaan kan ik morgen op de bank voor de Tv plaatsnemen om de Grote Mannen aan het werk te zien.

13 februari 2008

ASO?

Vino

What’s in the name? De ASO heeft vandaag laten zien hoe aso ze is. Wielerploeg Astana van manager Johan Bruyneel kan een startbewijs voor Parijs-Nice vergeten omdat de ploeg het imago van het wielrennen schade heeft toegebracht. Dat betekent hoogst waarschijnlijk dat we de ploeg ook niet zien in de Ronde van Frankrijk. ‘Nou en?’, zult u zeggen. Bedenkt u wel dat dit inhoudt dat drie favorieten voor de eindzege, Levi Leipheimer, Alberto Cotador en Andreas Klöden niet aan de start van de ronde zullen staan. Daarmee is de ronde van 2008 bij voorbaat gedegradeerd tot een amateur-criterium. Ook leuk, maar niet iets om voor thuis te blijven. Daarom houd ik me aan mijn belofte die ik vorig jaar heb gemaakt. Ik zorg ervoor dat ik in de maand juli ver van Frankrijk verwijderd ben om zo alle ergernissen te voorkomen. De enige wielerronde waar ik nu nog voor warm loop is de Tour du Faso. Daar kunnen we tenminste nog de echte helden aan het werk zien.

Tourdufaso

In memoriam: Tour de France

 

Hoe sterk is de eenzame fietser

die krom gebogen over z'n stuur tegen de wind

zichzelf een weg baant?

 

Tour de France

  Parijs 1 juli 1903

-

† 13 februari 2008

 

Het afscheid vindt plaats van 5 juli tot en met 27 juli in een laatste uitgeklede sobere ereronde door het Franse land.

Voor condoleances kunt u gebruik maken van het reactieformulier.

 

20 januari 2008

Classique d'Alphen

Cyclo_start1_1

Ik ben genadeloos afgemaakt, vernederd en gekwetst tot in het diepst van mijn ziel. Vandaag bij de MTB-cyclo in Alphen ben ik geëindigd als laatste. ALLERLAATSTE! Na 4 ronden over een loodzwaar heuvelachtig en modderig parcours had ik alleen nog de bezemploeg achter mij aan fietsen. In de derde ronde werd ik al gedubbeld door de snelste rijders, die dus finishten terwijl ik nog een volle ronde moest rijden. Het enige dat voor mij pleit is dat ik de Classique d’Alphen heb uitgereden, terwijl er tientallen rijders halverwege zijn uitgestapt.

Maar goed, dit gebeurt me geen tweede keer. Dit vraagt om revanche. U hoort nog van mij.

15 januari 2008

Mogelijk

Boogerd

Vanmiddag kreeg ik in mijn inbox een bericht van Wielerreport met als kop ‘Boogerd heeft mogelijk doping gebruikt’. Enigszins geïrriteerd, maar ook nieuwsgierig naar de nieuwste dopingperikelen in de door mij zo geliefde wielersport opende ik het bericht. Wat blijkt: volgens de Duitse televisie ARD hebben (ex-)Rabowielrenners Denis Menchov, Michael Boogerd en Michael Rasmussen bij de Weense bloedbank bloedtransfusies ondergaan. De activiteiten hebben plaatsgevonden in het laboratorium van Humanplasma dat nabij de Oostenrijkse hoofdstad is gelegen. Het bericht stelt dat de dopingzaak aan het licht kwam dankzij voormalig voorzitter van de WADA (Wereld Anti Doping Agentschap), Dick Pound. ‘Er zijn goede redenen om aan te nemen dat Humanplasma atleten bijstaat die bloed inspuiten om zich te doperen’, aldus Pound. Momenteel lopen er volgens Wielerreport twee onderzoeken tegen het laboratorium.

Een briljant staaltje van suggestieve wielerjournalistiek! De schrijver van het artikel weet van een nietszeggend gegeven een schokkende nieuwskop te maken. Want wat is er nu eigenlijk aan de hand? Alleen het feit dat de Oostenrijkse justitie in oktober een onderzoek is gestart naar de Weense bloedbank Humanplasma. En u als rechtschapen mens weet dat zolang een onderzoek loopt justitie geen zaken naar buiten brengt en zeker geen renners zomaar beschuldigt. Dick Pound zou volgens het bericht gezegd hebben dat het mogelijk is dat het laboratorium atleten helpt bij het inspuiten van bloed. Lijkt mij logisch want daar is een bloedbank voor. Stel u zich voor dat het laboratorium dat niet zou kunnen. ‘We hebben wel bloed voor u, meneer, maar we kunnen het helaas niet inspuiten. Wilt u het dan maar oraal innemen? Twee glaasjes, alstublieft, maar wel snel achter elkaar opdrinken.’ Flauwekul natuurlijk. Als Dick Pound deze uitspraak heeft gedaan is het niet vreemd dat hij de voormalig voorzitter van de WADA is. Maar het bericht gaat nog verder. Van de aanname van Dick Pound maakt de ARD ineens het nieuwsfeit dat Boogerd, Menchov en Rasmussen gedopeerd waren. Elke onderbouwing mis ik in het bericht. Hoe wordt de stap gemaakt van een onderzoek naar de praktijken van Humanplasma naar de beschuldiging van de Raborenners? Is dit de nieuwe wielerlogica die alle bestaande wetten der logica tart? Is de ARD helderziend? Dat wielerreport hierop een bericht uitbrengt dat Boogerd mogelijk doping heeft gebruikt, geeft maar weer eens blijk hoe wielerjournalisten hun eigen wielersport vervuilen door suggestieve berichten. Dit is geen zuivere journalistiek maar stemmingmakerij.

Allicht heeft Boogerd mogelijk doping gebruikt. Alle wielrenners hebben mogelijk doping gebruikt, net zoals alle schaatsers, schakers, kunstschilders, ministers en bejaarden mogelijk doping hebben gebruikt. Zo wint Odysseia mogelijk de Tour de France van 2011 en is hij mogelijk de eerste die de top van de Mount Everest per mountainbike bereikt. Er is heel veel mogelijk. Maar niet alles wat in het leven mogelijk is, is meteen een waardevol nieuwsfeit.

Everest

3 december 2007

VTT Alphen 2007

Hel_van_alphen

4 november 2007

De kop is eraf!

Rucphen

Sommigen denken dat de winter begint bij het terugzetten van de klok, anderen houden het op 21 december, het begin van de astronomische winter. Klinkt allemaal heel plausibel, maar iedere fietsliefhebber weet natuurlijk dat de winter begint bij het rijden van de eerste veldtoertocht. Ik kan u allen mededelen dat de winter vandaag is begonnen.

Traditioneel is de Roosendaalse ATB-veldtoertocht van de Audax Club Nederland voor mij  de eerste ‘officiële’ tocht van het seizoen. Het is dan altijd weer testen hoe de MTB-conditie ervoor staat. Mountainbiken is nu eenmaal een hele andere manier van rijden dan fietsen op de racefiets. Het snelle sturen, optrekken, remmen, sturen, optrekken en remmen vereist opperste concentratie, terwijl het op de racefiets meestal alleen ‘rechtdoor en gaan’ is.

Het parcours door de bossen van Visdonk en over de Rucphense heide lag er goed bij vandaag. Het begin was zwaar, omdat de vochtige bosgrond constant aan je banden zoog en je door filevorming niet door kon rijden. Op de heide was het veld al uitgedund en kon je in volle vaart de singletracks nemen.

Wat elke keer weer opvalt is het grote niveauverschil tussen de rijders. Sommige komen werkelijk niet vooruit en gaan dan toch nog voor elke bocht in de remmen. Dat leverde vandaag toch flink was ongelukken op. Het zijn vaak de onervaren rijders die gevaarlijke moves maken, waardoor de achteropkomende ‘spatbordklevende’ fietsers onderuit gaan. Wat dat betreft lijkt fietsen wel heel erg op autorijden. Het verschil is alleen dat waar ik me bij het autorijden aan erger, ik me bij het fietsen zelf schuldig aan maak.

13 oktober 2007

Tien definities van een schone Tour

Rasmussen

Donderdag viel het oktobernummer van het literaire wielertijdschrift ‘De Muur’ binnen. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Dit nummer was de eerste uitgave na de dramatisch verlopen Tour van deze zomer; er moest dus wel iets over doping in worden vermeld. De redactie van ‘De Muur’ heeft oud-wielrenner en schrijver Tim Krabbé gevraagd zijn licht op de gebeurtenissen van afgelopen zomer te laten schijnen. Krabbé, schrijver van het legendarische boek ‘De Renner’, komt in zijn bijdrage tot ‘tien definities van een schone Tour’. Ik heb hier weinig aan toe te voegen.

 

1. McEwen wordt na een val in de eerste etappe door zijn ploegmaats teruggebracht in het peloton en weet net op tijd van voren te zijn om de sprint ook nog te winnen. De Duitse journalist die McEwen vraagt of een dergelijke prestatie wel mogelijk is met alleen natuurlijke middelen wordt door een meerijdende snelrechter op staande voet voor twee jaar uitgesloten van het verslaan van wielerwedstrijden.

 

2. Verslaggevers, ploegleiders, organisatoren, sponsors en andere betrokkenen worden verplicht voor de start van de Tour een verklaring te tekenen waarin ze beloven de renners als heren te zullen behandelen.

 

3. Een schone Tour heeft een publiek dat is opgevoed tot het besef dat men niet alles moet willen weten. Je vraagt een vrouw ook niet naar haar make-upgebruik. 

 

4. Axel Merckx vertelde zijn vader Eddy dat hij en zijn ploegmaats van T-mobile enkele malen twee minuten koolmonoxidegas hadden moeten inhaleren, een middel bij de controle op bloedtransfusies. In een schone Tour zou dit tot op de bodem uitgezocht worden en zouden de verantwoordelijken voor het leven uit de wielersport geweerd worden, en krijgen de betrokken renners smartengeld.

5. In een schone Tour zou de directeur van de Rabobank, zodra de eerste zwarte wolk boven het hoofd van Rasmussen verscheen, naar Frankrijk zijn afgereisd waar hij zich, trots lachend, uitgebreid met zijn geletruidrager had laten fotograferen. Ook zou de directeur de Tourdirectie hebben duidelijk gemaakt dat, wanneer zij doorging Rasmussens overwinning in gevaar te brengen door druk op hem uit te oefenen, ze te weten zou komen welke druk een miljardenbedrijf op een miljoenenbedrijf kan uitoefenen.

6. In een schone Tour wordt het principe van de weduweverbranding niet meer toegepast en mag desnoods ook de laatste niet-betrapte renner van een ploeg de Tour volbrengen.

 

7. De dag nadat Michael Rasmussen het geel had ingewisseld voor pek en veren, was Boogerd het dopinggesar van een toeschouwer zat en gaf hem een klap. In een schone Tour zou hij niet op de voorpagina van de Volkskrant een uitbrander hebben gekregen omdat hij zijn ‘handjes niet thuis had kunnen houden’, maar zou de Tourdirectie hem de prijs van de strijdlustigste renner hebben gegeven.

 

8. In een schone Tour mag de gecontroleerde renner de contra-expertise uit laten voeren door drie verschillende laboratoria, aan te wijzen uit een lijst van tien, uit tien verschillende landen. Slechts wanneer alle drie deze laboratoria tot een positieve uitslag komen, is er sprake van doping.

 

9. In een schone Tour worden niet de eerste vijftien van het klassement op de ochtend voor de beslissende tijdrit tot een bloedtest verplicht, maar wordt hun recht op een geconcentreerde voorbereiding geëerbiedigd.

 

10. In een schone Tour had het peloton na het vertrek van Rasmussen de kopgroep met Michael Boogerd 28 minuten voorsprong gegund, zodat Boogerd zich aan het einde van de etappe, als plaatsvervanger van Rasmussen in het geel had kunnen hijsen. Het peloton zou zo de wereld laten zien dat ze het gesar, de verdachtmakingen en het gebrek aan respect helemaal zat is.

 

Bij het lezen van deze tien definities van Krabbé doet het me deugd te merken dat er nog meer mensen zijn die het wielrennen echt begrijpen en er echt van houden. Nu maar hopen dat de Tourdirectie de tien definities leest en overneemt.

30 september 2007

Zoete wraak!

300pxpaolo_bettini_profile

27 september 2007

Verboten für Radrenfahrer!

Bettinilook3

STUTTGART - De organisatoren van de wereldkampioenschappen wielrennen in Stuttgart gaan via een kort geding proberen deelname van de Italiaanse titelverdediger Paolo Bettini te verhinderen. Dat heeft Susanne Eisenmann, voorzitter van de lokale organisatie, donderdag verklaard. Volgens Eisenmann, tevens burgemeester van cultuur, onderwijs en sport van Stuttgart, is Bettini niet gerechtigd deel te nemen omdat hij weigert de door de internationale wielrenunie UCI in juni geïntroduceerde verklaring van goed gedrag te tekenen. UCI-voorzitter Pat McQuaid verklaarde woensdag al dat sancties daarvoor niet voorhanden zijn. De WK-organisatie bestrijdt dat en wil nu een spoeduitspraak afdwingen. Daarvoor is donderdagochtend een klacht ingediend bij het gerecht in Stuttgart.

Ook de deelname van Bettini's landgenoot Danilo Di Luca wordt door de organisatoren als ongewenst beschouwd. Het Italiaans Olympisch comité CONI stelt mogelijk een onderzoek in naar de Giro-winnaar nadat het deze week resultaten van dopingtests uit de Ronde van Italië van de UCI overhandigd heeft gekregen. Bij een out-of-competition-controle had het CONI bij Di Luca abnormale hormoonwaarden aangetroffen, die zouden kunnen duiden op het gebruik van maskeringsmiddelen.

"We laten nu een rechter oordelen of deze renners gerechtigd zijn te starten", zei Eisenmann, die vrijdag een uitspraak van de rechter verwacht. De wereldtitelstrijd op de weg is zondag.

   

Verboten für Jude Radrenfahrer! Onze oosterburen weten hoe ze razzia’s moeten houden. Daar zijn ze erg goed in gebleken. Je kiest een zondebok en jut daarna het volk op tegen deze zondebok. Is leuk! Ditmaal hebben de schurftige honden Duitsers de Spaanse en Italiaanse wielrenners tot slachtoffer gebombardeerd. Een opstandige wereldkampioen die een absurde ethische code van de UCI weigert te ondertekenen, dat ruikt natuurlijk naar DOPING! Afmaken die Bettini, ter meerdere eer en glorie van het Duitse volk! Het volk wil bloed zien. De WAFFEN SS politie is woensdag al bij de Krekel op bezoek geweest om hem te melden dat hij toch maar beter zijn spullen kan pakken en als de wiedeweerga terug moet gaan naar Italië. Helaas moet er weer een geallieerde troepenmacht rechter aan te pas komen om de doorgeslagen Duitsers op het rechte pad te brengen.

Maar laten we ondanks deze heisa niet vergeten dat Stef Clement vandaag brons heeft gewonnen in de tijdrit. Driewerf hoera voor Stef!

26 september 2007

Kannibalisme

Eddy_merckx__bernard_thevenet

Vraag tien willekeurige mensen wie de grootste wielrenner aller tijden is. Grote kans dat je meerdere malen de naam Eddy Merckx hoort. Natuurlijk zijn er jongeren die Merckx niet kennen en meteen aan Lance Armstrong kennen. Een enkele leek zal Pim Fortuyn noemen, omdat hij nu eenmaal niet weet wat wielrennen is. En bij het horen van de woorden ‘grootste’ en ‘aller tijden’ denken sommige ‘mensen’ onder ons meteen aan Pim.

Maar goed, er zijn maar weinigen die zullen ontkennen dat de Kannibaal de grootste was. Er bestaat zowaar geen wedstrijd die hij in zijn carrière niet gewonnen heeft. Dat kun je van Lance, The Boss niet zeggen. Eddy Merckx is een boegbeeld voor onze geliefde wielersport, die zo onder vuur ligt. Boegbeelden moet je koesteren!

Deze week vindt bij onze oosterburen in Stuttgart het wereldkampioenschap wielrennen plaats. Onze vrienden van de ‘wiedergutmachung’ zijn een beetje doorgeslagen en blijken ineens moraalridders te zijn geworden. Ze hebben al geprobeerd Alejandro Valverde te weren wegens vermeend dopinggebruik – gelukkig zijn er echter rechters die nog echt recht spreken. Sinds kort ligt wereldkampioen Paolo Bettini onder vuur omdat hij de absurde ethische code van de UCI weigert te ondertekenen (wat volgens de Duitsers een dopingbekentenis inhoudt!). De huidige wereldkampioen niet laten starten op het WK is nog tot daaraan toe, maar wat hebben die verdomde Moffen gedaan? Ze hebben geweigerd Eddy Merckx een accreditatie te geven voor het wereldkampioenschap. Kompleet geschift! Is dit een misplaatst standpunt tegen kannibalisme? Kunt u het zich voorstellen: de man die de fiets en het wielrennen zo’n beetje heeft uitgevonden is niet welkom in Duitsland! Wat is de betekenis dan nog van een behaalde wereldtitel, een titel waar Eddy Merckx niet als toeschouwer bij is geweest?

Na mijn Frankrijkboycot ben ik vandaag begonnen aan een boycot van onze oosterburen. Ik fiets voortaan wel om.

18 september 2007

Wielerperikelen

Valverde

Zo’n twee weken voor het WK in Stuttgart bereikt de soap rond Alejandro Valverde zijn hoogtepunt. De UCI – voor de leek: de Internationale Wielerunie – wil Valverde niet laten starten op het wereldkampioenschap, omdat ze vermoeden dat bloedzakje 18, gevonden bij dopingarts Fuentes, van Valverde is. Er heerst dus een vermoeden, maar dit vermoeden kunnen ze blijkbaar niet hard maken. Toch willen ze Valverde een startverbod geven. De Spaanse wielerbond wil echter niet op vermoedens ingaan en wil alleen harde bewijzen zien. Hopend op een toekomstig wereldkampioen uit Spanje hebben ze Alejandro gewoon opgenomen in de selectie. Waarom ook niet? Hij is al een keertje tweede geweest en het zware parcours ligt hem wel. De UCI is woedend en eist van de Spaanse wielerbond dat ze de Internationale Wielerunie nou eens steunen. Alleen zo komt de waarheid op tafel. Pat McQuaid – voorzitter van de UCI – stelt doodleuk dat Valverde zijn onschuld kan bewijzen door een DNA-test.

U ziet dat de wielerwereld een vreemde wereld is. In het normale leven ben je onschuldig totdat jouw schuld is bewezen. In het wielrennen ben je schuldig, totdat je zelf je onschuld bewijst! Blijkbaar zijn wielrenners vogelvrij en mag je hen zonder bewijzen van alles beschuldigen.

21 augustus 2007

Wieleroverweging

Vino_duivel

Geen foto geeft beter de huidige situatie in het wielrennen aan: de wielerhelden worden achternagezeten door de duivel. Ik heb een gruwelijke hekel aan het woord ‘demonisering’, maar als het ergens opgaat is het toch wel in het wielrennen. Renners die gewoon hun werk doen en daarbij ook nog de wielerfans vermaken, worden gecriminaliseerd. Alle zijn immers dopinggebruikers, of voormalig dopinggebruikers en als dat niet het geval is dan zullen het wel toekomstig dopinggebruikers zijn. Ploegleiders worden zo door de media en de directies van de grote rondes onder druk gezet en gemanipuleerd dat ze onbegrijpelijke beslissingen maken. Hoe kun je Rasmussen uit de Tour nemen, vier dagen voor Parijs? Ieder normaal denkend mens weet dat Michael Rasmussen de echte tourwinnaar is, en niet Alberto Contador. En de grootste held uit de ronde blijft natuurlijk Alexandr Vinokourov. Bloeddoping of niet, Vinokourov laat zien hoe wielrennen hoort te zijn: vallen, aanvallen, dieper vallen, kapot gaan, aanvallen, afzien, vallen, aanvallen… In één ronde laat Vinokourov meer van het ware wielrennen zien dan Lance Armstrong in zeven jaar en zeven eindzeges heeft gedaan. Hij zou aanbeden moeten worden in plaats van verguisd. Hulde aan Vino! Meer woorden ga ik aan deze kwestie niet vuilmaken.

Ja nog een ding: alle moraalridders die klagen over het dopinggebruik in de wielersport moeten eerst maar eens zelf op de fiets gaan zitten en wat cols beklimmen en dan praten we verder.

17 juni 2007

Kazak van de dag

Vino1

15 juni 2007

Soigneren

Astanasok2

soig·ne·ren (ov.ww.)

1 zorg besteden aan het uiterlijk

2 de lichamelijke conditie van sportlieden verzorgen

 

Bij het Astana Cycling Team kennen ze de ware betekenis van het woord ‘soigneren’. Niet alleen zijn de renners in topconditie. Vino won de tijdrit in de Dauphiné Libéré, Kashechkin werd tweede en draagt na de etappe naar de Mont Ventoux het geel. Redondo werd ook al een keer tweede. Het team is helemaal klaar voor winst in de Tour. Maar naast het verzorgen van de lichamelijke conditie wordt er ook veel tijd besteed aan de fietsen en de kleding. Het Astana-shirt is veruit het opvallendste èn mooiste uit het hele peloton. En mijn wielerhart gaat toch werkelijk harder kloppen wanneer ik de bijpassende sokken en schoenen zie…

13 juni 2007

Schot in de roos

Vinokourov

9 juni 2007

Ullrichs tweede tourzege

Ullrich3

AMSTERDAM - Bjarne Riis wordt niet langer beschouwd als winnaar van de Tour de France in 1996. De organisatie van de Franse wielerronde schrapt de Deen van de lijst met winnaars. Riis won de ronde elf jaar geleden in het shirt van de Telekom-ploeg, maar bekende vorige maand dat hij in die periode stelselmatig gebruikmaakte van doping.

 

Even terug naar 1996. Wie werd er ook alweer tweede achter Bjarne Riis? Inderdaad, de jonge Jan Ullrich. Na jarenlang strijden krijgt Ulrich zomaar zijn tweede tourzege in de schoot geworden. Het mag hem ook wel een keertje meezitten. Of zit er nog een addertje onder het gras? (in wielertermen: ‘een verkeerd stofje in het bloed’) Als Der Jan het niet wordt, stel ik voor Denis Mensjov tot winnaar uit te roepen, ook al reed hij niet mee. Je weet dan in ieder geval dat hij in de ronde geen doping heeft gebruikt.

1 juni 2007

Deense 'Hall of Fame'

Riis 

KOPENHAGEN - De Deense ex-wielrenner Bjarne Riis is donderdag verwijderd uit de Deense 'Hall of Fame' van de sport. Een speciale commissie heeft daartoe besloten nadat de Tourwinnaar van 1996 vorige week erkende dope te hebben gebruikt.

"Riis heeft toegegeven verboden middelen te hebben gebruikt", sprak de voorzitter van de commissie die bepaalt welke sporters worden toegelaten tot de 'Hall of Fame'.

"We vinden daarom dat hij zijn prestaties op een oneerlijke manier heeft behaald. Zodoende kan hij ook niet worden geëerd als groot sportman."

   

Dit nieuwsfeit geeft maar weer eens aan hoe er in de ‘nieuwe wielerlanden’ over de renners wordt gedacht. De eerste en enige Deense tourwinnaar is van zijn voetstuk gevallen door zijn bekentenissen. Voor de wielerkenner zijn de bekentenissen van Riis geen schok: hij werd niet voor niets in het peloton ‘monsieur 60%’ genoemd, doelend op zijn kunstmatig hoge hematocrietgehalte dat wijst op EPO-gebruik. Bij een hematocrietgehalte van meer dan 50 % krijgt een renner tegenwoordig al een startverbod opgelegd. Hadden alle Denen dan boter op hun hoofd? In de traditionele wielerlanden wordt in ieder geval minder hysterisch op de bekentenissen van dopinggebruik gereageerd. Eddy Merckx, zelf in de Giro betrapt op dopinggebruik, wordt door onze zuiderburen zelfs uitgeroepen tot grootste Belg en die andere dopingzondaar – wat een afschuwelijk woord toch - Johan Museeuw wordt nog steeds op handen gedragen.

Nu maakt het mij op zich geen snars uit of Riis wel of niet in de Deense ‘Hall of Fame’ staat. Hem zal het waarschijnlijk ook een worst wezen. Wat wel van belang is, is dat deze maatregel het probleem van dopinggebruik in de sport niet oplost. Alleen met de vinger wijzen en de renners behandelen als waren het zware criminelen doet de wielersport geen goed. Het lijkt wel alsof alle sportbestuurders en sponsoren opeens hun handen wassen in onschuld en de voormalig helden, nu doping zondaars, als en baksteen laten vallen. Dat wijst op een hoog hypocrietgehalte. Waarschijnlijk van wel meer dan 60%! Zou dat ook strafbaar zijn?

30 mei 2007

De Paarden van de Kazakken

Bikesastana

Gelukkig, er is toch nog enigszins gerechtigheid in de wielerwereld. Daarbij doel ik natuurlijk niet op de uitsluiting van unibet.com door de organisatie van de Tour de France. Het is een groot schandaal dat deze ProTourploeg niet is uitgenodigd door de organisatie. Gelukkig heeft de ASO het niet aangedurfd Vinokourov met zijn blauwe brigade in Kazachstan te laten. We zullen weer kunnen genieten, want de ‘wilde ruiters’  van Astana zullen deze zomer de wegen van Frankrijk onveilig maken. Laten we hopen dat Vino sportieve wraak wil nemen voor de gemiste ronde van vorig jaar. Het wordt zeker spektakel. Ik geef Vino de meeste kans om de tour te winnen.

26 mei 2007

Wielerjournalistiek

Sauber

Een journalist behoort degelijk onderzoek te doen voordat hij over een nieuwsfeit bericht. Ook zou hij zich goed moeten verdiepen in de context van de gebeurtenissen. Zo kun je niet zomaar berichten over een bombardement in Gaza of een aanslag in Tel Aviv zonder grondige kennis te hebben van het Joods-Palestijns conflict. Dit geldt voor heel de journalistiek dus ook op het gebied van de wielersport.

Een aantal ‘nieuwe’ wielerjournalisten heeft van deze onderzoekshouding weinig kaas gegeten en is erg naïef. Wat opvalt is dat deze journalisten voornamelijk komen uit de ‘nieuwe’ wielerlanden zoals Duitsland, Denemarken, Australië en de Verenigde Staten. De pers uit deze landen is oprecht verbaasd en geschokt over de dopingonthullingen van de Telekom-renners. Maar niet alleen de journalisten, ook de wielerliefhebbers voelen zich werkelijk belazerd.

Wat opvalt is dat je die verontwaardiging bijna niet hoort in traditionele wielerlanden als Spanje, Italië, Frankrijk, België en Nederland. Niemand is geschokt, want iedereen wist het al lang: in de wielersport worden stimulerende middelen gebruikt. Dat is niets nieuws. Dopinggebruik heeft een lange traditie en is zo oud als de wielersport zelf.

Ware onderzoeksjournalistiek hoeft niet altijd te bestaan uit het houden van interviews of het lezen van artikelen en boeken. Want in de wielerwereld is het zo dat er naast de werkelijkheid die in de media naar buiten komt en nog een hele andere werkelijkheid bestaat. Een werkelijkheid waar iedere wielerinsider weet van heeft, maar die hij niet hard kan maken - of hard wil maken. Wanneer de ‘nieuwe’ journalisten niet alle renners en ploegleiders aan een kruisverhoor hadden onderworpen over de vraag naar dopinggebruik, maar zelf de fiets hadden gepakt en ‘La Marmotte’ hadden gereden – 174 km, meer dan 4000 hoogtemeters over onder andere de Col du Galibier en L’Alpe d’Huez – dan hadden ze geweten dat coureurs onmenselijke daden verrichten. Daden waarbij renners ‘vuile handen’ moeten maken, want geen mens kan volledig ‘schoon’ zulke heldendaden verrichten. Dat wetende zouden deze ‘nieuwe’ journalisten de renners hopelijk minder snel als criminelen veroordelen en een realistischer standpunt wat betreft dopinggebruik innemen. De ware journalistiek begint ‘op de pedalen’.

25 mei 2007

'Dopingzondaar'

Zabel

De laatste dagen heb ik het regelmatig gehad over het ‘Mooiste Woord der Nederlandse Taal’. Het volk heeft voor ‘liefde’ gekozen. Ik ga voor de ‘habbekrats’. Maar naast de categorie van ‘Mooiste Woord’ zou er ook een categorie van ‘Meest Misbruikte Woord’ moeten zijn. Ik zou hiervoor het volgende woord willen nomineren: ‘dopingzondaar’. Je kunt geen krant meer lezen, geen radio-uitzending meer horen en geen sportjournaal meer zien zonder dat dit woord voorbijkomt. De wielrennerij is vogelvrij verklaard en de journalistiek heeft inmiddels een gros renners (Zabel, Aldag, Riis, Landis, Heras, Basso etc.) uitgeroepen tot ‘dopingzondaars’. Maar mijn vraag is of dit wel terecht is?

Laten we voor de goede orde het woord ‘dopingzondaar’ eerst maar eens analyseren. Een zondaar is iemand die een zonde begaan heeft. Je begaat een zonde wanneer je de goddelijke of zedelijke voorschriften overtreedt. In de volksmond: ‘wanneer je kwaad doet’. Een dopingzondaar heeft dus kwaad gedaan: hij heeft zichzelf stimulerende middelen toegediend die de sportprestaties (oneerlijk) beïnvloeden.

Bij zonde denk ik aan zaken als hoogmoed, hebzucht, woede en jaloezie, niet zozeer aan doping. Is dopinggebruik werkelijk een zonde? Oké, het beïnvloeden van de sportprestaties op een oneerlijke manier is niet netjes. Maar aangezien heel het peloton in de jaren ’90 op EPO reed, is van oneerlijkheid geen sprake. Tegen elke journalist die het over ‘dopingzondaars’ heeft en zegt dat de wielersport ziek is, wil ik maar één ding zeggen: ‘ga fietsen!’

Wanneer je zelf fietst, weet je dat het rijden van een Tour de France (meer dan 3000 km met een gemiddelde boven de 40 km/u) een onmenselijke opgave is. Geen renner kan een grote ronde uitrijden op water en brood. In een gemiddelde bergetappe worden door een renner meer calorieën verbruikt dan een mens in één dag op kan nemen. Het is dus een uitputtingsslag en wil je als renner er niet aan onderdoor gaan, dan zul je je op en top moeten laten soigneren. Je moet tot de grens gaan van wat wel en niet mag. En gaat jouw concurrent over deze grens, dan zul je hem moeten volgen.

Zolang de mensheid heroïek wil zien – want dat is de wielersport: een heroïsche titanenstrijd tegen de elementen en tussen renners onderling – zullen er stimulerende middelen gebruikt (moeten) worden. Een ‘normaal’ mens zou in deze strijd zonder meer ten onder gaan. Is dit een reden om de wielerhelden aan de schandpaal te nagelen en tot zondaars uit te roepen? Moeten daarom alle renners door het slijk gehaald worden? Laat ik afsluiten met de volgende wijsheid: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen! En laat alleen hij die stenen werpt, het woord ‘dopingzondaar’ in de mond nemen.’

24 mei 2007

'De Lijst van den Bemt'

Epo

Rolf Aldag

Erik Zabel

Jan Ullrich

Marco Pantani

Richard Virenque

Alex Zulle

Johan Museeuw

Dario Frigo

Roberto Heras

Sergej Gontchar

Franky Andreu

Pedro Delgado

Steven Rooks

Gert-Jan Theunissen

Joop Zoetemelk

Eddy Merckx

Raimondas Rumsas

Ivan Basso

Floyd Landis

Johan van der Velde

Bjarne Riis

 

Veel renners mochten willen op deze lijst te staan. Het geeft in ieder geval aan dat je tot de groten behoort. Elke toprenner wordt minstens twee keer in zijn carrière betrapt op dopinggebruik. Joop Zoetemelk is echter drie keer betrapt. Hij was een hele grote!

18 mei 2007

Goede Tijden, Slechte Tijden

Landis_1

Landis2

11 mei 2007

Erepodium Tour de France 2006 (officieus)

Pereiro

Kloden

Sastre

7 mei 2007

Gevallen Engel...

Bekentenis1

Basso1

15 april 2007

OOOO'Grady in de bocht!

Ogrady_1

1 april 2007

En wederom: Oscarito!

Freire_433462a

24 maart 2007

Oscarito!

Freire_75725a

11 maart 2007

Fietsperikelen

Spoorlijn

Het was heerlijk weer vandaag. Tijd dus om de fietstrainingen weer serieus op te pakken. De Ronde van Vlaanderen komt er immers al snel aan. Aangezien ik deze zomer niet met de racefiets in de bergen ga koersen, ik zit namelijk zeven weken in India, wil ik mij dit seizoen vooral richten op de mountainbike. Ik merk dat het wel een ander soort instelling van mij vraagt. Op de racefiets gaat het vooral om snelheid en afstand, met andere woorden, een zo’n groot mogelijke afstand in een zo kort mogelijke tijd afleggen. De omgeving maakt daarbij niet zoveel uit. Ja, het liefste zo min mogelijk verkeer, want door de inspanning heb je geen tijd en zin om op het verkeer te letten. En wielrenners hebben altijd voorrang, al zijn sommige medeweggebruikers het daar niet mee eens. Met de mountainbike is dit anders. Ik heb geen fietscomputer op de mountainbike zitten, dus maakt het helemaal niet meer uit hoe snel en ver ik rijd. Op de racefiets maak je jezelf vrijwillig tot slaaf van de fietscomputer. Je wilt koste wat kost die gemiddelde snelheid halen. Nu heb ik opeens alle vrijheid en dat is wennen. Ik kan gewoon stoppen om wat te eten en te drinken, en wat veel leuker is: van de geplande route afwijken. Vandaag heb ik bij Zonzeel besloten van de Amerlanderoute af te wijken en over de oude spoorlijn richting Dorst te fietsen. Officieel natuurlijk verboden, want de spoorlijn is nog steeds in gebruik, elke dag rijdt er nog een trein. Maar ja, er is zoveel verboden en op zondag zullen er vast geen treinen rijden naar het industrieterrein Vijf Eiken. Vanaf de spoorlijn zie je de omgeving ineens heel anders. Je gaat dwars door dorpen en weilanden, maar waant je in the middle of nowhere. Het is aanpoten geblazen, want je rijdt of over hele smalle single tracks of door het grind van de spoorbaan. Het is vooral oppassen niet lek te rijden op de scherpe stenen. Het vereist veel concentratie en het is zwaar, maar ik kan niets anders zeggen dan dat mijn hervonden fietsvrijheid me erg goed bevalt.

26 februari 2007

In Memoriam: Der Jan

Jan

Precies 377 dagen na het overlijden van ‘de piraat’ heeft de wielersport weer een klap te verduren gekregen: Der Jan neemt afscheid van het peloton. Een tragisch einde van een grote verguisde wielerheld. Maar het nieuws kwam niet onverwacht. Eigenlijk had Jan na het winnen van de Tour in 1997 het peloton al verlaten. Een tragische geschiedenis vol pieken en diepe dalen volgde: te dik in de winter en te laat begonnen met trainen, knieblessure, winst in de Vuelta, trouwen met jeugdliefde, tweede in de Tour, te veel feestjes, te dik, wereldkampioen tijdrijden, scheiding van jeugdliefde, schorsing wegens drugsgebruik, tweede in de Tour, te laat begonnen met trainen, Olympisch kampioen, dure auto na feestpartij in de prak gereden, tweede in de Tour, vertrek bij T-mobile, tweede in de Tour, te dik in de winter, tweede in de Tour, te weinig getraind, tweede in de Tour, terug naar T-mobile, kans op winst in de Tour, dag voor de Tour uitsluiting van deelname, schorsing zonder eerlijk proces, roddels omtrent doping…. Altijd alles net niet!

Der Jan is de beste, de meest getalenteerde, zonder meer zesvoudig Tourwinnaar, maar ja…. ‘Weet je wat het is, met die Ullrich? Die jongen houdt helemaal niet van wielrennen! Die heeft er geen plezier in. Die weet er ook niets van.’ Bovenstaande woorden zijn van (ex-)collega Michael Boogerd. En Boogerd heeft gelijk. Der Jan is een eenvoudige jongen die helaas voor hem talent had voor wielrennen en dus door het voormalige DDR regime voorbestemd werd de eerste Duitse Tourwinnaar aller tijden te worden. Het zij zo. Maar Jan wou helemaal niet wielrennen. Ze hebben geprobeerd Jan in het keurslijf te stoppen. Maar Dionysus laat zich niet temmen en tot een Apollo maken. Jan was altijd al voorbestemd een tragische held te worden.

Een geluk voor Der Jan: mensen houden van tragische helden, en niet van Haagse Apollo’s met een iets te grote mond die vijf keer tweede worden in de Amstel Gold Race.

14 februari 2007

Dionysus op de fiets

472pxcollidicuneo0003

Zoals ik gisteren al zei, is het vandaag, op Mondiale Piratendag, noodzaak voor de wielerwereld om zichzelf eens een spiegel voor te houden. Omdat ik nog altijd aanhanger ben van de spreuk ‘verbeter de wereld en begin bij uzelf’, heb ik mij als wielertoerist ook op de wielerreflectie gestort. Niet in het wilde weg, maar natuurlijk aan de hand van een goed wielerboek.

Ik ben begonnen aan het boek ‘Wielrennen’ van de fietsende Vlaamse filosoof Marc Van den Bossche. En zowaar, ik heb een geestverwant gevonden! Allerlei zaken die de afgelopen jaren mijn gedachten zijn gepasseerd, heeft Van den Bossche in zijn boek beschreven. Ook voor Van den Bossche zijn de racefiets en de mountainbike niet zomaar vervoermiddelen, maar zijn het edele instrumenten die het denken loswrikken, doen opborrelen en laten bruisen. Wielrennen stimuleert de geest; dit alles samengaand met de dwangmatigheid van deze geest om de grenzen van het lichaam steeds te verkennen en te verleggen. En juist in deze grensverlegging ontstaat een poëzie van het lijden.

Ik herken mezelf zeer goed in de verhalen van Van den Bossche, zo ook in zijn hulde aan Vinokourov. Volgens hem heeft de Kazak al meerdere malen de Tour de France gewonnen. En dit is natuurlijk een feit, want winnen bepaal je natuurlijk niet aan de hand van de chronometer! Als er één morele winnaar is in het peloton, dan is het Vino.

De fietsfilosoof vergelijkt Alexandr Vinokourov met rekenmeester Lance Armstrong. Met de Armstrong-methode gaat er iets van de heroïek, de spankracht en het onverwachte van de wielersport verloren. Armstrongs overwinningen kloppen zoals rekensommen kloppen. Bij Vino zeg je dat het klopt, zoals je dat bij een kunstwerk zegt als het je raakt. Om het in termen van Nietzsche te zeggen, is Armstrong de Apollo van de sport, hij is de rustige, de berekenbare en doordachte; Vinokourov is de Dionysus, de extatische en onberekenbare. En om Van den Bossche te citeren: ‘sport, als onderdeel van levenskunst, ruikt meer naar Vino-zweet dan naar Armstrong-olie’. Want wees nou eerlijk, Dionysus is een veel meer aansprekend figuur dan de saaie berekenbare Apollo.

Helaas kent de wielersport vele ‘Apollo’s’ en maar weinig ‘Dionysussen’ (of is het Apolli en Dionysi…?). En met de dood van Pantani is er een grote extatische wielerheld verloren gegaan. De kracht van deze Dionysus was niet alleen dat hijzelf in vervoering raakte door zijn doen. Hij wist met zijn daden ook het wielerpubliek in vervoering te brengen. Lance Armstrong heeft dat bij mij nog nooit kunnen doen. Hulde dus aan de Dionysus. Laat ik daarom op deze eerste Mondiale Piratendag Dionysus uitroepen tot de God van de Fiets. En laat dan in zijn tempel prijken: ‘Hij dacht per vélo’.

13 februari 2007

In Memoriam: Il Pirata

Il_pirata

Morgen, op Valentijnsdag, is het twee jaar geleden dat Marco Pantani dood werd aangetroffen op een hotelkamer in Rimini. De gewezen wielergod is slechts 34 jaar geworden. In het laatste jaar van zijn leven had bijna iedereen ‘de piraat’ laten vallen en hadden drugsdealers bezit van zijn leven genomen. Uiteindelijk is Marco Pantani in alle eenzaamheid gestorven aan een overdosis cocaïne. Een tragisch einde voor één van de weinige renners die nog spanning wist te brengen in het peloton en als kleine kwelgeest tegen de ‘grote Armstrong’ op durfde te staan.

14 februari is dus niet de dag van Sint Valentijn, een dag van commercie en liefde, maar eerder een dag van de rouw om Pantani. Een dag waarop de wielerwereld zichzelf een spiegel voor moet houden. En om maar eens mee te doen met de trend om overal een themadag van te maken benoem ik 14 februari tot Mondiale Piratendag. Halleluja!

Pantani1

24 januari 2007

Het Verdriet van België

Museeuw1_1

De problemen in de Voerstreek, de affaire Dutroux, de opkomst van Filip Dewinter en het Vlaams belang, de affaires rond Prins Laurent. België heeft vele tegenslagen gehad, verwerkt en overwonnen, maar nu is de ondergang definitief ingezet: de Leeuw van Vlaanderen is gevallen! Dit kan geen Vlaming overleven! België is haar bestaansrecht kwijt.

20 januari 2007

Het Ereschavot

M

De Tour de France blijft spannend. Als wielerliefhebber raak ik nooit uitgekeken. Een bergetappe kan ik van begin tot eind volgen en ook de ‘saaie’ sprintetappes zijn een genot om naar te kijken. Al is het alleen maar om de pedaaltred van de renners te volgen en zo in een lichte trance te raken en jezelf voor even in het peloton te wanen. Maar aan alle goeds komt gelukkig ook een einde. Het mooiste van een grote wielerronde is dat hij na een week of drie wordt afgesloten. Het lichaam raakt immers uitgeput, de geest wil niet meer, er zijn vele slachtoffers gevallen in valpartijen en iedereen wil weten wie de winnaar is. De renner die de minste tijd voor de gehele afstand nodig had is de snelste en dus ook de winnaar. En deze winnaar wordt gehuldigd op het ereschavot in Parijs. Eenvoudiger kan toch niet?

Maar in onze tijd waarin het leven steeds gecompliceerder wordt, kan deze eenvoudige wielerwet helaas geen stand houden. In juli had ik een poll op deze site staan waarin elke bezoeker aan kon geven wie de Tour zou winnen. Zo halverwege de Tour heb ik deze poll weggehaald omdat hij achterhaald was. Vino, Ullrich en Basso waren immers niet gestart en Valverde was al lang uitgevallen. Maar uiteindelijk had ik deze poll gewoon kunnen laten staan, want nog steeds is niet duidelijk wie de Tour heeft gewonnen. We kunnen nog steeds ons geld op de renners inzetten.

Het ereschavot van Parijs is inmiddels in een schavot veranderd. Volgens van Dale is een schavot ‘een stellage waarop tot lijfstrafveroordeelden hun vonnis ondergingen’. Wees eerlijk, het wielrennen, en zeker het rijden van een Tour de France, is nog één van de weinige toegestane lijfstraffen in de westerse wereld. En alle renners op het ereschavot zullen tegenwoordig hun vonnis moeten ondergaan. Floyd Landis is nog steeds in een rechtzaak verwikkeld en wordt beschuldigd van testosterongebruik. Naar alle waarschijnlijkheid zal hij voor twee jaar geschorst worden en zijn tourzege kwijtraken. De Franse krant Le Monde bracht gisteren het bericht dat ook nummer twee van de Tour, Oscar Pereiro Sio, positief is bevonden. Hij zou het verboden middel salbutamol hebben gebruikt, zonder hiervoor op medische gronden toestemming te hebben gevraagd. Dus ook afgeschreven, die Oscar Pereiro. De nummer drie van de eindlijst, Andreas Klöden, is bij voorbaat schuldig. Hij heeft alle schijn tegen: hij komt uit voormalig Oost-Duitsland en is een vriend van Jan Ullrich. Als je dan niet positief bent weet ik het ook niet meer.

Nee, de winnaar van de Tour de France 2006 wordt Denis Menchov want zo geldt de nieuwe wielerwet: na drie weken koersen en een jaar procederen wint uiteindelijk Denis Menchov! De raboploeg kan alvast de champagne ontkurken en de tweede eindoverwinning in een grote ronde gaan vieren.

14 december 2006

Koersen

Koppen

Zo aan het einde van het kalenderjaar wordt het tijd om een planning te maken voor het komend fietsseizoen. Afgelopen jaren heb ik altijd een aantal voorjaarsklassiekers gereden, zoals de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik. Verder heb ik mij gericht op een fietsvakantie in de Alpen of de Pyreneeën. Dit alles op de racefiets. De mountainbike was er voornamelijk om de wintermaanden een beetje door te komen.

Komend jaar wil ik het anders aan gaan pakken en de nadruk meer op de mountainbike leggen. Van de zomer geen fietsvakantie op de racefiets, ik ben van plan om zeven weken door Noord-India te trekken. Daar hoef ik mijn fietsseizoen dus niet op af te stellen. Daarom wil ik de nadruk leggen op twee voorjaarsklassiekers: de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race, niet de volledige afstand, maar de middellange tocht en dan op de mountainbike. Gelukkig staat na een jaar van afwezigheid ook de Shimano Fiets Challenge weer op het programma. Dit jaar wil ik ook op zaterdag het mountainbike parcours rijden. Zondag wordt dan toch een keer de racefiets van stal gehaald. En nu maar hopen dat het een goed voorjaar wordt.

5 december 2006

Giel Lambregtstocht

Heider

Afgelopen zondag heb ik voor het eerst, na een paar weken van griep en verkoudheid, een veldtoertocht uitgereden. De eerste vuurproef in Roosendaal begin november viel vies tegen; ik had bijna geen conditie meer. Deze keer in Rucphen ging het als vanouds. De tocht startte bij centrum de Vijfsprong en was georganiseerd door FC Brabantia. Je kon kiezen voor de 25 of de 43 km. De meeste rijders kozen voor de lange afstand. Ondanks de slechte weersvoorspellingen was het om 9.00 redelijk druk aan de start. Dat leidde ertoe dat er de eerste kilometers door de bossen in file werd gereden. Gelukkig was na een minuut of twintig het veld uiteen geslagen zodat je in eigen tempo goed door kon rijden. Hoewel Rucphen een heel groot heidegebied heeft ging het grootste gedeelte van de tocht door de bossen. Veel snel draai en keer werk en kleine hoogteverschillen op singletracks tussen de bomen door. Het verhaal gaat dat de legendarische Rucphense bikers, naar wie de tocht vernoemd is, zelf hun parcours in de bossen uitkapten. Het zou me niets verbazen als dit verhaal waar is.

We hadden geluk met het weer. Heel de tocht bleef het droog, alleen stond er een enorme tegenwind. Op de open vlaktes kwam je bijna niet vooruit. Daar kwam nog bij dat de ondergrond drassig was zodat je wielen er helemaal in werden weggezogen. Buffelen dus!

Storend tijdens de toertocht zijn de rijders die er een wedstrijd van willen maken en asociaal hun fiets in de bochten voor je kwakken en daarbij niet te beroerd zijn ook nog even hun ellebogen te gebruiken. Van mij mag je er best een wedstrijd van maken, ik probeer ook zo snel mogelijk te rijden, maar je moet wel je fatsoen houden. Blijkbaar is de hufterigheid van onze maatschappij ook doorgedrongen tot in de fietswereld.

22 november 2006

Wielerhelden

Casartelli1

Nee, vandaag geen verhalen over politieke helden. Ik heb net gestemd. Zoals altijd natuurlijk ‘tegen’, want dat is veel beter dan ergens ‘voor’ zijn. Komende uren ben ik verkiezingsmoe. En vanavond na 9 uur maar eens kijken hoe de toekomst van ons land er uit gaat zien.

Maar zoals ik al zei, geen verhalen dus over politieke helden, maar wel over mijn wielerhelden. Er zijn twee manieren om een wielerheld te worden. Dat kun je doen door heel hard te fietsen en veel te winnen. Dat is de ‘succesvolle weg’, een goed voorbeeld hiervan is Alexandr Vinokourov. Daarnaast is er de ‘tragische weg’: je kunt een wielerheld worden door heel hard te vallen of te overlijden op de racefiets. Aangezien tragische helden vaak interessanter zijn dan winnaars wil ik het vandaag hebben over de tweede categorie.

Zoals ik enkele dagen geleden al zei is het voor de hobbyfietser een taboe te stoppen tijdens de klim. Stoppen in de afdaling is óók een zonde. Je probeert immers als een maniak je topsnelheid te verbeteren. Zo zijn er hobbyfietsers die er een sport van maken om in de afdaling harder dan 100 km/u te gaan. Gekkenwerk dus! Zelf kneep ik in de afdaling van de Ventoux bij een snelheid van 87,1 km/u van angst in de remmen, maar dat terzijde. Een echte fietser stopt alleen in de afdaling als daar een goede reden voor is: ‘het wielermonument’.

Wielermonumenten zijn bordjes of beelden op plaatsen waar een wielerheld is gevallen of overleden. Voor de fietser zijn wielermonumenten net zo belangrijk als colbordjes. Over de plaatsen waar de monumenten staan of hangen, bestaan vaak legendarische verhalen. Zo is Wim van Est gevallen in de afdaling van de Col d'Aubisque en met behulp van aan elkaar geknoopte fietsbanden uit het 70 meter diepe ravijn geklommen. Tom Simpson is gestorven in het harnas, enkele kilometers voor de top van de Ventoux. Hij viel van zijn fiets en stond niet meer op. Het meest tragische wielermonument is dat van Fabio Casartelli, de jonge Italiaan die op 18 juli 1995 in de afdaling van de Col de Portet d’Aspet de dood vond. Precies 10 jaar na zijn dood heb ik deze col langs de andere kant beklommen. Bij wijze hoge uitzondering ben ik afgestapt op de plek waar hij is overleden en ik moest zowaar een traantje weg pinken. Of zou het zweet zijn geweest?

Vanest

Simpson

20 november 2006

Colbordjes, stijgingspercentages en grote verzetten

Colbordjesiseran

Misschien kennen medefietsers het gevoel wel; als ik op mijn racefiets of mountainbike stap gaat er een knop om. Ik ben niet meer dezelfde persoon als even tevoren. Mijn belevingswereld wordt ineens totaal anders. Hoewel ik heel erg van de natuur hou, heb ik op de fiets geen enkel oog meer voor de omgeving. Mijn denkvermogen wordt versmald door het monotone gestoemp op de pedalen. Mijn enige levensdoel is zo hard mogelijk te gaan en me vooral niet in te laten halen. Niet door een brommer of een snorfiets, maar zeker niet door een andere fietser. En word ik dan toch ingehaald, dan bijt ik me vast in het achterwiel van mijn medefietser, want je laat je natuurlijk niet kennen. Als je in de verte een medefietser voor je ziet, dan besluip je je prooi langzaam. Heb je hem bijna te pakken, dan demarreer je er zo hard mogelijk voorbij, zodat je medefietser niet de mogelijkheid krijgt zich bij jou in het wiel te nestelen.

U hoort het, eigenlijk zijn fietsers heel onaangename mensen die helemaal in hun eigen wereldje leven. Ik heb drie keer een groepsvakantie bij cycletours geboekt: één keer Alpen, een keer Pyreneeën en eenmaal Zwitserland. Op alle drie de vakanties werd er ’s avonds slechts gepraat over hoogtemeters, stijgingspercentages, gemaakte kilometers en gebruikte verzetten. Persoonlijke en diepgaande gesprekken waren er niet. Ja, over diepgaan werd gesproken, maar dan in de zin van de maximale hartslag halen. Ik vond het heerlijk, want ik had me ingesteld op een eenvoudige fietsvakantie. Fietsen en niets anders dan fietsen. Maar ik kan me voorstellen dat een buitenstaander er helemaal gek van zou worden.

Er zijn tijdens zo’n vakantie een aantal ongeschreven regels: je gaat niet een hele klim bij iemand in het wiel zitten, op het vlakke doet iedereen z’n kopwerk en afstappen in de klim is een doodzonde. Dit laatste heeft regelmatig geleid tot conflicten met de reisleiding die de lunch tijdens de etappes steevast in de klim planden, omdat wij door onze lage snelheid de auto dan zeker niet zouden missen. Iedereen reed door naar de top en daalde daarna weer dezelfde weg terug naar de lunch, wat ertoe leidde dat de groepsleiding regelmatig te laat op de camping arriveerde.

Een andere merkwaardigheid van de fietser is het fotograferen van colbordjes. Hevig teleurgesteld ben ik altijd als er na een lange klim van soms meer dan 1500 hoogtemeters op de top geen colbordje staat. Want wat is een berg zonder colbordje? Hoe weet je dan hoe hoog je zit? En nog belangrijker: hoe kun je dan ooit bewijzen dat je er echt geweest bent? Als er een foto gemaakt wordt hoef je er zelf niet op te staan, zolang je fiets er maar op staat. En ben je je fotocamera vergeten, dan moet je nog een keer terug! Fietsen is een rare hobby met veel eigenaardigheden en ongeschreven wetten. Maar ik heb er nu eenmaal wel ontzettend veel plezier in!

Bernadino

5 november 2006

De Eerste Vuurproef

Heide

Vandaag was het dus zover: de vuurproef. De eerste veldtoertocht van het seizoen, op een nieuwe mountainbike. Gisteren had ik al wat kilometers gereden om zadel, remgrepen, voorvork en derailleur goed af te stellen. De fiets was dus in orde. Nu de conditie nog. De tocht begon in Roosendaal bij café Huis ten Halve. Met de fiets dus van Breda naar Roosendaal om in te rijden en wat extra kilometers te maken. Dat had ik achteraf beter niet kunnen doen…

Vanaf Huis ten Halve ging het parcours eerst naar Visdonk, een bosachtig gebied. Omdat het afgelopen tijd veel geregend had, zoog de bodem heel erg. De banden werden al het ware door de grond vastgehouden. Een hoge snelheid halen was bijna niet mogelijk. Vanaf Visdonk draaiden we via korte singletracks tussen de bomen door langzaam richting Rucphense Heide. De bodem bestond daar voornamelijk uit mul zand. Ook niet echt goed om hard te rijden. En vooral oppassen om in de scherpe bochten niet onderuit te gaan.

Het gebied rond Roosendaal en Rucphen is schitterend, maar na 25 kilometer had ik daar weinig oog meer voor. Ik was helemaal leeg. Vier weken stilzitten en niet fietsen eist toch zijn tol. Met tegenzin heb ik na de bevoorrading de korte route genomen en ben ik langzaam naar Breda teruggefietst. Uiteindelijk toch nog zo’n 80 kilometer gereden. Maar een voldaan gevoel had ik niet omdat ik de tocht niet helemaal had uitgereden. Deze week maar veel trainen en hopen dat het volgende week is Alphen beter gaat.

4 november 2006

Koga

Pb040052

Vandaag de eerste kilometers op mijn nieuwe Koga X-runner gereden. Het bevalt erg goed. Natuurlijk is het zeker nog wel een maandje sleutelen voordat ik de ideale zit heb gevonden. Morgen de eerste echte tocht door de blubber. Het doet toch altijd even pijn om zo’n nieuwe fiets voor de eerste keer vuil te maken. Daarom nu nog maar even een foto.

24 oktober 2006

Mijn nieuwe speeltje: Koga Miyata X-runner

Pa210034

Model X-Runner

Segment Mountainbike

Seizoen 2007

Gewicht 10,9kg

Frame hoogte 46cm

Frameomschrijving Lichtgewicht, volledig handgemaakt, aluminium 7005

Voorvork FOX F80/100RL

Kleur Aluminum paint/Blond Gold/Aluminum paint (Silk)

Stuur Ritchey Pro Mountain Straight ø31,8 Black width 580mm

Voorbouw Ritchey Pro V2 Black ø31,8/ø28,6

Stuurvoorbouw Ritchey Pro V2 Black. Lengte 41-46cm 90mm en 51-56cm 110mm

Grips Ritchey WCS Foam

Discbrakeset Shimano Deore LX

Remkabels Black

Derailleurkabels Black

Discbrakeset Shimano Deore LX / 585

Rotor Shimano SM-RT62

Balhoofdstel Ritchey A-head Zero PF OE MTB industrial bearing 1-1/8"

Ketting Shimano CN-HG73

Voornaaf Shimano HB-M525

Achternaaf Shimano FH-M525

Banden Hutchinson Python New Generation Air Light Foldable 51-559

Binnenbanden Continental

Velgen Mavic XM 317 Disc 32H Black

Zadel Fi'zi:k Nisene II Sport top cover Gummy Black, thigh glides Black

Zadelpen Ritchey Comp Mountain V2 Black ø27,2x350mm

Zitbuisklem Koga aluminum

Crankset Shimano Deore LX 44-32-22T. Cranklengte 41cm 170mm en 46-51-56cm 175mm

Cassette SRAM PG-970 11-32T 9-speed

Achterderailleur Shimano Deore XT

Voorderailleur Shimano Deore LX

Pomp SKS RookieXL double shot

Bidon Tacx Source Black

Bidonhouder Tacx Allure Black

Pa210035

Tour du Faso

Tour_du_faso

In Europa is de laatste echte koers gereden, de Ronde van Lombardije oftewel de koers van de vallende bladeren. Met de overwinningen van Bettini in deze wedstrijd en in het wereldkampioenschap is het ondanks alle dopingperikelen toch een mooi wielerseizoen geworden. Eén van de hoogtepunten was de wraak van Vino in de Vuelta. Dat belooft veel goeds voor de Tour de France van volgend jaar.

Terwijl de meeste renners aan een welverdiende vakantie beginnen of zich met het veldrijden gaan bemoeien, begint in Afrika morgen de belangrijkste koers van het continent: de Tour du Faso. In 11 etappes wordt Burkina Faso doorkruist. De koers is slechts 1270 km. Dat betekent dat de etappes gemiddeld maar net iets langer dan 100 km zijn. Dat lijkt niet zo zwaar, maar door de hoge temperatuur en de slechte wegen wordt de Tour de Faso een ware afvalrace. Maar weinig Europese renners brengen de ronde tot een goed einde.

Het wielrennen in Burkina Faso is populair. Het viel op dat de enige Afrikaanse renners die deelnamen aan het wereldkampioenschap op de weg uit Burkina Faso kwamen. Ze hielden het slechts twee ronden vol in Salzburg, maar het is in ieder geval een begin.

Vorig jaar is de Tour du Faso gewonnen door Jérémie Ouedraogo, voor Saïdou Rouamba en de Fransman Karel Pattyn. Het is de vraag of de Burkinabe met hun mindere materiaal dit jaar de vele Fransen en Belgen achter zich kunnen houden. Het zou in ieder geval wel leuk zijn.

22 oktober 2006

Het stalen ros?

Pa210032

Wie heeft het nou over staal of aluminium als fietsen ook gewoon van hout gemaakt kunnen worden. Voor een echte liefhebber wel te verstaan, want een houten exemplaar kost rond de 5000,- euro. Daar heb je toch ook een lichtgewicht carbonfiets voor, volledig uitgevoerd met shimano DURA ACE...

21 oktober 2006

Gespot...

Pa210027

Pa210040

Pa210044

Pa210048

Pa210046

Op de BIKE MOTION beurs in Utrecht: De Trek tijdritfiets van Lance Armstrong, de Giant van Andreas Klöden, de Colnago van Michael Rasmussen, de Bianchi mountainbike van Julien Absalon en de Time van Tom Boonen, gespoten in de kleuren van de wereldkampioen. Om je vingers bij af te likken...

24 september 2006

De Krekel

De_krekel

Sluwe Vos

Vos_3

21 september 2006

Worldchamp

Cancellara

17 september 2006

The Golden Bike: Happy Birthday!

Inhetgoud

16 september 2006

Spanje vs Kazachstan

Vuelta

15 september 2006

Minikazakken

Minikazakken

Een jeugdfoto van Andrei Kashechkin (links) met Alexandr Vinokourov. Met dank aan de Kazachstaanse wielerunie.

Kazakken in de wind

Kazakken_in_het_veld

14 september 2006

De Opakazakken

Opakazak

Links de opa van Andrei Kashechkin, rechts de opa van Alexandr Vinokourov. Zij konden niet bij de Astana-overwinning van vandaag in de vuelta zijn omdat ze voor de vogels moesten zorgen. Waarschijnlijk vertrekken ze morgen naar Madrid om daar zondag de overwinning van Alexandr Vinokourov in de vuelta te vieren. Astana heeft dan inmiddels 5 etappe-overwinningen behaald en de plaatsen 1 en 2 in het eindklassement bezet. Verder is natuurlijk ook het ploegenklassement komende dagen nog een prooi voor de Astana-ploeg.

De Kampioenskazak

Kampioenskazak

De Gouden Kazak

Vinoingoud

13 september 2006

God in Kazachstan

Vinovalverde_1

In Kazachstan zal Alexandr Vinokourov onthaald worden als een god. Gisteren was hij al de enige renner die probeerde de positie van gouden truidrager Valverde aan te vallen. Van Carlos Sastre viel niet veel te verwachten. Na vier keer aanzetten lukte het echter niet Valverde eraf te rijden. Maar de Kazak weet gelukkig van geen ophouden. Ook vandaag probeerde hij het weer. Maar ook nu na de eerste demarrage wist Alejandro Valverde terug te komen. Vino gunde hem echter geen rust en reed alleen door naar koploper Danielson. Samen pakten ze voldoende voorsprong op de toppers van het algemeen klassement. Tom Danielson mocht de rit hebben, Vino de gouden trui. Komende dagen zal de Kazak een voorsprong van 9 seconden op Alejandro Valverde moeten verdedigen.

Wie nu nog durft te zeggen dat de UCI de Astana-ploeg thuis had moeten laten, heeft geen liefde voor het wielrennen. En alle echte wielerliefhebbers zouden lid moeten worden van de Vino-fanclub.

5 september 2006

De wraak van Astana

Astana_2

Vandaag werd bekend dat de Astana-ploeg ten onrechte geweerd is uit de Tour de France. De ploeg, toen nog Liberty Seguros geheten, mocht niet starten omdat 4 van de 9 renners in verband werden gebracht met de Fuentes dopingzaak. Een ploeg moet bij de start van de ronde minstens uit 6 renners bestaan en daarom mochten de overige 5 'schone' Liberty-renners niet vertrekken. Bij twee van de vier beschuldigde renners blijkt het uiteindelijk complete onzin te zijn dat ze ook maar iets met dopingarts Fuentes te maken hebben gehad. Schandalig dus dat de tourdirectie Vinokourov een mogelijke tourzege door de neus heeft geboord. Maar je hoort de Astana-renners niet klagen. Ze zijn uit op sportieve revanche. Vandaag heeft de Portugees Sergio Paulinho de tiende etappe van de vuelta gewonnen. De derde dagzege voor Astana op rij. De wraak van Astana wordt steeds zoeter. Laat deze renners nog maar even doorgaan!

3 september 2006

De dans van de Kazakken

Kazakken

Gisteren had ik het al aangekondigd: de revanche van Vino. De sportieve wraak kwam nog sneller dan verwacht. Samen met zijn ploeggenoot Kashechkin verliet hij 6 kilometer voor de finish de groep met favorieten. Het vuurwerk kwam vooral van Vino, want Kashechkin kon maar met moeite volgen. Toen Valverde wegsprinte bij Sastre en Di Luca begon Vinokourov aan een nieuwe versnelling die hem leidde naar de tweede ritwinst in twee dagen. Ik kan gerust zijn: er zijn nog steeds helden in de wielersport. Hulde aan de dansende Kazakken!

2 september 2006

Eindelijk gerechtigheid

Vino

Vino heeft zijn gram gehaald! Gisteren was hij heel dicht bij ritwinst in de vuelta, maar werd hij 400 meter voor de finish nog door Valverde ingehaald. Vandaag verraste Alexandr Vinokourov het hele peloton door in de laatste kilometer weg te springen. Ik gun hem de zege van harte. Zeker na de schandalige beslissing van de tourdirectie Vino's ploeg niet van start te laten gaan in de ronde, omdat een aantal renners van zijn ploeg genoemd werden in de zaak Fuentes. Vino heeft zich er niet echt over uitgelaten, maar hij is duidelijk uit op sportieve revanche. Dat belooft veel moois voor de komende dagen!

11 augustus 2006

Zwitserland 2006 Fotoverslag

X_6_1 X_14 X_24

X_50 X_30 X_155

X_47 X_56 X_59

X_62 X_74 X_75

X_79 X_96 X_123

X_112 X_149 X_150

X_127 X_129 X_134

X_181 X_201 X_214

X_208 X_216 X_221

X_224 X_249 X_248

X_247 X_263 X_252

15 juni 2006

Noord-Spanje 2006

Angliru

Begin augustus vertrek ik voor 17 dagen met cycletours naar Noord-Spanje voor een 6-sterren cyclosportieve vakantie. We vertrekken de eerste dag vanuit Santillana del Mar en zullen elke dag zo'n 100 km fietsen. Het totaal aantal kilometers van deze reis is rond de 1100. Onze spullen en tenten worden met de bus elke dag naar de volgende camping gebracht, zodat we ons volledig op het fietsen kunnen concentreren. Door de begeleiders wordt er 's avonds uitgebreid gekookt zodat we genoeg energie hebben voor de volgende dag.

We starten vanaf de kust. Dat betekent dat we meteen flink moeten klimmen als we de binnenlanden in trekken. De hoogste 'collados' van deze reis komen net boven de 1500 meter uit. Niet de hoogste top, maar wel de zwaarste beklimming is de Alto d'Angliru. Zelfs enkele profrenners in de Vuelta d'Espana monteerden voor deze klim een triple op hun fiets om boven te komen. De laatste kilometer heeft een stijgingspercentage van 24%! Dat wordt dus oppassen om niet met fiets en al om te vallen. Op dag 14 is er een tijdrit van 17 km naar Lagos de Covadonga. De cycletours toptijd staat op 53.58. Na deze race tegen de klok wordt er in twee dagen langzaam afgedaald naar Santillana del Mar, waarvandaan we met de bus weer naar Nederland vertrekken.

Na de reis zal het verslag hier te lezen zijn.

Wp_angliru20sign202352520bill20henderson

De laatste kilometer van de Alto d'Angliru

10 juni 2006

Mont Ventoux 2004

Fietsvakantiefoto_126Fietsvakantiefoto_178Fietsvakantiefoto_177Fietsvakantiefoto_169Fietsvakantiefoto_20Fietsvakantiefoto_19

    

                                                                                                   De beklimming van de Mont Ventoux in de zomer van 2004. Eén van de mooiste, maar ook de zwaarste momenten uit het leven van een wielerfanaat. In de beklimming zijn er momenten dat je met moeite de 10 km/h op je teller hebt staan, maar eenmaal boven gekomen wacht er een mooie afdaling terug richting Bedoin, waarbij je met gemak snelheden van boven de 80 km/h haalt.

In 2004 ben ik voor het eerst met cycletours op vakantie gegaan naar de Alpen. Ruim twee weken fietsen, waarbij elke dag één of meerdere cols bedwongen moeten worden. Dit jaar heb ik onder andere de l'Alpe d'Huez, Col de Vars, Col d'Izoard, Col du Galibier, Col d'Iseran, Col de la Madeleine en de col du Glandon beklommen.

In 2005 heb ik met cycletours de Pyreneeën van west naar oost doorkruist. De hoogtepunten waren de Col d'Aubisque, Col du Tourmalet en Port de Pailhères. In de zomer van 2006 staat Noord-Spanje op het programma waarbij vooral de Alto d'Angliru de grootste kuitenbijter is.

Laatste reacties

  • Jannis Kop op Hans: als het eenmaal

Op het nachtkastje

  • L.N. Tolstoj : De dood van Iljitsj
  • Gabriel Garcia Marquez: Honderd jaar eenzaamheid (*****)
  • Elisabeth Young-Bruehl: Hannah Arendt. Een biografie (**)
  • Rüdiger Safranski: Heidegger en zijn tijd (****)
  • Friedrich Nietzsche: Ecce homo [autobiografie] (**)

In concert

  • 18-5 Woven Hand @ De Spot
  • 7-5 De pianist @ De Kring
  • 21-4 Mark Lanegan @ Effenaar
  • 3-4 La grande boeffe @ Chassétheater

In het oor

Statistieken

Neem inhoud van deze site over (XML)